De Bergrede ( 7 )

Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Wat een geweldige woorden kwamen er uit de mond van Christus. Als heerlijk fris water welden zij op uit Zijn hart. Nog was Hij niet uitgesproken. In het door vijandelijke legers bezette Joodse gebied waren onregelmatigheden normaal geworden. Kleine en grote opstootjes beheersten de orde van de dag. Zoals het altijd gaat wanneer een land overvallen wordt, speelden intriges en verraad hoog spel! Via achterkamertjespolitiek werden mensen letterlijk of figuurlijk de nek omgedraaid. Ook het gewone volk deed op zijn manier mee. Ze verraadden elkaar om er zelf beter van te worden.

Toen de Heere Jezus op aarde rondliep, was Tiberius keizer van het Romeinse Rijk. Hij stond als een kundig leider bekend, maar was helaas niet van donkere trekjes verstoken. Zo bezat Tiberius een uitgebreid spionagenetwerk en was hij bijzonder wantrouwend. In 26 of 27 na Christus trok Tiberius zich terug op het eiland Capri. Het besturen van het Rijk liet hij voor het grootste deel over aan zijn rechterhand Sejanus. Deze man stond bekend als iemand die een hekel had aan de Joden. Hij was verantwoordelijk voor de aanstelling van Pontus Pilatus als gouverneur over Judea.

Pilatus is ongetwijfeld de beste gouverneur geweest die we uit de Joodse bezettingsgeschiedenissen kennen, maar ook zijn optreden stelt ons voor vragen. Pilatus stond bekend als iemand die korte metten maakte met alle onlusten en direct optrad als dat nodig was. Hij was niet iemand die zich om een individueel mensenleven bekommerde. Dit feit zal aan het einde van Jezus` korte leven zijn optreden rondom de veroordeling van de Heere Jezus extra bijzonder maken, ( Math. 27/ Lucas 23 ) en is voor ons een duidelijke aanwijzing dat God oppermachtig is. De hele situatie maakt wel duidelijk dat Israël zich in een tijd bevond waarin veel gebeurde! In de tijd dat de Heere Jezus hier op aarde rondwandelde waren de Romeinen bezig met de uitbreiding van hun rijk. De Joden daarentegen keken uit naar bevrijding van de bezetting. En toen kwam Jezus. Hoe moesten de mensen Hem zien? Op welke manier paste Hij binnen het referentiekader van Zijn tijdgenoten? Was Hij een Koning? Een Rabbi? De Messias?

Zijn Zaligsprekingen, deze Bergrede, tonen Hem als de Zoon van God met een koninkrijk dat van een totaal andere orde was dan verwacht werd! Midden in een oorlogssituatie sprak Hij van vrede, en verklaarde Hij bovendien vredestichters zalig.

Vredestichters zijn mensen die geweld afzweren, en om hen heen de vrede bevorderen. In het bijzonder in vijandelijke omstandigheden. In Mattheus 5: 43 – 45 licht Jezus Zijn woorden toe, en legt een verband tussen de houding van een gelovige, en het feit dat deze een Kind van God is.

“ Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten. Maar Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor degenen die je vervolgen. Alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat immers Zijn zon opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen? Is het een verdienste als je liefhebt die jou liefhebben? Dat doen de heidenen ook. Als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk behandelen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is” ( Math. 5: 48) riep Hij hen toe, en verleende zulke mensen  het predikaat: Kinderen van God.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *