Lesbos

 

Mijn zus Liesbeth viert de Kerstdagen op een totaal andere manier dan anders. Dit jaar zal ze niet bij haar man en vier kids zijn. Ze zal ook geen dienst draaien als verloskundige, want ze is op het vluchtelingeneiland Lesbos. Met Mission 21 van Christian Refugee Relief is ze op 16 december naar Kamp Moria vertrokken. Op het Griekse eiland Lesbos leven 15.000 vluchtelingen in barre omstandigheden. Ze hebben vaak de afschuwelijkste verhalen over alles wat ze hebben meegemaakt. Er is veel psychisch leed als gevolg van trauma`s maar artsen kunnen vaak niet meer doen dan een paar paracetamols voorschrijven.  Met een groep van 14 mensen uit Nederland worden enkele weken vrijwilligerswerk gegeven om het leven van de vluchtelingen iets dragelijker te maken. Oorspronkelijk was het de bedoeling om tenten op te zetten voor nieuw aangekomen vluchtelingen die daar dagelijks met een bootje stranden. Maar Lesbos staat intussen zo propvol gebouwd dat er geen tentje meer bij kan. Nieuw aangekomen mensen moeten in overvolle tenten onderdak vinden, of buiten de nacht doorbrengen, daar helpen de vrijwilligers bij.

Intussen is ze gearriveerd en appt : “ Good night! Kamp Mora net weer achter ons gelaten na een enerverende en intense late dienst. We liepen wacht bij de alleenreizende jongens. Dieptrieste verhalen gehoord. Een potje voetbal gespeeld, spelletje Uno. Alle boys een dropje gegeven omdat het ‘ real Dutch ‘ is. Iedereen vraagt: “ where are you coming from my friend? “

Een midwife gesproken uit Afghanistan, een zwangere die neervalt voor onze ‘ gate ‘. Dronken jongens op het dak. Meer dan 200 new arrivals vandaag. Op zoek naar mensen voor identificatie. Opstootjes hier en harde woorden daar, ongelooflijk hoeveel er kan gebeuren in een paar uur.

Maar ook mooie jongensdromen gehoord.  “ Ik wil een dokter worden en aan de universiteit studeren. Als ik 20 ben dan kom ik terug in Moria om te helpen. Of een Somalische jongen: “ I want a lot of children, may be twenty ( !)” Heerlijk gelachen en verteld dat je in Europa maar één vrouw hebt, en dat mijn droom is dat Moria niet zo lang zal bestaan. “

Wij, de achterblijvers zijn onder de indruk en bidden voor haar, haar team, en al die vluchtelingen. Op internet lees ik vreselijke verhalen. Zoals dat van Zekria Farzad uit Afghanistan. Hij was daar met zijn vrienden in een hotel toen een zelfmoordterrorist zichzelf opblies. Zekria moest de lichaamsdelen van zijn vrienden bij elkaar zoeken. Toen besloot hij met zijn vrouw en vijf kinderen een veilig heenkomen te zoeken in Europa. Maar op zee zonk hun bootje en zag hij zijn kinderen in de golven verdwijnen. Wonder boven wonder trof hij hen later ongedeerd op het strand. Maar veel anderen hadden minder geluk.

In het vluchtelingenkamp zijn veel te veel mensen voor veel te weinig voorzieningen. Aan alles  is een schreeuwend tekort. Maar misschien nog wel het meest aan hoop. De vluchtelingen moeten anderhalf jaar wachten op een eerste intakegesprek over het vervolg van hun procedure. Ik voel me bijna schuldig dat wij in een warm en veilig huis kerst mogen vieren. Wat zijn wij beter? Helemaal niets.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *