Hoop ( 4 )

Onze hoop is verbonden met het geloof. Ons geloof is altijd een geloof in ontwikkeling. “ Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen zoals ook ik gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, maar de meeste daarvan is de liefde. “ ( 1 Kor. 13: 13 ) schreef Paulus. Tijdens ons aardse leven leiden geloof, hoop en liefde ons binnen in de blijvende werkelijkheid die we met onze huidige kennis nog maar beperkt en wazig zien. Om die reden kregen de gelovigen in de diverse jonge gemeenten nergens het verwijt te horen dat ze een bepaalde gave niet hadden, maar ze werden  wel onophoudelijk aangespoord om te blijven geloven, hopen en liefhebben. 

“ Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen en overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. “ ( Hebr. 11 : 1 ) schreef Paulus. De inhoud van de hoop wordt niet precies genoemd, maar er wordt ons wel duidelijk gemaakt dat het gaat om een onzichtbare waarheid, omdat ze hoort bij de komende wereld. Het geloof geeft een kijkje op de geestelijke onbegrensde wereld, en het heeft zoveel mooie eigenschappen dat mensen er bijzonder gelukkig door worden, en er kracht uit putten. 

Onze hoop is verbonden met trouw. “ Wij verwachten vol verlangen de Heer, Hij is onze hulp, en ons Schild. Ja, om Hem is ons hart verblijd, op Zijn heilige Naam vertrouwen wij. Schenk ons Uw trouw, Heer, op U is al onze hoop gevestigd. “ ( Psalm 33 : 20 – 22 ) Het gaat er eigenlijk om dat onze verwachtingen van God ervoor zorgen dat we met ons hele hart, altijd graag naar Hem toegaan. De Heere zal onze verwachting van Hem nooit beschamen, Hij ziet onze hoop op de belofte die Hij in Zijn Woord aan ons gegeven heeft volgens het geloof dat Hij door Zijn Geest en genade in ons hart gewerkt heeft. Hij zorgt er Zelf voor dat we ons geloof niet opgeven, Hij houdt het voor ons vast. ( Lucas 22 : 32 ) “ Ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. “  zei Jezus tegen Petrus. 

“ Moge God, die ons hoop geeft, ons in het geloof helemaal vervullen met vreugde en vrede zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de Heilige Geest. “ ( Romeinen 15 : 13 ) Paulus richt zich in deze perikoop vooral tot de sterken in het geloof. Hij roept zijn leerlingen op om hun vrijheid in Christus op een goede manier te gebruiken. De sterken in het geloof moeten hun vrijheden feitelijk gebruiken om de eenheid in de gemeente te bewerken, zodat iedereen eendrachtig en eenstemmig God zal gaan loven. Dat kon weleens betekenen dat ze bepaalde dingen moesten doen of laten voor anderen. Deze grotere of kleinere offers zouden ze willen doen om de vreugde en vrede te bereiken die de Heere hen beloofde.  

Onze hoop is verbonden met verwachting. Een sprekend voorbeeld van een dergelijke hoop is Abraham. “ Hoewel het eigenlijk niet kon, bleef Abraham hopen en geloven dat hij de vader van veel volkeren zou worden, zoals hem beloofd was: “ Zo talrijk zullen je nakomelingen zijn.” Zijn geloof verzwakte niet toen hij, ongeveer honderd jaar oud, besefte dat zijn krachten hem verlaten hadden en Sara niet langer vruchtbaar was. Hij twijfelde niet aan Gods belofte, zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd erin gesterkt en bewees zo eer aan God. Hij was ervan overtuigd dat God bij machte was te doen wat hij had beloofd, en dat werd Hem als een daad van gerechtigheid aangerekend. En dit is niet alleen voor hem, maar ook voor ons geschreven. Want ook wij zullen als rechtvaardigen worden aangenomen omdat we geloven in Hem die Jezus, onze Heere, uit de dood heeft opgewekt. “ ( Romeinen 4 : 18 – 24 ) 

Als je je realiseert dat Abraham 100 jaar oud was toen de belofte vervuld werd en zijn zoon Isaak geboren werd, dan krijg je oog op wat vertrouwend wachten inhoudt. Hoewel de Heere pas in zijn 75ste levensjaar voor het eerst aan hem verscheen en hem een nageslacht beloofde, moet hij al vanaf zijn jeugd op kinderen gehoopt hebben. Lange treurige jaren gingen voorbij. De tent van Abraham en Sara bleef leeg, er werd geen vrolijk kindergelach gehoord. In het Oosten trouwden de mensen jong. Dus Abraham en Sara hebben minstens 80 jaar moeten wachten. 

Wij die in een lockdown leven, moeten onze plannen op alle gebied bijstellen. We kunnen ons bedrijf niet runnen zoals we zouden willen. Onze kinderen kunnen niet vooruit op school, ze moeten wachten tot de scholen weer open gaan. Oude mensen wachten op hun kinderen, die ze maar sporadisch kunnen zien. Alle openbare activiteiten zijn afgelast en wachten op een betere tijd. Niemand weet precies hoe de toekomst er uit zal zien. 

De Bijbel leert ons om onze hoop levendig te houden,ook als het moeilijk wordt, juist dan! We mogen in de eerste plaats hopen op onze aanneming als rechtvaardigen, elke nieuwe dag van ons leven. Verder hopen we op een andere tijd. Wie iets van de kracht van God heeft gezien, hoopt en wacht met vertrouwen. 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *