Psalmen 27 ( 1 )

 

De Heer is mijn Licht mijn Behoud. Wie zou ik vrezen? Bij de Heer is mijn leven veilig. Voor wie zou ik bang zijn? 

In donkere tijden verlangt iedereen naar veiligheid en licht. Daar gaat deze psalm over. Psalm 27 is een vertrouwenspsalm, tegelijkertijd een smeekbede. 

De psalm begint en wordt afgesloten met woorden die het vertrouwen uitdrukken dat de dichter in de Heere heeft. Het licht waarover in het eerste vers gesproken symboliseert leven, heil en welzijn. Voor David was de Heere zijn leven, heil en welzijn.  En dat in een tijd van diepe duisternis. David was voortdurend op de vlucht. Bovendien was hij geen ogenblik zeker van zijn leven. Een hopeloze situatie. Uit deze diepten riep hij echter voortdurend tot God. Sommige verklaarders denken dat David deze psalm schreef voordat hij op de troon kwam, toen hij nog midden in the struggle for life zat. Anderen denken dat David net van de reus Goliath gewonnen had. Hoe het ook zij, de psalm brengt nadrukkelijk de vrome gevoelens tot uitdrukking waarmee Godvrezende zielen van alle tijden hun hoop en verwachting, op God stellen. David liet – terwijl hij volop in de problemen zat – moed zien, en heilig vertoon van vertrouwen in God. Dat is heel bijzonder!

“ U bent het Die mijn lamp doet schijnen. U Heere, verlicht mijn duisternis. “ jubelde hij. Dit loven en prijzen van de Heere tijdens zijn levensstormen was een uniek kenmerk van zijn karakter. We lezen het telkens terug in de psalmen die hij schreef. Ongetwijfeld heeft hij deze leeuwenmoed  in zijn jonge jaren, tijdens zijn herdersperiode aangeleerd. Van wie kon hij zijn hulp verwachten wanneer de kudde door wilde dieren aangevallen werd dan van God? ( 1 Samuël 17 : 34 – 37 )  

“ Want bij U is de Bron van leven, in Uw licht zien wij licht. “ ( Psalm 36: 10 ) schreef hij in psalm 36. Deze psalm huldigt de goedheid van de Heere die Zijn volgelingen talrijke gunsten bewijzen wilde.  Water en licht zijn twee metaforen voor het leven. David wist dat God de oorsprong daarvan was. Dit te geloven schonk hem leeuwenmoed. 

“ Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een schitterend licht beschenen. Diepe vreugde gaf u het. Blijdschap als de vreugde van de oogst.“ zei Jesaja. Ook hij duidde het heil vaak aan met het licht. In een donkere tijd zag hij helder en duidelijk het licht in de komst van de Messias. Opvallend in de Bijbel zijn steeds de contrasten tussen het donkere, hopeloze van het leven hier op aarde zonder God, en het licht, de blijdschap en de vrede die de aanwezigheid van de Heere met zich meebrengen. 

Met een levendig geloof roemde David in God, en in Zijn heilige Naam. Zo ontstak hij de toorts van lichtend levend geloof.  Davids onderdanen noemden hem niet voor niets het licht van Israël. ( 2 Sam. 21 : 17 ) David was door zijn enthousiasme voor God, zijn dapperheid en vastberadenheid zelf een brandend en schijnend licht. Hij beleed daarbij steeds dat deze kwaliteiten niet van hemzelf kwamen, maar van de Heere. Hij kaatste het licht van God dat op hem scheen met dappere daden en schitterende woorden naar zijn lezers en toehoorders terug. 

“God is mijn levenskracht!” riep hij uit. Niet alleen de Beschermer, maar ook de Kracht van zijn broze zwakke leven dat altijd aan gevaar was blootgesteld. Daar ging wat van uit. 

Van David en Jesaja kunnen wij leren dat het mogelijk is om in moeilijke tijden verheugd te zijn en te blijven in God. Zo behoedden zij hun hart voor wanhoop, despair, en troosteloosheid. Ze bleven levendig, sterk en krachtig door Hem alleen. Door deze attitude  gaven zij anderen de moed om door te gaan. ( Jesaja 9 : 1 – 6 / 1 Samuël 17 : 52a / 1 Samuël 18 : 1, 16/ 1 Samuël 24 : 13 / 1 Samuël 29 : 6, 8 ) 

https://www.youtube.com/watch?v=mXdMCjFA9XU

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *