De schepping, hoe ging het verder? ( 1 )

De Heere genoot van Zijn kostbare schepping. In alles zag Hij de volmaaktheid van Zijn eigen wezen weerspiegeld. Het eerste paar op aarde was in staat om de Goddelijke harmonie van de monogamie volmaakt te beleven. Om hen heen het schitterende scheppingstableau, nu eens uitgebeeld in kracht en majesteit, dan weer in ragfijne teerheid. De dieren – groot en klein – voltooiden het geheel. Gelukkiger en volmaakter kon het niet zijn. God genoot en prees Zichzelf gelukkig met de briljante uitvoering van Zijn schepping!

Van alle in het wild levende dieren die God had, was de slang het sluwst. Voor het Oude Nabije Oosten beeldde de slang een magisch symbool uit. Hij appelleerde aan de aantrekkingskracht van duistere krachten, het uitvoeren van mysterieuze rituelen, en het verrichten van magische handelingen.

In de Bijbel wordt de slang hoofdzakelijk als grote tegenstander van God en mens uitgebeeld. Het Nieuwe Testament vereenzelvigt hem met de satan. ( Openb. 12: 9/ 20: 2 ) Maar de slang is tevens een schepsel van God.

Het is bijzonder aangrijpend en ook verbazingwekkend dat er in de volmaakte schepping die de Heere gemaakt had reeds sprake was van mindere karaktereigenschappen. De dieren hadden nog niets van elkaar te vrezen. Lezen we uit deze feiten het voorbedachte plan van de val van de mens op? 

Hoe het ook zij, de slang had iets heel bijzonders. Bovendien kon hij praten. Strategisch en listig wachtte hij Eva op. “ Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten? “ lispelde hij. Waarom zou Eva moeten twijfelen aan waarheid of leugen? Zij kende alleen nog maar authenticiteit en oprechtheid. Maar dat zou niet lang meer duren! 

“ We mogen de vruchten van alle bomen eten. Behalve die van de boom die in het midden van de tuin geplant staat. God heeft ons verboden van zijn vruchten te eten, of ze zelfs maar aan te raken. Doen we dat toch, dan zullen we sterven. “ antwoordde  Eva.

“ Jullie zullen helemaal niet sterven! Integendeel! God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet. Hij weet dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis van goed en kwaad zullen hebben!”

Regelrechte gifdruppels druppelden het blijde,onschuldige hart van Eva binnen. God, de Almachtige, Volmaakte en Volkomen Goede Formeerder werd zomaar als egoïstisch, jaloers en onderdrukkend neergezet.

Eva`s onschuld en puurheid doofden. Zij keek eens naar de Boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit. Ze waren een lust voor het oog. Wijsheid? Wat was dat precies? Het leek haar bijzonder aantrekkelijk om werkelijk alles te weten, en als God te zijn! Ze had geen erg in de erg zelfzuchtige begeerten die daarin opgesloten lagen ( 1 Joh. 2: 16 ) zodat zij de Heere op de proef stelde ( Lucas 4: 3,5,9. 12) en niet besefte dat dit desastreus af zou lopen. ( Jakobus 1 : 14 )   Zonder aarzelen plukte zij een paar vruchten van de boom, en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man. Zonder aarzelen at hij eveneens.

Direct gingen hun ogen open. Weg was al het mooie, onschuldige. Nu kenden zij het kwade. Ze zagen hun naaktheid, en schaamden zich diep. Hulpzoekend keken zij om zich heen. Het enige dat zij konden bedenken waren de grote bladeren van de vijgenboom. Ze plukten opnieuw, maakten een soort schorten om hun lichaam te bedekken. Want straks zou God komen! Wat het absolute hoogtepunt van hun dag had moeten blijven, werd een moment waar ze vol schrik naar uitzagen! ( Bijbel m U/ SV kantt, MH, Studiebijbel )

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *