De schepping, hoe ging het verder? ( 6 )

Toen de Heere Adam schiep zorgde Hij ervoor dat hij op God leek. Mannelijk en vrouwelijk werden beide seksen geschapen. Zij kregen Gods zegen en werden in de Hof van Eden geplaatst terwijl hen de naam “ mens “ werd toebedeeld. 

Genesis 5 begint met de woorden die het opschrift en de reden van het hoofdstuk zijn. Het is het boek van Adams geslacht.

We lezen een herhaling van de korte episode van diep geluk toen de schepping van de mens plaats vond. Dat Adam op God leek betekent dat hij dezelfde eigenschappen had als Zijn Schepper. Rechtvaardig, heilig en volkomen gelukkig. Bovendien volmaakte God Adams geluk door hem een vrouw te geven tot wederzijdse blijdschap en liefde, tevens als hulp en voor de instandhouding en vermenigvuldiging van het menselijk geslacht. 

Hoe diep tragisch was het dan ook dat Adam na zijn val en ongehoorzaamheid een zoon kreeg die naar zijn gelijkenis was. Niet langer volmaakt, maar zwak en zondig zoals hij zelf was geworden.

Onbeschrijflijk gelukkig contrasteerde het genadeverbond dat opgericht was. De Heilige Geest waakte over elk detail van het menselijk leven en zorgde ervoor dat de lijn van de geslachten opgetekend werd. Er leefden vijf patriarchen voor de zondvloed. Seth, Enos, Kenan, Mahala-el en Jared. Er was deze mannen een bijzonder lang leven beschoren. De Heere zorgde ervoor dat zij de heilsgeschiedenis van generatie op generatie konden navertellen. Adam werd 930 jaar oud. Toen stierf hij. De straf op de zonde werd werkelijkheid. Hij keerde terug tot het stof waaruit hij genomen was. Hetzelfde lot ondergingen de andere vijf patriarchen. Hoewel ze allemaal bijna een eeuw oud werden, stierven ze om terug te keren tot stof zoals de Heere had gezegd.

Het leven op aarde was zwaar en moeilijk geworden. Het vergde een uiterste inspanning van de mens om de grond te ontginnen, te bewonen en te bebouwen.

Opmerkelijke naam tussen deze generaties was de naam van Henoch. Henoch leefde voor God. Hij stelde zich de Heere altijd voor ogen. Alles wat hij van zijn voorouder Adam gehoord had lag opgesloten in zijn hart. Het leven op de aarde werd door hem geleefd alsof hij reeds in de hemel was. God de Heere was de inhoud en vreugde van zijn hart! Omdat Henoch niet leefde zoals de anderen, stierf hij ook anders. God nam hem tot zich. Op een dag was hij er niet meer. Zijn geloof was zo groot dat hij ervoor beloond werd en de dood niet heeft gezien. ( Hebr. 11: 5 ) Het hart van Henoch rustte door het geloof in de beloften van God. Henoch –  die er nooit iets van had gezien – geloofde zó sterk dat de Heere er Zelf getuigenis van wilde geven. Wat bijzonder! 

God nam hem met lichaam en ziel op. Zo werd hij een profetische patriarch die de belofte belichaamde dat de beloofde Verlosser voor al Zijn kinderen de dood zou overwinnen!

Acht keer herhaalt Genesis 5 het sterven van de mens als een triest refrein. Een herinnering aan Gods oordeel na de ongehoorzaamheid van het eerste paar. De duur van een mensenleven was niet alleen eindig geworden, maar werd ook steeds korter.

Veel samenlevingen bevatten lineaire geslachtsregisters, waarin alleen degenen die een sleutelpositie in het geheel van het geslacht hadden werden genoemd.

Uiteindelijk werd Noach geboren. Zijn naam betekent “ rust. “ Zijn vader Lamech zei: “ We moeten heel hard werken op het land. Want de Heere heeft ervoor gezorgd dat het slecht gaat met de grond. Maar deze zoon zal ons troosten in ons harde leven. “ Zijn opmerking verried een diepe hoop dat hij tot meer dan een gewone zegen zou worden voor zijn geslacht. 

Zo zien we de twee kenmerken van genade: geloof en hoop, helder oplichten in het donker van het zwoegende bestaan van de mens. Het derde aspect, de Liefde zag vanuit de hoge hemel in ontferming op hen neer!

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *