De schepping ( 5 )

 

De vijfde dag

Op de vijfde dag wordt voor het eerst een bijzondere uitdrukking genoemd. God de Heere gaat Zijn schepping zegenen! De Goddelijke zegen – één van de hoofdmotieven van Genesis –  wordt voor het eerst uitgesproken. Deze loopt als een rode draad door heel Gods volmaakte scheppingswerk. ( zie ook 1: 28 / 2: 3 / 5: 2 / 9: 1 / 12: 3 / 17: 16 / 20 )

“Het water moet vol worden en wemelen van levende wezens! ”  beval God. “ En boven de aarde, langs het hemelgewelf moeten vogels vliegen. “Zo schiep God de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water krioelt en wemelt, “en ook alles wat vleugels heeft.” De weelderigheid van de tekst suggereert een overvloedige vruchtbaarheid. In oude scheppingsverhalen worden zeemonsters geassocieerd met de oerchaos. Je vind ook de vertaling slang ( Ex. 7: 9 ) krokodil ( Ezech. 29: 3 ) of Leviathan ( Job 3: 8 ) Daar wordt een dier mee bedoeld dat ongeacht zijn grootte een plek in de wereldorde heeft die door God wordt geschapen en aan Zijn wil onderworpen is.

De kruipende en wilde dieren worden in het Hebreeuws met één woord vertaald. Zelfs de insecten horen erbij. Niets is meer of minder, alle zijn ze kostbaar en uniek gemaakt.Elk dier ontving van de Schepper zijn eigen kenmerken. Prooidieren en roofdieren, herbivoren en carnivoren, dieren met schubben en vachten, holtedieren, wormen, weekdieren, geleedpotigen, stekelhuidigen, gewervelden, sponzen, stekelhuidigen, zelfs dierlijke cellen! Ze waren er allemaal in één geweldige scheppingsopdracht van onze weergaloze God.

Het ruisen, bruisen, borrelen, en druppelen van het water werd gecompleteerd met alle mogelijke dierengeluiden. Apen krijsten, beren gromden, bijen zoemden, duiven koerden, eenden snaterden, eksters klapten, everzwijnen briesten, ezels balkten, fasanten kokkerden, ganzen gakten en ezels mekkerden!

Giraffen neurieden, hanen kraaiden, herten burlden, honden basten, blaften of keften. Leeuwen brulden, jakhalzen huilden en muizen piepten!

Olifanten trompetterden en ooievaars klepperden.Paarden hinnikten en papagaaien krijsten. Uilen krasten en valken kiekerden. Vinken tsjokkelden en wolven huilden in het bos.

Alle zangvogels fluitten en zongen het hoogste lied! Reeën briesten en slangen sisten. Dat was allemaal tot eer van hun Schepper! En God zag dat het goed was! Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag was voorbij. Wat een dag!

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *