Mattheüs 28 ( 2 )

Met een paar stappen had hij de Meester de afstand die Hem van hen scheidde overbrugd. Hij kwam naar het groepje geliefde leerlingen toe en gaf zulke overtuigende bewijzen van Zijn opstanding dat hun schommelende weegschaal doorsloeg. Hun geloof kreeg de overhand over hun twijfels. Jezus kwam en praatte weer net als vroeger, zoals een vriend met een vriend! Daarbij overhandigde Hij de jongeren de grote oorkonde van Zijn Koninkrijk in de wereld. En Hij zond hen uit met macht en kracht. 

Allereers vertelde Hij linea recta Wie Hij was. “ Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.” zei Hij. Zonder Zijn verschijning hier op aarde was er geen hoop op een eeuwige toekomst. Maar nu was alles anders geworden. Hemel en aarde, het hele universum waren bij dit geweldige feit betrokken. Het koninkrijk van God was nog nooit zo dichtbij geweest, nu het lijden en sterven volbracht was. Jezus had de macht ontvangen. Die was Hem gegeven door een schenking van Hem die de Bron van alle zijn is, en dus ook van alle macht. 

Dat was altijd al zo geweest. Jezus was immers God, gelijk aan de Vader? Maar Hij was meer geworden. Jezus had het zondeprobleem opgelost. De grote Verzoening tussen God en mens was door Hem tot stand gebracht. Nu had Jezus werkelijk alle macht als Middellaar, en als God- Mens. Jezus de Zondeloze, zou Zijn macht altijd alleen maar ten goede aanwenden. Hierin zou HIj fundamenteel verschillen van alle gewone mensen. Hij zou die aanwenden om allen die Hem door de Vader gegeven waren eeuwig leven te geven. ( Johannes 17 : 2 ) 

Met deze macht was Hij na Zijn opstanding nog glansrijker bekleed. Ze was voor het blote oog niet zichtbaar geweest in het kleine Kind in de kribbe, maar steeds zichtbaarder geworden door Zijn edele geest en karakter, door de wonderen die Hij verrichtte, en de wijsheid die Zijn antwoorden kleurden.  

In de hemel heeft Jezus de heerschappij over de engelen. Hij heeft de macht van Voorspraak bij Zijn Vader. Jezus hoeft niet als een smekeling voor God te verschijnen, Hij komt voor Zijn Aangezicht met een redelijke eis, en zegt: “ Vader Ik wil dat waar Ik ben, ook die zijn, die U mij gegeven hebt. “ 

Jezus trad onder de mensen op als een Gezaghebbende door de dienst van de verzoening. Alle zielen zijn van Hem en daarom moest elk hart en elke knie zich voor Hem buigen. Bovendien moest alle tong belijden dat Hij Heer is. 

Met Zijn krachtige woorden nam de Meester de schaamte bij Zijn leerlingen over Zijn smadelijke kruisdood weg. Er was helemaal geen reden om zich voor Hem te schamen omdat ze Hem zo verheerlijkt voor zich zagen. 

Haarfijn deed Jezus uit de doeken wat ze verder moesten doen. Zijn woorden waren geen verwijt maar een bemoediging. “ Ga dan heen, onderwijs alle volken, wees niet bang, Ik heb jullie deze opdracht gegeven. “  

Het verbond van God beperkte zich niet langer tot de Joden. Vroeger mochten ze de weg van de heidenen niet inslaan, maar nu wel. Niemand was er nog uitgesloten. Alleen mensen die zichzelf door ongeloof buitensloten. 

De verkondiging over de zaligheid moest een algemene zaligheid zijn. Het christendom moest ineengevlochten worden met de nationale instellingen. De koninkrijken van de wereld moesten de koninkrijken van Christus worden. De leerlingen moesten hun uiterste best doen alle volken christelijke volken te maken. Het werk van de leerlingen was het oprichten van een christelijke godsdienst aan alle plaatsen. Een eervolle opdracht! 

In de eerste plaats moesten ze leerlingen maken door de plechtigheid van de doop. Deze doop moest bediend worden op gezag van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dat impliceerde namelijk het Goddelijk gezag dat aan deze instelling ten grondslag lag. Christus Jezus zou altijd de Eerste Koning, Priester en Profeet zijn en blijven. Daar stonden de leerlingen. De grote wijde wereld opende zich voor hun geestesoog. Jezus zou weggaan, en hun levensreis omvatte door Zijn woorden een reikwijdte die hun bevattingsvermogen nog te boven ging. 

Hoe moesten ze dat allemaal voor elkaar krijgen? Daar zou Jezus voor blijven zorgen! Elke dag zou Hij in de Geest bij hen zijn. Zijn lessen en woorden in hun hart zouden door de Heilige Geest tot volle bloei komen. Ze zouden met grote vrijmoedigheid doorgevers van het Evangelie worden. 

Nee, Jezus komst was niet tevergeefs geweest. Hoewel de wereld zich naar haar einde zou spoeden, zou het Evangelie stand houden, groeien en bloeien, tegen alle verdrukking in. Deze laatste woorden van de Opgestane kondigden de ingrijpende verandering aan die op komst was. De hele aarde zou het goede nieuws van het koninkrijk horen. 

En zo is het gebeurd. De woorden van Jezus en van Zijn Evangelie rollen nog elke dag over de aarde heen. Veel mensen komen tot inkeer, en komen tot Hem. Anderen wijzen Zijn boodschap af. De één doet dat beleefder dan de ander. De één heeft een andere smoes als de ander.Het maakt niet uit. Van de discipelen lezen we niet dat ze nog ooit de schuld aan iemand anders gaven met betrekking tot hun wandel achter Jezus aan. 

Als straks de jongste dag aanbreekt, zal Jezus terugkomen op de wolken van de hemel. Alle oog zal Hem zien. Jezus zal dwars door ons heenkijken. Wie hier op aarde Zijn woorden serieus genomen zal hebben, en zich tot God gewend heeft, zal hartelijk door Hem verwelkomd worden. Hij zal het koninkrijk geven aan een volk dat het vrucht liet dragen. ( Math. 21 : 43 ) 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *