Mattheüs 28 ( 1 )

De elf leerlingen gingen naar Galilea. Ze gingen naar de berg die Jezus genoemd had. Toen ze Jezus zagen knielden ze voor Hem neer. Maar sommige leerlingen twijfelden. Jezus kwam dichterbij en zei tegen de leerlingen: “ God heeft Mij alle macht gegeven, in de hemel en op de aarde. Jullie moeten naar alle volken gaan, zodat iedereen Mijn leerling kan worden. Jullie moeten de mensen dopen in de naam van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer de mensen om zich te houden aan alles wat Ik jullie verteld heb. En vergeet nooit: Ik ben altijd bij jullie, totdat de nieuwe wereld komt. “  ( Math. 28 : 16 – 20 ) 

Mattheüs had zonder opsmuk de opstanding van Jezus beschreven. Je vind er geen spoor van de wonderbaarlijkheid in terug die de literatuur van die tijd daarin gelegd heeft. Mattheüs beschrijft de reactie van de vrouwen en het verslag van de bewakers. Zoals altijd wanneer er iets bijzonders gebeurt deden er in het hele land de meest woeste verhalen de ronde over de opstanding van Jezus. De Joodse leiders namen hun toevlucht tot ongeloof en leugens terwijl de soldaten zich met zwijggeld om lieten kopen om fabeltjes de wereld in te sturen. 

Dwars door alles heen wist Jezus dat Hij Zijn missie hier op aarde volbracht had. In het geheim verzamelde Hij Zijn leerlingen om Zich heen. Ze moesten nog één keer een lange reis afleggen om Hem te ontmoeten. Hoewel het eigenlijk niet nodig was om helemaal naar Galilea te gaan hadden de leerlingen geleerd de bevelen van Jezus op te volgen. En kwamen ze terecht op de berg waar Hij Zijn eerste openbare rede gehouden had.  ( Matth. 5 ) 

“ Het echte geluk is voor mensen die verdriet hebben. Want God zal hen troosten. Het echte geluk is voor mensen die vriendelijk zijn. Want aan hen zal God de aarde geven. Het echte geluk is voor mensen die goed zijn voor anderen. Want God zal goed voor hen zijn. het echte geluk is voor mensen die eerlijk zijn. Want zij zullen God zien. Het echte geluk is voor mensen die vrede sluiten. Want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Het echte geluk is voor mensen die lijden omdat ze doen wat God wil. Want voor hen is Gods nieuwe wereld. Het echte geluk is voor jullie. Jullie zullen het moeilijk hebben omdat je bij Mij hoort. Misschien schelden mensen je uit, of willen ze je gevangen nemen. Misschien vertellen ze allerlei leugens over je. Als dat gebeurt moet je blij zijn, en vrolijk. Want jullie krijgen een grote beloning in de hemel. “ 

Dat had Hij allemaal gezegd. De leerlingen hadden er niet zoveel van begrepen. Maar na de drie jaar die ze met Hem opgetrokken hadden, waren de woorden van Jezus in een totaal ander daglicht komen te staan. Ze waren er doodsbenauwd vandoor gegaan in de nacht waarin Hij verraden werd. Er waren in die drie jaren zelden momenten geweest dat ze zich echt gelukkig gevoeld hadden. Het was steeds minder goed gegaan eigenlijk. Uiteindelijk waren ze allemaal weggevlucht. In de gruwelijke nacht van het verraad. 

Hun ziel voelde feilloos aan dat de hoge waarden die de Meester van hen vroeg voor hun aards gezinde harten veel te hoog gegrepen waren. Ze hadden het idee laten varen dat Jezus hen van de Romeinen verlossen zou. Ze hadden vol ontzetting gezien hoe Hem de kleren van het lijf gescheurd werden, en ze Hem bloedend en naakt aan het kruis vastspijkerden. Vol wanhoop en verdriet hadden ze Hem in het graf terecht zien komen. Ze konden geen antwoord vinden op de vraag over het volgen van Jezus, en over de toekomst van Zijn Koninkrijk.

“ Jullie zijn het zout in deze wereld. Zout heeft een sterke smaak. Maar als het zijn smaak verliest, kun je het niet opnieuw zout maken. Dan is het waardeloos en wordt het weggegooid. Jullie zijn het licht in deze wereld. Een stad op een berg is voor iedereen zichtbaar. Niemand zet een brandende lamp onder een emmer. Je zet een lamp juist hoog. Dan schijnt het licht voor alle mensen in huis. Zo moeten jullie ook een licht zijn en schijnen voor alle mensen. Dan zien ze de goede dingen die jullie doen. En dan zullen ze jullie hemelse Vader eren. “  

Dat had Hij ook gezegd. Van het goede was niet zoveel terecht gekomen. Hoe moesten al deze woorden in hemelsnaam werkelijkheid worden? Ze hadden er geen notie van. Daarom waren ze ongelooflijk blij toen ze hun Meester ineens weer zagen verschijnen. Ze knielden in aanbidding voor Hem neer. Maar om nu te zeggen dat ze er iets van begrepen? Helemaal niet.Sommige van de leerlingen twijfelden.

Jezus stond voor mensen nog steeds niet wisten hoe het ooit goed moest komen met het Koninkrijk van God. ( SB, MH, SV, NBV, kantt, de Bijbel in gewone taal ) 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *