Het leven van Jozef ( 6 )

Genesis 40

Jozef deed zijn uiterste best op het eentonige werk dat hem in de gevangenis toebedeeld werd. De gevangenis zat vol mensen die om de één of andere reden bij de farao uit de gunst geraakt waren. Op een dag hadden twee hoge beambten van het hof zich misdragen. Het leek erop dat ze een poging gewaagd hadden om de farao van het leven te beroven. Zoals het zo vaak gaat als despoten aan de macht zijn, was het goed mogelijk dat er toevallig een vlieg in de beker van de farao terecht gekomen was. Mensen werden om de kleinste fouten van een misdaad beschuldigd. Menigeen werd onschuldig een kopje kleiner gemaakt of belandde in de leeuwenkuil. Opvallend detail in het verhaal is dat de overste van de trawanten de gevangenen aan Jozefs zorgen toevertrouwde. Deze overste was niemand minder dan Potifar. Dit impliceert dat Potifar heel goed besefte dat Jozef onschuldig was. 

Gods molens maalden langzaam maar zeker verder! De gevangenen waren de belangrijkste schenker en de belangrijkste bakker van de farao. Toen ze al een tijd in de gevangenis zaten kregen ze op een nacht allebei een hele bijzondere droom. De volgende ochtend kwam Jozef hun cel binnen. Met één oogopslag had hij in de gaten dat zijn gevangenen er bijzonder slecht uitzagen. “ Zeg mannen, waarom kijken jullie zo somber? “ vroeg hij. 

De schenker en de bakker legden uit wat er aan de hand was. Een droom was waarschijnlijk een boodschap van de goden. Maar van welke?  Egyptenaren waren bijzonder bijgelovig. Tijdens de oudheid had Egypte één van de meest complexe religies. De Egyptenaren kenden duizenden goden, die onderling sterk verschilden. Het was van het grootste belang om te weten van welke god hun droom afkomstig was. Was hij door Osiris gezonden? Dan was het de god van de dood. Dat zou het ergste betekenen. Of had Isis de droom gegeven? Dan zat het wel goed, want Isis was de godin wiens krachten zelfs die van de zonnegod overtroffen. Isis zou de mensen als goden beschermen tegen de meest uiteenlopende kwalen en verschrikkingen. Een droom van Isis kon alleen maar goeds in petto hebben.  Dan had je Anoubis nog, de god van de begrafenisriten. Het zou er niet al te best met het schenkers- en bakkersleven uitzien als de droom van deze god kwam. Of Horus, de god die met de farao verbonden was. Met een droom van Horus kon het alle kanten opgaan met de uitkomst van de droom. En als laatste had je Re.  Re was de zonnegod en daarmee een van de belangrijkste goden in de Egyptische mythologie. Volgens de Heliopolitaanse scheppingsmythe was Re de scheppergod, die zich van de aarde had teruggetrokken. Als zonnegod voer hij volgens de overlevering elke dag in zijn boot naar de hemel, waarna hij in het westen stierf. Gedurende de nacht kwam Re weer tot leven in de onderwereld, waarna hij opkwam in het oosten. Van Re zou je een herstel van je leven kunnen verwachten, wisten de schenker en de bakker. 

“ We hebben gedroomd. “ zeiden de mannen tegen Jozef. “ Maar er is hier in de gevangenis niemand die onze dromen uit kan leggen.”  Inderdaad, alle wijzen stonden voor de troon van de farao. Maar Jozef had een andere God. “ Alleen mijn God weet wat dromen betekenen. “ zei hij eenvoudig. Vertel mij jullie dromen eens? 

En zo gebeurde het dat de wijnschenker begon te vertellen. “ In mijn droom zag ik een druivenplant. Het was een plant met drie takken. Het bijzondere aan deze plant was dat ze al bloeide terwijl haar takken nog aan het groeien waren. En wat nog bijzonderder was, er hingen ook rijpe druiven aan. Ik had de beker van de farao in mijn handen. Ik plukte de druiven en perste ze in de beker van de farao uit. Toen ik dat gedaan had, gaf ik de beker aan de farao. “ 

Zonder zich een moment te bedenken zei Jozef:  over drie dagen zal de farao je uit de gevangenis halen, hij zal je weer in dienst nemen om wijn voor hem in te schenken, net zoals vroeger. Ik hoop dat je dan aan mij zult denken. Vertel de farao alsjeblieft mijn levensverhaal. Zorg ervoor dat ik uit de gevangenis kom, want ik ben ontvoerd uit het land van de Hebreeërs en in de gevangenis terecht gekomen. Maar ik ben totaal onschuldig! “ 

De bakker had het gesprek tussen Jozef en de schenker gespannen aangehoord. Toen hij de gunstige uitleg van Jozef hoorde kon hij niet wachten om zijn droom te vertellen. “ Ik droomde ook zoiets! “ riep hij. “ Ik had drie manden vol met het meest exquise brood bij me. Ik droeg die manden op mijn hoofd. De bovenste mand bevatte het lekkerste brood. Dat was voor de farao bestemd. Helaas kwamen er allerlei vogels aangevlogen, die pikten al het brood weg. “ Zonder zich een moment te hoeven bedenken zei Jozef: “ over drie dagen zal de farao je uit de gevangenis laten halen. Hij zal je laten onthoofden, en je lichaam aan een paal hangen. De vogels zullen je opeten. “ 

Wat een afschuwelijke uitleg. Het was niet de fout van Jozef dat hij geen betere tijding te brengen had. Hij was de uitlegger van de droom, en sprak zoals de Geest hem gaf uit te spreken. 

En zoals Jozef gezegd had, gebeurde het. Drie dagen later was de farao jarig. Hij gaf een feest voor zijn personeel. Op het hoogtepunt van het feest liet hij de bakker en de schenker uit de gevangenis halen. De wijnschenker werd opnieuw in dienst van de farao genomen. Hij werd zelfs de belangrijkste schenker. Voortaan schonk hij de wijn weer in voor de koning van Egypte. Maar de bakker werd opgehangen. Er gebeurde precies wat Jozef had voorzegd. Helaas dacht de schenker geen seconde meer aan Jozef. Hij was hem vergeten. 

Jozef wachtte en wachtte. Hij deed trouw zijn werk. Elke dag werd zijn hoop op de vrijheid kleiner. Tenslotte nam hij aan dat hij levenslang in de gevangenis zou moeten blijven. Zo gingen er twee jaren voorbij. Alleen de Heere dacht aan hem. Maar dat was dan ook meer dan genoeg. De Heere leerde Jozef om zijn hoop en verwachting alleen op Hem te vestigen. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *