1 Korinthe 15 : 1 – 11

Het geloof baseert zich op wat geopenbaard is en op het historische werk van Jezus Christus. ( 1 Kor. 15 : 3-4. 6 ) Als iemands geloof qua inhoud niet overeenkomt met het Evangelie dat Paulus verkondigde was het tevergeefs. Deze ernstige waarschuwing vormt de inleiding op het ernstige onderwerp dat de apostel in 1 Korinthe 15 aan de orde gaat stellen. Het werkwoord “ doorgeven “ dat in de grondtaal gebruikt wordt, duidt op het doorgeven van een traditie. In dit tekstverband zou het kunnen betekenen dat Paulus in de volgende verzen teruggrijpt op een geloofsbelijdenis van de Oude Kerk. Het is een feit dat hij de kern van het geloof gaat samenvatten. 

Paulus heeft het over de verschijning van Jezus aan twaalf leerlingen. Dat lijkt niet te kloppen, want Judas was er immers niet meer bij? Maar we moeten dit opvatten als een technische term waarmee de apostelen aangeduid werden. Ze werden overal “ de twaalf “ genoemd, en dat bleef zo. Er waren mensen in Korinthe die de leer over de opstanding uit de doden ontkenden. Ze geloofden  ook niet in de realiteit van het laatste oordeel. De apostel Paulus heeft daarover gehoord en legt zich er in 1 Korinthe 15 op toe om deze feiten te verhelderen. De leer van opstanding en dood van Christus is het fundament van het christelijk geloof. Zodra je deze pijlers wegneemt stort het hele geloofsgebouw in, en blijft er niets van over. Alleen door deze leer kunnen wij op eeuwige zaligheid hopen. ( vs 2 ) 

Wij geloven tevergeefs, tenzij we blijven volharden in het geloof van het Evangelie. Dood en opstanding van Jezus Christus zijn de inhoud en het wezen van de evangelische waarheid. 

Dit gegeven wordt op allerlei manieren en plaatsen in het Oude Testament weergegeven. 

  • Jezus Christus is voor onze zonden gestorven. Hij werd begraven en is van de doden opgestaan, zoals voorzegd in de profetie van de Schriften. Het is een sterke bevestiging van ons geloof om te zien hoe exact het Evangelie uit het Nieuwe Testament overeenkomt met de oude profetieën. 
  • Er was het getuigenis van vele ooggetuigen die Christus gezien hebben nadat HIj was opgestaan uit de doden. Elk paar ogen dat Hem na Zijn opstanding zagen, vormde een onweerlegbaar bewijs hiervan. Dat waren de leerlingen, en meer dan 500 broeders aan wie Hij verschenen was. Paulus noemt zichzelf als de laatste aan wie Hij verschenen was. Dat was onder bizarre omstandigheden gebeurd, hij was op weg naar Damascus, om de gemeente van Jezus Christus ter plaatse uit te roeien. Paulus was niet zoals de andere leerlingen drie jaar door een persoonlijke omgang met Jezus gevormd. Hij was niet bij de vele dagelijkse lessen geweest, en moest het doen met die ene keer, daar, op weg naar Damascus. Daarom noemt hij zichzelf ook een ontijdig geborene, en vond hij zichzelf de minste onder de apostelen. Zijn vroegere blindheid zat hem nog erg dwars. Een nederige geest bij grote talenten is een groot sieraad voor ieder mens. Alles wat waardevol in Paulus was, bleef hij altijd toeschrijven aan de genade van God. Hoewel Paulus zich terdege bewust was van zijn ijver en dienstbaarheid wist hij zich toch een schuldenaar aan de Goddelijke genade. Hij schaamde zich er niet voor om dat steeds te herhalen in zijn brieven.
  • Ondanks dit feit was deze apostel zich er van bewust dat niet alleen hij, maar ook alle andere apostelen altijd hetzelfde Evangelie preekten, op alle plaatsen waar ze kwamen. Ze waren er allemaal van overtuigd dat Jezus Christus Degene was die gekruisigd was, en gedood, maar daarna uit de doden was opgestaan. Hij was de hele Inhoud en het Wezen van het christendom. Bij dat geloof leefden zij, en stierven ze!

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *