Waarom de opstanding? ( 1 )

 

Maria Magdalena had de blijde boodschap van Jezus` opstanding nauwkeurig overgebracht. “ Ik heb de Heere gezien! “ had ze uitgeroepen.  “Hij had het over Zijn hemelvaart! “ Mijn broeders en zusters “ had Hij Zijn leerlingen genoemd. “ Mijn Vader en Uw Vader “ daar was het ook over gegaan. Hoe had Hij dat kunnen zeggen? Na alles wat er gebeurd was? Het verraad? Het wegvluchten?

Voor de leerlingen had Maria `s boodschap niet veel goeds gebracht. Ze geloofden er niets van. Aan de avond van de eerste dag van de week zaten ze angstig op een kluitje. Doodsbenauwd voor de Joden. Alle deuren bleven hermetisch afgesloten want een inval van de Joodse machtshebbers was wel het laatste waar zij op zaten te wachten. Somberheid. Hun onrustige geweten kwelde en roerde zich. Hun houding op het moment van Jezus arrestatie stond op hun netvlies gebrand. Waanzin dat gepraat van Maria Magdalena over broeders en zusters. Alsof het ooit nog goedkomen kon tussen Jezus en hen. Onmogelijk!

Dergelijke gedachten kwelden hun onrustige geest. Het traumatisch gebeuren na Getsemané  zich als een lugubere film voor hun ogen repeterend. Koortsachtig denken. Geen enkele hoop. Als verloren schapen hokten ze angstig bijeen. Onverwacht en ongedacht hun Herder verloren. Maria Magdalena, houd je mond maar liever.

Ineens! Jezus!

Hoe was Hij gekomen? Niemand wist het. Maar Hij was er!

“ Ik wens jullie vrede! “ zei Hij.

De traditionele groet.( Math. 20: 21, 26 ) Zoals vroeger.Daarna opende Hij Zijn handen. De wonden! Ze waren duidelijk zichtbaar. Rustig trok Hij Zijn lijfrok weg. Zijn zijde! De speerwond! Duidelijk zichtbaar.

Blijdschap! Geloof. Zekerheid. Het was waar! De Heere was waarlijk opgestaan!

“ Ik wens jullie vrede! “ De tweede keer.

Zoals Jezus hen twee aan twee uitgezonden had, wenst Hij hen tweemaal vrede toe. Zoals de Vader Zijn Zoon uitzond, zond de Zoon Zijn zonen uit. Ook hierin bleef Jezus in de wil en weg van Zijn hemelse Vader.

Jezus blies over Zijn leerlingen. Zoals Zijn Vader de eerste mens in het Paradijs de levensadem ingeblazen had, herhaalde zich dit herscheppende gebaar op deze tweede Eerste dag. De opdracht die daarbij hoorde was nauw verbonden met die van Jezus, en met de vergeving van zonden die Zijn discipelen in de hele wereld zouden aankondigen.( Math. 28)

“ Ontvang de Heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven. Vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.” Om deze gave van onderscheid te bezitten was het nodig dat zij de Heilige Geest ontvingen. Die hen steeds opnieuw leren zou, en indachtig maken, alles wat Jezus hen gezegd had. ( Joh. 14: 26 )

Niet te geloven, die trouwe hartelijkheid! Alsof er niets gebeurd was. Hoe was dat mogelijk? Het was de erfenis van het Kruis. Vrede verworven door gruwelijk lijden. Deze erfenis werd gelijk uitbetaald. ( Joh. 14: 27 ) Als de Heere Jezus ergens komt, dan neemt Hij alles mee. Vrede met God. Vrede in het geweten. Vrede in Christus Jezus. En een nieuwe opdracht! ( Bronnen: SV, kantt, SB, SBip, MH ) 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *