Wolkenboog ( 1 )

Marco en ik hadden beiden onze wieg in een groot gezin staan. Vele broertjes en zusjes omringden ons al vanaf de geboorte. Bijzonder en bevoorrecht voelde ik mij daarbij.

Als zestienjarige Zeeuwse blom ontmoette ik mijn prins. Hij was al negentien! Zo groot, zo stoer en zo sterk, geweldig! Ik trok de stoute schoenen aan en belde zijn moeder. “Marco heeft al verkering hoor!“ zei ze. Daar baalde ik van. Er zaten nog wel meer jongens op het koor, maar niet één was zo interessant als hij. Marco was vriendelijk en hij had een snorretje, ook al zoiets bijzonders! Hij had hele vreemde kleren aan, maar daar gaf ik niets om.

Op een zekere zaterdagavond was er een zangavond. Hij zat aan de andere kant van het gangpad en lachte even naar me. Helaas zat zijn vriendin als de wrekende gerechtigheid naast hem. “Hij is van mij hoor!“ siste ze mij toe. Natuurlijk, hij was van haar.

Gelukkig duurde dat niet lang, de verkering ging uit! En er kwam weer een zangavond in zicht. Het mannenkoor zong, maar Marco was er niet. Wat een pech. Ik baalde weer.

Plotsklaps, bij de tussenzang kwam hij binnen. En aan het einde van de avond vroeg hij ons mee uit naar hotel Irene. Elke zaterdagavond werd daar een jongerenavond gehouden. Kinderen van zestien zoals wij mochten daar nog helemaal niet komen, maar dat ouderlijk verbod was direct vergeten! Ik keek mijn ogen uit op de huwelijksmarkt. Maar wie ik ook zag, Marco bleef met kop en schouders boven de rest uitsteken.

Zo kregen we verkering. Na drieënhalf jaar trouwden we en werd al snel ons kroost geboren. Het waren lieve baby`s, maar reeds vanaf de peuterleeftijd vond ik het opvoeden van twee van onze jongens een pittige opgave. Ze hadden veel temperament en dat zorgde vaak voor heftige situaties. We zaten soms letterlijk met de handen in het haar terwijl onze boeven de boel op stelten zetten!

Gelukkig zochten we tijdig hulp. Van alle gesprekken en cursussen hebben we veel geleerd. Als moeder heb ik moeten leren om de lat niet te hoog te leggen, want kinderen moeten kunnen spelen, zich ontwikkelen en zichzelf kunnen zijn. Het ene kind is nu eenmaal het andere niet. Als ik naar hun kinderfoto`s kijk denk ik: “Wat een schatjes waren jullie toch eigenlijk!“. Misschien wilde ik als opvoeder te graag perfect zijn, naar mijzelf toe, naar mijn familie, en naar de mensen om mij heen.

Marco had een drukke baan en werkte vaak, ook op de zaterdagen. Vaak trok ik er alleen op uit met de kids. Het leuke was dat Marco en ik doordeweeks samen een vrije dag hadden. Superfijn voor je relatie.

Nu de kinderen groot zijn kijk ik terug en stel met verwondering vast dat onze relatie zich verdiept heeft. We hebben veel meer tijd voor elkaar gekregen, hoewel onze kinderen nog steeds nadrukkelijk aanwezig blijven in ons bestaan! Alle perikelen rondom hun huwelijk en zelfs rondom de geboorte van ons eerste kleinkind beleefden we van stap tot stap mee!

Voor ons betekent de kerkelijke gemeente bijzonder veel. Zij is een deel van ons leven. Zo ben ik opgevoed.
Was je zeven jaar? Naar het kinderkoor.
Twaalf jaar? Naar de catechisatie.
Dertien? Naar de jeugdvereniging, natúúrlijk, vanzelf!
Verkoping van de vrouwenvereniging? Wij waren er de hele dag!
Dat was geen verplichting, maar een vraag van de Heere: “Wil je Mij dienen?”
Zo ging je meehelpen, meezingen, meedoen!

Dit is zo langzamerhand vooral ook een zaak van de juiste dosering geworden. Elk woord waar “te“ voor staat, dat is niet goed (behalve te-vreden).

Ons huwelijk ging niet vanzelf, verliep niet als een sprookje, maar als een realiteit. Er waren operaties, ongelukken en er was verdriet. Onze relatie heeft zich verder ontwikkeld. Dat ging niet altijd zonder slag of stoot. Zelf heb ik moeten leren een stapje terug te doen en Marco een stap vooruit te gunnen. Je kunt weleens boos zijn op elkaar, het totaal oneens, heel ver van elkaar verwijderd. Welk echtpaar overkomt dit niet? Laat de zon niet ondergaan over uw toornigheid, dat was een realiteit, zo moesten we altijd weer schoon schip maken `s avonds.

Ik laat de zaken niet gemakkelijk los, heb Marco niet altijd genoeg gewaardeerd. Dat moet ik eerlijk toegeven. Het is een trigger om in alle dingen het positieve te zoeken en elkaar te benoemen wat er goed gaat in plaats van wat er fout is.

De Heere neemt ons elke dag weer in liefde aan als we lopen te sloffen van gemopper of van ongeduld. Bij Hem mogen we terugkomen, maar ik heb altijd geworsteld om dat in de praktijk te brengen. Uit de aarde aards, dat moet ik ervaren. Dat maakt de verwondering des te groter dat de Heere zegt: “Er is plaats bij Mij”. Dat geldt voor elk detail van ons bestaan.

De trouw van God staat als een boog over ons leven!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *