Het Licht dat Jesaja zag

“ Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen.” ( Jesaja 9 : 1 ) 

De profeet Jesaja was een profetenzoon. Zijn vader was Amos uit Tekoa. Vanaf het jaar 740 voor Christus vervulde Jesaja zijn dienst in het koninkrijk van Juda. Hij begon zijn missie  tijdens het sterfjaar van koning Uzzia. ( Jes. 6 : 1 ) en profeteerde tijdens de regering van Jotam, Achaz en Hizkia ( Jes. 1 : 1 ) Jesaja was een tijdgenoot van de profeten Micha en Hosea. 

Jesaja woonde  in Jeruzalem en had twee zonen die geboren zijn aan het begin van zijn optreden. Hun vader gaf de jongens symbolische namen die verband hielden met zijn profetische missie. ( Jesaja 7 – 8 ) Jesaja was een aristocraat die toegang had tot het hof en in de hogere kringen bekend was. ( Jesaja 1 ) Hij was bovendien goed op de hoogte van de nationale en internationale politiek, en voelde zich daarbij zeer betrokken. De profeet had veel invloed op koning Hizkia en scheen zich zelfs bezig gehouden te hebben met de geschiedschrijving van het hof van Juda ( 2 Kron. 26 : 22 ) Geleerden vermoeden dat hij de auteur is van 2 Koningen 18 – 20 die de regering van koning Hizkia beschrijft. Deze episode wordt ook in het boek Jesaja vermeld. ( Jesaja 36 – 39 ) 

Koning Uzzia liet bij zijn sterven een voorspoedig krachtig rijk na dat goed bewapend en versterkt was. Helaas kwam deze voorspoed slechts aan een minderheid van de Judese bevolking ten goede. Deze kleine elite buitte het overige volk uit en onderdrukte het. De opvolger van de Uzzia – Jotham – wilde trouw zijn aan de Heere maar hij heeft helaas de godsdienstige en morele toestand van zijn volk niet verbeterd. Toen kwam de profeet Jesaja, en stelde dit maatschappelijk kwaad aan de kaak. 

Op internationaal niveau was het ook allesbehalve rustig. Tiglatpileser III de koning van Assyrië was druk bezig zijn land tot leidende grootmacht te maken. Eerst versloeg hij zijn vijanden aan de noordgrens van zijn rijk, daarna nam hij Babylon en Arpad in. In de hele regio leden de mensen onder de druk van Tiglat Pilesers imperialisme. 

Volgens de overlevering vond er een staatsgreep plaats waardoor Achaz de plaats van koning Jotham innam. Deze coupe zou door een partij tot stand zijn gebracht die zich onder het juk van Assyrië wilde voegen. Het rommelde overal. Er was ook een bondgenootschap tegen de opmars van Assyrië gevormd door twee koningen die samen met het koninkrijk van Juda een veldtocht tegen koning Achaz begonnen. Achaz op zijn beurt ging een verbond met Assyrië aan. Dit gebeurde zeer tegen de wil van de profeet Jesaja. ( Jesaja 7 ) 

De Assyriërs gaven daar vanzelfsprekend niets om en kwamen hun nieuwe bondgenootschap snel te hulp. Ze namen Damascus en Samaria in. In 722 werd het hele noordelijke Israëlische rijk weggevaagd. Helaas haalde Achaz de Assyrische afgoden binnen. De afschuwelijke praktijk van mensenoffers begon en ten slotte sloot Achaz zelfs de tempel van de Heere. 

Waarschijnlijk heeft Achaz vanaf 727 zijn zoon Hizkia tot mederegent benoemd. Hizkia kreeg tot aan de dood van zijn vader geen regeringsbevoegdheden.Maar zodra hij aan de macht kwam in 715 voerde hij met vaart een omvangrijke godsdienstige hervorming door. De troonsbestijging van de nieuwe Assyrische koning Sanherib in 705 bood Hizkia de kans om tegen het Assyrische juk in opstand te komen, en Hizka zegde de jaarlijkse schatplicht op. 

Als antwoord op dit moedige besluit van Hizkia vielen de Assyrische legers Juda binnen in 701 en belegerden Jeruzalem. Jesaja moedigde Hizkia aan om stand te houden en niet op de Assyrische capitulatievoorwaarden in te gaan. Hij voorzegt de Syrische nederlaag. De engel van de Heere zou het vijandelijke leger decimeren. Het leger zou vluchten en Juda voortaan met rust laten. Hizkia zou opgevolgd worden door Manasse, de meest goddeloze koning die Juda ooit gehad had. Onder zijn regering zagen alle profeten zich genoodzaakt om zich uit het publieke leven terug te trekken. 

Het roepingsvisioen van Jesaja is bepalend voor zijn theologie en zijn visie op de Elohim. De Heere openbaarde zich aan hem als de koning van het heelal die op Zijn troon zit en de Ene Heilige is. Gods koningschap vloeit voort uit het feit dat Hij de Schepper is, uniek, eeuwig en oppermachtig. Hij is de Heer van de wereldgeschiedenis. Hij leidt elk detail ervan zodanig dat Hij Zijn Goddelijke plannen ten uitvoer brengt die Hij al lang van tevoren opgesteld heeft. Het boek Jesaja laat dat duidelijk zien door de manier te beschrijven waarop de Elohim Zich van de naties en hun leiders bediend heeft en bedienen zal tot aan het eind der tijden.  

Het blijkt duidelijk dat vooral de uitdrukkingen van de heiligheid en majesteit van de Heere in het roepingsvisioen de profeet Jesaja gestempeld hebben. Jesaja noemde de Heere de Heilige van Israël. Deze eigenschap van de Elohim veroordeelde de mensen die in eerbied ten opzichte van de Heere tekort schoten. Het ging daarbij in de eerste plaats om het volk van God zelf. 

De zonde die Jesaja het meest hekelde was hoogmoed en trots, de zelfgenoegzaamheid van mensen die alleen rekening hielden met menselijke hulpmiddelen. Daarom hekelde Jesaja ook de bondgenootschappen die het volk van Israël met andere machten wilde sluiten. Hij deed dit niet in de laatste plaats om de afgoden die deze volken met zich meebrachten. 

Omdat de Heere heilig is, vroeg Jesaja steeds opnieuw om het uitroepen van Zijn eer. Het oordeel dat hij moest verkondigen had als doel het volk te reinigen zodat het een heilig volk werd dat gelovig, trouw en rechtvaardig zou zijn. Jesaja heeft er tevens over geprofeteerd dat mensen uit alle volken deel van het volk van God uit zouden maken. Hoewel Jesaja zich onwaardig voelde om in de aanwezigheid van God te verkeren, werd zijn onreinheid door een verzoeningsdaad weggenomen. Het verzoeningswerk van de dienaar opende de weg voor de vorming van een nieuw volk. Dit gegeven  is één van de meest opvallende trekken van de theologie van het boek van Jesaja. 

Omdat Jesaja zo’n diep besef van Gods heiligheid had gaf hij blijk van een intense zorg voor Gods eer. Dit feit maakt de vele felle aanklachten van de profeet tegen de afgoderij begrijpelijk. Het boek Jesaja is het Bijbelboek dat na de psalmen het meest geciteerde boek van de Bijbel is. 

“ De mensen zullen verdrietig en hongerig door het land zwerven. En omdat ze honger hebben, zullen ze boos worden. Boos op de koning en op God. ze kijken omhoog en ze kijken naar de grond. Maar overal is het donker en somber. Alles is zwart. Er is nergens licht. Maar het blijft niet overal donker. Eens zal er een einde komen aan de slechte tijd in het land. Eerst was er veel ellende in het noorden van het land. Maar God zal zorgen dat het daarna goed komt. Het zal ook goed komen in de landen aan de kust en in het gebied aan de overkant van de Jordaan. En zelfs in het gebied waar nu andere volken wonen.” had Jesaja gezegd. ( Jesaja 8 : 23 ) 

Zelfs in de zwaarste tijden heeft het volk van God een reden om zich in de Elohim te verblijden en weer met zichzelf in evenwicht te komen. Het is bijzonder troostvol om te geloven en te weten dat wanneer de dingen op het donkerst zijn, de God Die het licht formeert en de duisternis gemaakt heeft ( Jesaja 45 : 7 ) aan alles grenzen gesteld heeft. Hij is de Almachtige Die zowel licht als donker hun grenzen aangewezen heeft en het één boven het ander stelde. ( Genesis 1 : 4 ) 

Door profetisch licht bezield heeft Jesaja Gods volk dingen beloofd die heenwezen naar de genade van het Evangelie. Daarmee zouden de heiligen zich op elke bewolkte, sombere en verdrietige dag van hun leven kunnen troosten. 

Er zou een stralend licht te zien zijn dat helder zou schijnen in het land waar het door alle oordelen van God nog donker was. Dit licht zou stapsgewijs alle donkerheid verdrijven. In de tijd dat Jesaja leefde waren er veel profeten in Juda en Israël. Hun profetieën waren tot een groot licht, tot leiding en tot grote troost van het volk van God. De Heere zorgde er Zelf voor dat er een volk bleef dat zowel de Heilige Wet als het Heilig Getuigenis van God aan bleef hangen. Hun profetisch licht zou aanzwellen en tot volle wasdom komen op het tijdsstip dat de Heere Jezus Christus Zijn werk begon, en als een profeet het Evangelie ging prediken in het land van Zebulon en Naftali, en in Galilea. 

Jesaja heeft het Heil vaak aangeduid als het Licht. Het ging om de Messiaanse heerschappij van vrede en recht. Eeuwen later zou Mattheüs deze profetie overnemen en het Licht identificeren met Jezus` dienst in Galilea. ( Johannes 1 : 4, 5 / Johannes 8 : 12 ) 

“ In het Woord was leven, en het leven was het licht voor de mensen. Het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. “ 

“ Jezus nam opnieuw het Woord en zei: Ik ben het Licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft. “  

Het licht staat symbool voor de waarheid de openbaring van God Die de macht heeft om te redden en te verzoenen. 

“ De Heer zegt: Ik heb alles gemaakt. Ik heb de hemel en de aarde gemaakt. Uit de hemel laat Ik regen vallen op de aarde, zodat er planten kunnen groeien. En de mensen op aarde zal Ik bevrijden, zij zullen gered worden. Alles zal goed en mooi worden.” ( Jesaja 45 : 8 ) ( SB, de Bijbel in gewone taal, MH, NBV ) 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *