Genesis 48 : 21 – 22

Daarna zei Israël tegen Jozef: ‘ Ik zal nu spoedig sterven. Maar God zal jullie terzijde staan en jullie laten terugkeren naar het land van je voorouders. En jou geef ik meer dan je broers: een bergrug die ik de Amorieten met mijn zwaard en mijn boog afhandig heb gemaakt. ‘ 

Terwijl Efraïm en Manasse nog voor hun oude grootvader geknield lagen wendde Jakob zich van hen af en zei tegen Jozef dat hij zijn einde voelde naderen. Je leest nergens nog iets van strijd in Jakobs ziel. Hij had zijn leven met God doorgebracht. Jahweh had hem van stap tot stap geleid. Dat was niet altijd even rustig verlopen. Jahweh had hem vergezeld op zijn vlucht voor zijn broer. Hij had Jakob geholpen in de strijd tegen Laban, en hem bijgestaan in zijn leed om Jozef. Hoewel Jakob veel fouten had gemaakt, was de Heer hem nabij gebleven. Een leven vol noeste arbeid liep ten einde. Er was blijdschap geweest om de geboorte van zijn vele kinderen. Maar die blijdschap werd overschaduwd door zorgen, strijd, moeite.  ‘ Honderddertig jaar heb ik op aarde rondgezworven. Mijn leven dat ellendig is geweest, heeft nog maar kort geduurd. ‘ had Jakob daar zelf over gezegd. ( Gen. 47 : 9 ) 

Je kunt uit deze woorden opmaken dat de zegeningen Jakob niet gelukkig hadden gemaakt. Onwillekeurig stel je jezelf de vraag of hij het nog een keer gewaagd zou hebben om de eerstgeboortezegen op te eisen.  

Jakob vervolgde zijn rede en zei tegen Jozef dat ze terug zouden keren naar het beloofde land Kanaän. Niemand kon vermoeden dat deze terugkeer nog jaren op zich zou laten wachten, en dat de broers dit zelf niet meer mee zouden maken. Alleen het lichaam van Jozef zou terugkeren, om in het land van de belofte begraven te worden. ( Gen. 50 : 24-25/ Jozua 24 : 32 ) 

Jakob had in Kanaän een stuk land dat hij ooit op de Amorieten veroverd had. Hoewel hij wist dat de Heere het hele land als beloofd aangemerkt had, was hij van dit stuk land de wettige eigenaar. Dit gebied beloofde hij Jozef en zijn nakomelingen. Bijzonder. Onwillekeurig stel je jezelf de vraag of Jakob de zegen opnieuw veilig wilde stellen? Je ziet dat zijn karakter altijd herkenbaar bleef. Hij vond het moeilijk om iets over te laten aan de soevereiniteit en betrouwbaarheid van God, die altijd doet wat Hij belooft. 

Wat is het gelukkig om op God te vertrouwen, en de leiding van je leven aan Hem over te laten. Dat geeft je ziel rust. Andere mensen zien dat en beginnen ook op de Heere te vertrouwen. 

 ‘ Ook zag Israël de grote hand die de Heere aan de Egyptenaren bewezen had. En het volk vreesde de Heere, en zij geloofden in de Heere en aan Mozes, Zijn knecht. ‘ ( Ex. 14 : 31 ) 

‘ En David sprak de woorden van dit lied tot de Heere op de dag dat de Heere hem verlost had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul. Hij zei dan: de Heere is Mijn Steenrots, mijn Burcht en mijn Helper. God is mijn Rots, ik zal op Hem vertrouwen. Hij is mijn Schild, en de hoorn van mijn heil, mijn hoog Vertrek en mijn Toevlucht. Mijn Verlosser, die mij van geweld bevrijd heeft. ‘ ( 2 Samuël 22 : 1 – 3 ) 

‘ Wie Uw Naam kennen zullen op U vertrouwen, omdat U Heere niet hebt verlaten wie U zoeken. ‘ ( Psalm 9 : 11 ) 

‘ Israël, vertrouw op de Heere, Hij is hun Hulp, en hun Schild. ‘ ( Psalm 115 : 9 ) 

 

One response to “Genesis 48 : 21 – 22

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *