Het leven van Jozef ( 4 )

Genesis 37 : 31 – 15 

Voordat Jozef besefte wat er gebeurde werd hij door zijn broers vastgegrepen. Onhandig en lomp scheurden ze zijn kleren van hem af. Het was niet zo slim van Jozef om zijn mooiste kleren aan te trekken terwijl hij een soort survival tocht ondernam, maar voor de mannen was het een uitgelezen kans om zich meester te maken van de benijde veelvervige rok. In hun hatelijke verbeelding ontnamen ze Jozef zijn geboorterecht. Daarvan was de rok een bewijs geweest. Weg ermee! Zonder het maar enigszins te beseffen profeteerde Jozef met zijn leven van de Messias. ( Johannes 19 : 17 – 37 ) Door de eeuwen heen zouden christenen ontdaan worden van hun eer en privileges omdat ze de Naam van God beleden. 

Afgunstig en moordzuchtig, zonder een greintje gevoel werd Jozef in een diepe put gegooid. Met een doffe smak belandde hij op de bodem. Achter alle grofheid zat de afkeer voor de droom. ( Spreuken 27 : 4 ) Eer bewijzen aan die dromer? Ze zouden die Jozef weleens een toontje lager laten zingen! 

Het is opmerkelijk dat Gods voorzienigheid vaak Zijn doelstellingen tegen lijkt te spreken, terwijl ze daar toch dienstbaar aan is. Onaangedaan door het geroep uit de put, zakten de broers neer en begonnen gretig hun brood te verorberen. Ze vonden het een geweldig idee dat ze van die idiote dromer verlost waren.  Wat hen betreft voor altijd. 

Het ploffende geluid van kamelenpoten op het zand verstomde het gesprek. Er kwam een karavaan aan. Het waren handelaars die op weg waren naar Egypte. 

Een lumineus idee flitste het brein van Juda binnen. “ Laten we Jozef als slaaf verkopen! Dan houden we nog wat aan hem over. “ stelde hij voor. Iedereen vond het een fantastisch plan. Ze hielden de handelaars aan en hesen Jozef uit de put omhoog. Vorsend werd hij even bekeken. Nou,die jongen zag er weldoorvoed en sterk uit. Een uitstekende slaaf! Klinkende munt verwisselde de status van Jozef van uitverkoren zoon tot geminachte slaaf. Hij werd achter een kameel vastgebonden. Een paar bevelen en langzaam zette de karavaan zich weer in beweging. Huilend en roepend verdween Jozef uit het oog. Niemand gaf er iets om. Niemand besefte dat dit gebeuren jaren later iedereen het leven zou redden. Gelukkig huilde het Vaderhart van God om de diepe weg die Zijn kind moest gaan. Geen ogenblik liet Hij Jozef uit het oog. 

Grijzend keken de broers elkaar aan. Zo dat akkefietje was opgelost. Alle verdenking moest uitgewist worden. Als de duivel mensen geleerd heeft een zonde te begaan, leert hij ze ook om die door een andere zonde te bedekken. Diefstal, moord, leugens, meineed. Welbewust deden de broers hun vader een groot verdriet aan. Ze namen wraak op zijn voorkeursliefde voor Jozef. Ze slachtten een bokje van de kudde, pakten Jozefs veelkleurige gewaad en dompelden dat in het bloed. Onaangedaan lieten ze de veelvervige rok met de extra kleur thuisbezorgen. 

Met een versteend hart hoorde Jakob de vraag van de knecht aan. “ Is dit soms de rok van uw zoon? “  In één oogopslag zag de vader dat het om de rok van zijn zoon ging. Vanaf dit moment werd elke nacht een foltering voor Jakob. Verscheurende dieren, klappende kaken en een roepende stem achtervolgden hem en veranderden zijn leven in een nachtmerrie waar nooit meer een einde aan zou komen voor hij Jozef terug zou zien. Hij was er van overtuigd dat dit na zijn dood zou zijn. Volgens de traditie scheurde hij zijn kleren om vervolgens rouwkleding aan te trekken. Dagenlang rouwde hij. 

De broers probeerden onhandig hun vader te troosten. Ze beseften niet dat er meer aan de hand was dan de verscheurde rok en het dode kind. Vele uren en dagen had Jakob over de essentie van de dromen van zijn zoon nagedacht. Hij wist hoe dicht Jozef bij God leefde.  Hoewel Jakob veel meegemaakt had en zelfs met God geworsteld en overwonnen had, wist hij deze slag van Jahweh niet te plaatsen. Daarom weigerde Jakob alle troost.  ( SV, MH, de Bijbel in gewone taal, SB ) 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *