Freiheit eines Christenmenschen ( 7 )

In de derde plaats bestaat de ongeëvenaarde heerlijkheid van het geloof hieruit: dat het de ziel met Christus verbindt, zoals een bruidegom met zijn bruid. Paulus zegt dat Christus en de ziel een eenheid worden. Maar als ze één geworden zijn, en het een waarachtig huwelijk is tussen Christus en de ziel, dan wordt het een eenheid waarvan het aardse huwelijk maar een onvolkomen afschaduwing is. Toch kun je door deze vergelijking de conclusie trekken dat net als in het aardse huwelijk zowel de goede als de kwade dingen een eenheid worden. Zo mag de gelovige ziel de dingen die Christus heeft, als zijn eigendom aanvaarden, terwijl de ziel zich tegelijkertijd mag verblijden en beroemen in het feit dat Christus alles van de mensenziel als Zijn eigendom aanneemt. 

Wanneer je deze zaken samenvat, dan ontdekt je dingen die van onschatbare waarde zijn. 

Christus is vol van genade, leven, en zaligheid. De mensenziel is vol zonden, dood en strafwaardige dingen. Maar als het geloof tussenbeide komt – het geloof dat erop vertrouwt dat de zonden het eigendom van Christus geworden zijn – evenals de dood en de hel, en dat de ziel genade, leven en zaligheid ontvangt, dan wordt het anders. 

Want omdat Christus de Bruidegom van onze ziel is, aanvaardt Hij alles van Zijn geestelijke bruid. Bovendien geeft Hij haar alles wat van Hem is. Hoe zou Hij, die Zijn lichaam en Zichzelf geeft, niet alles wat van Hem is geven? En als Hij de bruid aanvaardt, hoe zou Hij dan niet alles wat bij haar hoort aanvaarden? Nu komt het bijzonder boeiende schouwspel van deze eenwording aan het licht. Het is een heilzame strijd en overwinning, een heilzame verlossing en een heilzaam behoud. 

Aangezien Christus Jezus God en Mens is, een God die zondeloos is, onsterfelijk en nooit veroordeeld, aangezien Hij zelfs niet zondigen, sterven of veroordeeld worden kan, en Zijn rechtvaardigheid, leven en heil, onoverwinnelijk, eeuwig, en almachtig zijn, aangezien zo Iemand de zonde, dood, en de hel van de bruid door het geloof aanvaard heeft, gebeurt er een wonder. Want Christus gedraagt zich alsof Hij Zelf gezondigd had, en Hijzelf in zielenood zou zijn gekomen en in de hel zou zijn neergedaald. Dit deed Hij opdat Hij in alles Overwinnaar zou zijn, en de zonde, de dood, en de hel Hem niet konden opeisen. Het was noodzakelijk dat deze zaken allemaal door Hem verzwolgen zouden worden, in een verbijsterende tweestrijd. 

Want de rechtvaardigheid van God is veel sterker dan alle zonden bij elkaar. Zijn leven is machtiger dan elke dood. Zijn kracht tot ons behoud overwint zelfs de hel. 

Zo wordt de gelovige ziel door de bruidsschat die haar geloof in Christus – haar Bruidegom – haar brengt, van al haar zonden bevrijd. Ze wordt ook van de dood bevrijd, en op een veilige plaats gebracht, veilig voor de hel. Verder wordt ze begiftigd met eeuwige rechtvaardigheid, eeuwig leven, en met het heil dat haar gegeven wordt door haar Bruidegom Christus. 

Zo stelt Christus Jezus Zichzelf een vlekkeloze en rimpelloze bruid voor ogen. Ze is bestemd voor Zijn heerlijkheid, terwijl Hij haar reinigt door het levendmakende Woord. Door het geloof in het Woord dat ten leven leidt, maakt Hij de mensenziel tot Zijn bruid via geloof, ontferming en medelijden.  

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *