Jesaja 8 – 9:1

 

De profeet Jesaja heeft vanaf 740 v Christus  – het sterfjaar van koning Uzzia – zijn dienst vervuld in het koninkrijk van Juda.( 6: 1 ) De situatie en periode waarin Jesaja zijn dienst heeft verricht staat beschreven in 2 Kon. 15 – 21 en 2 Kron. 26 – 33. Koning Uzzia laat bij zijn dood een voorspoedig krachtig rijk na, goed bewapend en versterkt. Maar deze positie kwam slechts ten goede aan een minderheid van de Judeeërs. Het overige volk werd onderdrukt en uitgebuit. Jesaja de profeet zou het maatschappelijk kwaad en de corruptie aan de kaak stellen. Het ziet er naar uit dat koning Hizkia vanaf 727 door zijn vader tot mederegent is benoemd  maar zonder feitelijke macht uit te kunnen oefenen. Na de dood van zijn vader rond 715 zal hij zelf aan de regering komen. Getrouw aan de Heere voert hij met vaart een omvangrijke godsdiensthervorming door. De troonsbestijging van de nieuwe Assyrische koning Sanherib in 705 biedt hem de gelegenheid tegen het Assyrische juk in opstand te komen, en hij zegt de jaarlijkse schatplicht op.

Daarop vallen de Assyrische legers Juda binnen in 701 en belegeren Jeruzalem. Jesaja moedigt Hizkia aan om stand te houden, niet op de Assyrische kapitulatievoorwaarden in te gaan en voorzegt bovendien de Assyrische nederlaag.

In de tijd dat Achaz over Juda regeerde was het noordelijk rijk van Israël een bondgenootschap tegen Assyrië aangegaan. Zij wilden het koninkrijk van Juda in hun verbond betrekken. ( 7: 1 ) Het koningshuis van David, dat dit bericht hoorde, sloeg de schrik om het hart. De bijbel zegt dat zij beefden als bomen in de storm. ( 7: 2 ) Maar Jesaja moet hen samen met zijn zoon opzoeken en hen er op wijzen dat er slechts één ding is dat hen zal behouden:  vertrouwen op God. ( 7: 9 ) Het belegerde Jeruzalem zou via het water uit de Gichonbron van het allernodigste voorzien blijven. ( zie ook 2 Kron. 32, 4, 30 ) Dit beeld duidt wellicht op het rustige geloof in de Heere of ook op de nietige en verborgen middelen die de Heere vaak gebruikt.

Hoewel de profeet te maken heeft met veel ongeloof en afwijzing, blijft hij gehoorzaam aan de opdracht van de Heere om zijn vertrouwen in Hem te blijven stellen. Daarom ziet hij ook veel meer van God dan het volk van Jacob, voor wie God Zich verborgen houdt. ( vs 17 )

Conclusie: vertrouwen op God is één van de grondvoorwaarden voor de Heere om Zichzelf aan ons als mensen te openbaren, ons te leiden en veel van Zijn Eigenschappen te laten zien. Veel mensen zien dit niet en zullen daarom overal heenzwerven om in hun geestelijke noden voorzien te worden. ( vs 21 – 22 ) Hun situatie staat beschreven in voornoemde  verzen.

Jesaja ziet echter verandering komen en profeteert over de hele moeilijk situatie heen een profetie van licht: de Messiaanse heerschappij van recht en vrede. ( 9: 6 )

Door het geloof en door de Heilige Geest verlicht profeteert hij over de komst van de Heere Jezus. Immanuël! Het schitterende licht van Zijn dienst – die Hij hier op aarde zal gaan verrichten – zal in het verachte Galilea plaatsvinden. Dit gebied werd wel het domein van andere volken genoemd omdat de bevolking sterk gemengd was met niet – Israëlieten. Er waren hier tegen Gods bevel in Kanaänieten overgebleven ( Richt. 1: 33 ) en Salomo had een deel aan de koning van Tyrus geschonken. ( 1 Kon 9: 11 – 13 ) Tijdens de ballingschap vestigden zich er heidense volken. Jesaja verkondigt dat juist hier de openbaring van het Goddelijke heil plaats zal vinden!

De Heere wil ons hiermee zeggen dat de bevrijdende boodschap van Gods genade in Christus Jezus werkelijkheid geworden is! De uitdrukking Gij hebt de blijdschap niet groot gemaakt kan ook worden vertaald met “ Hebt Gij niet de blijdschap groot gemaakt? “ Dit is wat God doet met ons hart. Wij zelf kunnen dat niet. Het is de uitwerking die de Heere alleen ons geven kan. De blijdschap wordt vergeleken met de overwinning van Gideon op de Midianieten zegt Matthew Henry.

De Heere wil deze boodschap in ons hart planten, ons geen vrees voor mensen aanjagen, maar wel vrees voor Hem. Er staat in de SV ” de Heere der heerscharen zult gij heiligen.” ( jes. 8: 13 ) De gelovige vrees van God is een bijzonder bewarend middel tegen de verontrustende vrees voor mensen. Gods waarheid is wat echte bevrijding geeft en ons zal veranderen!

Er worden ons in het eerste vers van hfdst 8 drie dingen beloofd die allen uiteindelijk heenwijzen naar de genade van het Evangelie waarmee wij ons mogen vertroosten op elke bewolkte dag van ons leven.

  • Een heerlijk licht ( de profetie van Gods woord, het Evangelie van de Heere Jezus Christus )
  • Het Licht van Christus dat onze kennis van Hem steeds groter en dieper zal maken en daarom ons hart van stap tot stap meer zal verlichten en verblijden.
  • Het heerlijke licht van Christus dat ons laat weten dat Hij de Bewerker van ons eeuwige geluk en van ons eeuwige Leven is en daarom onze Vrede werd!

 

conclusie:

Hoewel wij in een donkere tijd leven en overal om ons heen de oordelen van de Heere waarnemen, is er blijdschap, hoop en toekomst voor elk die in het duister dwaalt. Wij hoeven niet te dwalen als we onze zielsogen op Christus richten, en elke dag onze schulden en zonden voor Hem belijden. Wij zullen in het komen tot Hem ervaren dat de hitte van Zijn gramschap is geblusd. Dit is een werkelijkheid voor elke leerling van de Heere Jezus!

( Bronnen: Studiebijbel in perspectief / de SV met uitleg / kanttekeningen SV / Matthew Henry )

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *