Nehemia 8 : 1 – 12

Nehemia 8 : 1 – 12 

Ezra was dertien jaar voor Nehemia uit Babel naar Jeruzalem gekomen. Toch lezen we nu pas een bericht over een bijzonder goed werk dat hij deed. Dit werd gedaan toen Nehemia in Jeruzalem aangekomen was. Nehemia was een man met een levendige en actieve geest. Hij was de man die Ezra nodig had om het werk dat hij in Jeruzalem begonnen was, af te maken. De ijver van Nehemia zette de geleerde Ezra aan het werk, en zo werden er in de Naam van de Heere grote dingen gedaan! 

Op de eerste dag van de zevende maand kwamen alle Israëlieten naar het plein voor de Waterpoort. Ze vroegen aan Ezra, die priester en schrijver was, of hij het boek met de wet van Mozes wilde halen. In dat boek waren alle wetten en regels die de Heere aan de Israëlieten gegeven had opgeschreven. 

Ezra en Nehemia hadden een plechtige godsdienstige vergadering bij elkaar geroepen. Het was de eerste dag van de zevende maand. De “dag van de gedachtenis des geklanks”, die ook wel een sabbat genoemd werd, en waarop ze een heilige vergadering moesten houden. Het was een hele bijzondere dag, het altaar moest opgericht worden, en de eerste brandoffers na de terugkeer van de Israëlieten uit hun ballingschap zouden weer aan de Heere opgedragen worden. De plaats die voor de vergadering uitgekozen werd, was de straat voor de Waterpoort. Een grote brede straat waar zich meer mensen konden verzamelen dan op het tempelplein, dat lang niet meer zo groot was als in de tijd van koning Salomo. 

Het hele volk kwam bij elkaar. Niet alleen de mannen kwamen, maar ook de vrouwen en de kinderen. De voorzitter van de vergadering was Ezra. Zijn roeping om in deze dienst voor te gaan was bijzonder duidelijk. Omdat hij dienst deed als priester en bevoegd was als schrijver, zei het volk tegen hem dat hij het boek van de wet van Mozes moest halen .De plek die Ezra uitkoos om zijn lezing te houden was bijzonder doeltreffend. Hij stond op een preekstoel of toren van hout die speciaal voor de gelegenheid gemaakt was. Zo kon alles wat hij zei beter gezegd en gehoord worden. Bovendien kon iedereen hem goed zien. 

Ezra had verschillende helpers. Sommige stonden rechts van hem, anderen links. Er bevonden zich zes helpers aan zijn rechterhand, en zeven aan zijn linkerhand. Het was geen ceremoniële godsdienstoefening, maar meer een morele dienst, die door gebed en prediking gestalte kreeg. Ezra was als voorzitter van de vergadering de mond van het volk bij God. Iedereen luisterde aandachtig naar hem. 

Ezra haalde het wetboek tevoorschijn en toonde het aan de samenstroomde de menigte. Alle mannen, vrouwen en kinderen die oud genoeg waren om de Wet van Mozes te begrijpen, zagen het boek. Hij opende het boek met diepe eerbied. Toen gebeurde er iets exceptioneels. Ezra en anderen lazen in het boek van de wet van het morgenlicht tot aan de middag. Er werd duidelijk voorgelezen ( vs 8 ) terwijl een Leviet tegelijkertijd verduidelijkte wat er met de heilige woorden bedoeld werd. Iedereen luisterde staande toe en toonde eerbied voor Ezra en voor het woord dat hij bracht. De uitleg van de heilige wet van God maakte diepe indruk op de mensen. 

Er viel steeds meer een doodse stilte die gevolgd werd door gesnik. Iedereen die de woorden van Ezra hoorde moest huilen. Het volk werd gewond door de woorden van de wet die voorgelezen werden. Dat was omdat de wet de mensen hun zonden aanwees. Gelukkig duurde dat niet lang. Nehemia, de provinciebestuurder zei: “ Huil niet! “ En ook Ezra en de Levieten die de wetten voorgelezen en uitgelegd hadden zeiden dat het volk niet moest huilen. 

Ze zeiden: “ Deze dag is een heilige dag, een dag ter ere van de Heere jullie God! Daarom moeten jullie niet verdrietig zijn. Ga naar huis, maak een feestelijke maaltijd klaar met heerlijke ingrediënten. En deel je feestmaal met de mensen die niets hebben. Want dit is een heilige dag, een dag ter ere van de Heere. Droog je tranen, en verheug je in alles wat jullie God voor jullie aan het doen is. Hij geeft jullie steeds nieuwe krachten!”Het gehuil bedaarde. De Levieten bleven zich tussen de mensen begeven, en verzekerden hen steeds opnieuw dat ze rustig moesten blijven en deze bijzondere dag met blijdschap moesten vieren. 

Toen ging iedereen naar huis om te eten en te drinken. Ze deden wat hun opgedragen was en deelden hun feestmaal met minder bedeelden. Ze maakten er een groot en vrolijk feest van. Want ze hadden goed begrepen wat Ezra, Nehemia en de Levieten gezegd hadden. Heilige vreugde was de olie die op de golven van de woeste baren van de wet gegoten werd. De storm ging liggen. Er was een hoopvolle toekomst weggelegd! ( MH, SB in perspectief, de Bijbel in gewone taal ) 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *