Jezus Christus voor vandaag

De boodschap van Jezus wekte irritatie, wantrouwen en opwinding bij de farizeeën en schriftgeleerden. “ Waar haalt die man de bevoegdheid vandaan om zo te spreken? “ zeiden ze tegen elkaar. Ze vroegen het direct ook aan de Here Jezus zelf. “ U doet alsof U alles mag! “ zeiden ze. “ Maar wie heeft U dat recht gegeven? “ 
Jezus stelde hen ingewikkelde vragen terug, waar ze niet uitkwamen. “ We weten het antwoord niet. “ zeiden ze. Toen zei Jezus;  “ dan zeg Ik ook niet Wie Mij het rechtgegeven heeft om deze dingen te doen. “ Hierop liet Hij hen echter niet aan hun lot over, maar vertelde een gelijkenis.
Hij zei: “  Een rijke man had een wijngaard. Hij bouwde daar een muur omheen en maakte een bak om de druiven in te persen. Hij bouwde ook een toren voor het bewaken van de wijngaard. Het koninkrijk van God wordt vergeleken met een wijngaard, voorzien van alles wat nodig is om die te bebouwen en vruchtbaar te maken. Daarop verhuurt hij de wijngaard aan boeren, en gaat zelf op reis. De kerk is een planting van God. De aarde brengt doornen en distels voort van zichzelf, maar wijnstokken moeten geplant worden. Jahweh heeft hem omtuind. Zij staat onder Gods bijzondere bescherming. Zijn inzettingen dienen ter bevordering van haar vruchtbaarheid. Deze zichtbare kerk was toevertrouwd aan het volk van de Joden. God wilde hen op de proef stellen, en hun Enige God zijn. 
In de tijd van de oogst stuurt de man zijn knechten naar de wijngaard om een deel van de opbrengst op te halen. Maar de boeren grijpen de knechten en slaan er één in elkaar. Een ander slaan ze dood, en een derde wordt gestenigd. God stuurde Zijn dienstknechten met boodschappen vanuit Zijn heilig Woord. Deze werden echter niet in dank afgenomen. Gods profeten werden behandeld alsof zij de ergste misdadigers waren. 
Opnieuw stuurt de eigenaar knechten naar de wijngaard. Deze keer zijn het er meer. Helaas treft hen hetzelfde lot.
Tenslotte stuurt de eigenaar zijn zoon naar de wijngaard. Hij hoopt dat ze voor hem het respect op zullen kunnen brengen dat ze zijn knechten onthielden. Nooit is er liefelijker genade getoond dan in de zending van Gods eigen Zoon, Immanuel. Hij kwam met meer gezag bekleed dan waarmee Zijn dienstknechten konden komen. 
Helaas, als de boeren de zoon van de eigenaar aan zien komen, zeggen ze : “ kom op, daar komt de zoon zelf aan! Hij is de erfgenaam, laten we hem doodslaan! Dan is de wijngaard van ons.” Nooit is zonde meer zondig gebleken dan in de mishandeling van de Here Jezus. Pilatus en Herodus wisten niet wat zij deden. Maar de overpriesters en ouderlingen wisten dat wèl. Het belangrijkste waarom zij Hem haatten en vreesden was Zijn invloed op het volk. Daarom moest Hij uit de weg geruimd worden. 
Zo gezegd, zo gedaan. Ze grijpen de zoon, slepen hem de wijngaard uit, en slaan hem dood. Dit vonnis werd buiten de heilige stad voltrokken, buiten de heilige kerk, buiten de stadspoort. ( Hebr. 13: 12 )  
Even pauzeert de Here Jezus. Hij kijkt Zijn toehoorders ernstig aan en vraagt: “ Wat zal de eigenaar nu met de boeren doen? “ De priesters en farizeeën antwoordden: “ Hij zal die misdadigers een vreselijke dood laten sterven en de wijngaard aan andere boeren verhuren. Mensen die hem wel zijn deel van de opbrengst zullen geven. “  
Toen zei Jezus iets schokkends. Hij zei: ΅ Gods nieuwe wereld is niet langer voor jullie. Hij is voor andere mensen. Voor mensen die doen wat God wil.
Jullie weten dat er in de Heilige Boeken staat: “  De bouwers gooiden één van de stenen weg. Maar dat werd juist de Belangrijkste Steen van het hele gebouw. God heeft dat zo gewild. En de mensen kunnen het niet begrijpen. Als je over die steen struikelt, zul je sterven. En als die steen op jouw valt, blijft er niets van je over. “  De Man van smarten die verworpen werd door de Joden, werd omhelst door de heidenen. Voor hen is Christus alles in allen geworden. De eer die Hem bewezen wordt door de heidenen is wonderbaarlijk. Hij, Die verafschuwd werd door de Joden, werd aanbeden door de andere volken. Zo werd de afwijzing door Israël de rijkdom van de heidenen. 
De farizeeën en schriftgeleerden begrepen de boodschap van de Here Jezus maar al te goed. Zij hadden hun eigen vonnis uitgesproken. Waren ze maar aan Zijn voeten neergevallen, dan was alles goedgekomen. Maar dat deden ze niet.
Qui non fleret? 
( Bronnen: De Bijbel in gewone taal, Matthew Henry )
 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *