de wijzen uit het oosten

De wijzen uit het Oosten

De wijzen uit het oosten.

Door de bergen van het landschap rondom de stad Jeruzalem nadert een karavaan. We zien op de wereldkalender ongeveer het jaar zes voor het begin van onze jaartelling staan. Het koninkrijk van Herodes de Grote was verbonden met Rome omdat het overheerst werd door de Romeinen. Het bezette Joodse land werd vanuit alle windstreken van het uitgestrekte Romeinse rijk voorzien van bezetters, maar ook van informatie, kunst, wetenschap en cultuur. Vanzelfsprekend kwamen er dus véél buitenlanders naar Jeruzalem. Het was dan ook niets bijzonders om een karavaan kamelen de stad binnen te zien trekken.

Voor het paleis van Herodes komt een stoet tot stilstand. De mensen die het paleis binnengaan hebben een lange reis achter de rug. Het zijn magiërs – wijzen en geleerden – uit Mesopotamië. Ze hebben tijdens hun onderzoeksmomenten iets bijzonders waargenomen. Een ster! De verschijning van de ster is op verschillende manieren uitgelegd. Sommige geleerden denken aan een verzameling planeten, anderen denken aan een supernova of een komeet, en weer anderen hebben het over een zuiver bovennatuurlijk verschijnsel. De Bijbel noemt ons alleen een ster.

De magiërs hebben geen rust meer sinds ze deze bijzondere ster gezien hebben. Het heeft iets te betekenen, dit natuurverschijnsel daar zijn ze van overtuigd! Ze duiken in de boeken en vinden uit dat er ergens op aarde een belangrijke Koning geboren moet zijn. Die Koning willen ze zien! Ze nemen hun kamelen en gaan op weg, achter de ster aan. Zo komen ze uiteindelijk in Jeruzalem aan! Ze verwachten de Koning in de belangrijkste stad van het land te ontmoeten!

“ Waar is de geboren Koning der Joden?” vragen ze. Want wij hebben namelijk Zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om Hem te aanbidden!” Ze wachten op een enthousiaste ontvangst. Maar niets van dat alles! Niemand heeft ook maar iets gehoord over een koning! De hofhouding van Herodes is in rep en roer. En Herodes zelf schrikt zich wild. Dat is goed te begrijpen want Herodes is een koning met een slechte reputatie. Aan het einde van zijn regering liet hij verschillende leden van zijn eigen familie doden. Hij dacht namelijk dat er een complot gesmeed werd om hem ten val te laten brengen.

Het zou heel goed mogelijk zijn dat deze pasgeboren Koning hem de loef af wilde steken! Herodes beeft als een rietje bij de gedachte alleen al! De hele stad schrikt mee!

Koning Herodes wil precies weten hoe het zit. Daarom roept hij de onderwijzers, de specialisten in de interpretatie en de toepassing van bijbelteksten bij elkaar. Dat zijn de hogepriesters en de schriftgeleerden van het volk. Zij bewaken bovendien de traditie!

“ Hogepriesters, schriftgeleerden, hoe zit het met die Koning, die Messias? Waar zal Hij geboren worden? “ vraagt Herodes.

“ In Betlehem majesteit! “ antwoorden de hogepriesters en schriftgeleerden. “ Want zo staat het geschreven door de profeet! En ze zeggen de teksten al op, want die kennen ze uit hun hoofd! “En jij Betlehem uit het land van Juda, jij ben zeker niet de minste onder de leiders van Juda! Want uit jou komt een leider voort die Mijn volk Israël hoeden zal. “

Herodes luistert ademloos. “En wanneer werd de ster zichtbaar?” vraagt hij. Als de magiërs hem dat uitgelegd hebben laat de koning hen gaan met de volgende opdracht: “ Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het Kind en stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt. Dan kan ik er ook heengaan om het eer te bewijzen.”

Dat begrijpen de magiërs, en ze vertrekken. Zodra ze de stad verlaten hebben, zien ze de ster opnieuw! Hij gaat hen voor en wijst de weg! Dezelfde ster die zij hebben zien opgaan verlicht hun pad totdat hij stil blijft staan boven de plaats waar het Kind is.

Als de magiërs zien dat de ster stilstaat, wordt hun hart vervuld met een diepe vreugde. Ze gaan het huis binnen en vinden het Kind met Maria, Zijn moeder. Ze aarzelen geen ogenblik maar werpen zich op de grond en aanbidden het Kind! Ze bewijzen Het Eer!

Daarna openen ze de prachtige kistjes die ze meegenomen hebben. Daar komen de schatten al tevoorschijn: goud, wierook en mirre. Deze geschenken zijn bijzonder kostbaar, een koning waardig! Vaak kreeg een Koningskind zulke kado’s. De profeet Jesaja had al gezegd dat heidense volken goud en wierook in Jeruzalem moesten brengen. ( Jes. 60 : 6 ) Nu brengen heidenen goud, wierook en mirre bij het Kind, het Centrum, de Vervulling van de profetie!

De Heere heeft alles bepaald, niets ontgaat Zijn oog en Zijn Goddelijke zorg. Die nacht grijpt Hij opnieuw in en verschijnt in een droom aan de magiërs.

De Goddelijke Vader van de Heere Jezus zorgt voor het leven van Zijn eigen Zoon op een bijzondere manier! Hijzelf waarschuwt de magiërs voor de moordlustige Herodes en zegt hen dat ze langs een andere weg terug moeten gaan naar hun land.

En zo gebeurt het. Herodes wacht tevergeefs op bericht over de nieuwe Koning.

De magiërs gaan naar huis. Ze hebben gezien wat ze geloofd hebben! Niemand van de theologen uit Jeruzalem is met hen meegegaan. Niemand heeft zich naast hen op de aarde geworpen om het Kind te aanbidden. Wat arm! Wat erg!

Hoe zit het met jou? Heb jij het Kind al aanbeden? Heb jij de schatkist van je hart al geopend?
Wat zit er in die schatkist van jou?
Wat bied jij Hem aan?

Misschien heb je helemaal geen goud, wierook en mirre.
Misschien zit er verdriet in je hart, of boosheid. Misschien ook blijdschap en dankbaarheid.
Weet je wat het mooiste is?
Als je bij Hem komt, met je hart, hoe leeg, hoe zondig het ook is, dan vult Hij jouw schatkist!
Met liefde, vrede, blijdschap en nog véél meer. ( Galaten 5 : 22 )
Zou je dat willen?
Kniel je al naast de magiërs?
Waar wacht je op?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *