2 Timoteüs 3 : 14 – 4 : 5

Timoteüs,blijf trouw aan wat je geleerd hebt, en aan het geloof waarvan je overtuigd bent. Je weet dat je goede leraren gehad hebt. En de heilige boeken ken je al sinds je kindertijd. In die boeken kun je wijsheid vinden. Ze leren je dat mensen gered kunnen worden door het geloof in Jezus Christus. Alles wat in de heilige boeken staat, komt van God. Daarom kun je alles wat erin staat gebruiken om uitleg te geven over je geloof. Je kunt het ook gebruiken als mensen verkeerde ideeën hebben of verkeerde dingen doen. En je kunt het gebruiken om mensen te leren hoe ze goed kunnen leven. Dankzij de heilige boeken kan een leider van de kerk zijn taak goed uitvoeren en veel goede dingen doen.
Maak Gods boodschap bekend. Het maakt niet uit of mensen er graag naar luisteren of niet. Je moet mensen die iets slechts gedaan hebben, streng toespreken en straffen. Maar je moet mensen ook nieuwe moed geven met je uitleg. Doe dat met veel geduld. Dat is wat ik van je vraag, Timoteüs. En Jezus Christus zal komen als de hemelse Koning. Dan zal Hij rechtspreken over iedereen, over de levenden en de doden.

“ Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. “ Dit is kort samengevat de boodschap die Paulus aan Timoteüs wilde overbrengen. Daarom moest Timoteüs blijven vasthouden aan twee bronnen die al vanouds zijn leven gestempeld hebben, en die hier naast elkaar genoemd worden:

  • In de eerste plaats het onderwijs en het voorbeeld dat hij van Paulus heeft gehad, met wie hij langere tijd heeft samengewerkt. 
  • De heilige geschriften die hij allang kent. Door die geschriften is Timoteüs onderwezen in de wijsheid, is hij naar de waarheid geleid, en heeft hij zijn gedachten ondergeschikt gemaakt aan Gods gedachten. Dit Woord moet Timoteüs onderrichten in een tijd waarin zijn boodschap niet op prijs werd gesteld. ( 4 : 3 – 4 ) 

Deze woorden heeft de apostel Paulus geschreven toen hij zich ervan bewust was dat zijn taak als apostel ten einde gekomen was. Hij wees op zijn naderend sterven ( 4 : 6 – 8 ). De woorden die hij aan Timoteüs gericht heeft kregen daardoor een nog zwaardere lading. Zij vormden als het ware zijn apostolisch testament. Ook als Paulus er niet meer was, zou Timoteüs de opdracht om het evangelie te verkondigen, moeten blijven uitvoeren. Ook al waren de omstandigheden niet gunstig. ( 4 : 1 – 5 ) Maar zelfs nu zijn taken er bijna opzaten moest Paulus zich een trouw en voorbeeldig dienaar blijven betonen. 

Paulus was gewend om niets voor zijn hoorders achter te houden, maar om hen de hele raad van God te verkondigen, zodat ze nooit zouden kunnen zeggen dat ze niet wisten waar het op aan kwam. De levenswijze van Paulus was een deel van zijn leer, en stond daar in geen enkel opzicht mee in contrast. 

Paulus had een sterk ontwikkeld geestelijk onderscheidingsvermogen. Hij was door de Heere krachtdadig tot bekering gebracht, maar was ook gezegend met een scherp verstand. Na zijn bekering had hij zijn kennis over Thora en alle andere wijsheden van het Joodse geloof ingezet om ermee te bewijzen dat Jezus werkelijk de Christus was.
Deze kennis en dit onderscheidingsvermogen is tot rijke zegen geweest voor alle na hem komende generaties. De kerk van alle tijden vond troost, en richting in zijn brieven en in zijn levensverhaal. En dat blijft zo tot op de dag van vandaag. 

Timotheüs was één van Paulus` eerste leerlingen. Paulus waakte over hem als over zijn oogappel. Er was niets wat hem zoveel zorg gaf dan het idee dat Timotheüs aan een dwaalleer ten prooi zou vallen. Daarom richtte hij steeds nadrukkelijke woorden aan zijn geestelijke zoon. 

In vers 10 stelt hij met een benadrukt persoonlijk voornaamwoord ( gij / jij ) Timotheüs tegenover de dwaalleraren. Timotheüs moest onverwijld blijven vasthouden aan de hem overgeleverde leer. ( 2 Tim. 1 : 13, 14 / 2 : 2 / 4 : 2 ) Die leer was hem al toevertrouwd en bekendgemaakt door zijn moeder Eunice, en door zijn grootmoeder. Deze vrouwen waren verantwoordelijk geweest voor zijn geestelijke opvoeding. Maar ook de overige medewerkers van Paulus ( bijvoorbeeld Silas ) en de apostelen en oudsten in Jeruzalem. Deze mensen waren betrouwbaar gebleken, en daarom kon Timotheüs vertrouwen op wat hij geleerd had. 

Wanneer Paulus het over de “ Schriften “ had, dan ging het steeds over het Oude Testament, met uitzondering van 2 Petrus 3 : 16 , waar de brieven van Paulus impliciet ook ‘ Schriften ‘ worden genoemd. Doordat de grondtaal het woord ‘ ta ‘ gebruikt heeft ( een bepaald lidwoord ) is het duidelijk dat hier DE Heilige Schriften bedoeld werden. Je kunt hieruit opmaken dat Timotheüs door zijn moeder en grootmoeder Joods is opgevoed. ( Hand. 16 : 1 / 2 Tim. 1 : 5 ) De kennis van het Oude Testament kan iemand wijs maken tot zaligheid als deze kennis gepaard gaat met het geloof in Jezus Christus. 

De redding van Timotheüs en van ons –  die zoveel eeuwen na hem zijn geboren – ligt dus niet in het kennen van de schriften, maar je kunt met het Oude Testament wel bewijzen dat Jezus de Christus is en dat door Hem eeuwige behoud gevonden wordt. ( vgl. Hand. 8 : 35 / 9 : 22 / 10 : 43 / 17 : 2, 3 / 26 : 22, 23 / 28 : 23 ) 

In vers 16 ging Paulus verder met een uitspraak over de Heilige Schrift. “ Al de schrift “  is in de grondtaal neergezet zonder lidwoord. Door het ontbreken van dit lidwoord komt de betekenis in een ander licht te staan. Met de woorden ‘ ieder geschrift ‘ worden de boeken van het Oude Testament bedoeld. Zowel de Thora als de geschriften en de profeten werden door Paulus beschouwd als door God geïnspireerd. 

Met ‘ de mens Gods ‘ geeft Paulus die mensen  aan die zich werkelijk in Gods dienst willen stellen. Het gebruik van deze term geeft aan dat van iedere gelovige verwacht mag worden dat hij of zij ‘ een man Gods ‘ of een ‘ vrouw Gods ‘ is. 

Met ‘ artios ‘ ( volkomen ) wordt de toerusting bedoeld die zo iemand zou moeten hebben. Paulus gaf in vers 16 en 17 aan dat de toerusting van een dienaar van God voltooid was na een bepaalde periode. Paulus bedoelde daarmee niet te zeggen dat Timotheüs volmaakt was, maar wel dat hij volmaakt gericht was op het doen van goede werken. ( 2 Thess. 1 : 11 ) Goede werken zijn een uiting van een goed geestelijk leven. ( vgl. 1 Tim. 2 : 10 / 5 : 10 / Tit. 3 : 1 ) 

De apostel Paulus was altijd gefocust op de dienst van God. Hij was een ‘man Gods ‘ in alle facetten van zijn leven, en werd zelfs niet door een huwelijk of gezinsleven afgeleid. 

Evenals in 1 Tim. 5 : 21 en 1 Tim. 6 : 13, 14 bekrachtigde Paulus zijn opdracht aan Timotheüs met een beroep op het oordeel. Hij schreef over de rechterstoel van Christus waar iedereen voor zou moeten verschijnen om geoordeeld te worden. Volgens Handelingen 17 : 31 en Rom. 2 : 16 zal God de wereld door Jezus Christus oordelen. Je kunt dat lezen in Hand. 17 : 31 / 10 : 42 / 1 Petrus 4 : 5 ) Die verschijning zal onherroepelijk zijn, en de wereld zoals wij die nu kennen zal voor altijd voorbijgaan. Daarom heeft de verkondiging van het Evangelie dan ook haast. Wie zich dat realiseert laat zich niet afleiden door de wereld en wat zij ons te bieden heeft. Het betekent niet dat we ons niet mogen, en zelfs moeten verdiepen in de wereld om ons heen, maar dat we ons in essentie altijd bewust blijven van het feit dat wij  in alles wat wij denken, doen en dichten geoordeeld zullen worden door Jezus Christus. 

Timotheüs kreeg van Paulus de opdracht om dwaalleer te ontmaskeren, hij mocht zich niet beperkten tot de positieve verkondiging van het Woord van God. Hij noemde daarbij de woorden: ernstig toespreken, bestraffen, en tegelijkertijd geduldig zijn. Met deze attitude werd Timotheüs uitgezonden. Alle vermaning en bestraffing moest gepaard gaan met de hoogste graad van geduld. Je zou kunnen zeggen dat Timotheüs Goddelijke gaven moest hebben om deze opdrachten uit te voeren. Elke vermaning en bestraffing moest Timotheüs vergezeld laten gaan van geduldig onderwijs, en nooit met ruzie, conflict of woordenstrijd. 

Maar er was nog meer dat Paulus aan zijn geestelijke zoon mee wilde geven. Hij stelde het Evangelie van Jezus Christus centraal, waardoor mensen werden gered. Tegenover de gezonde leer stond een ziekelijke leer van dwaalleraren die als inspiratie boze geesten hadden en een bedorven ziekelijk denken. ( 1 Tim. 4 : 1 / 2 Tim. 3 : 8 ) 

Er zouden veel mensen zijn die zich teleurgesteld af zouden keren van de leer van Paulus en dus ook van die van Timotheüs. De oorzaak zou liggen in het feit dat Jezus Christus niet in het centrum van de belangstelling stond, maar de engelen, en overige geestelijke machten en krachten. ( Kol. 2 : 18, 19 ) Met nuchter zijn bedoelde Paulus dat de mensen vrij moesten zijn van verwarring, overdrijving en exaltatie. Daarbij wees hij geen blijdschap en geestvervoering af. ( 2 Kor. 5 : 13 ) Opnieuw riep Paulus Timotheüs op om het lijden als consequentie van de verkondiging van het Evangelie te aanvaarden. Er stond Timotheüs dus geen gemakkelijke taak te wachten, maar de Heere zou met hem zijn!

 

5 responses to “2 Timoteüs 3 : 14 – 4 : 5

  1. Wow, superb weblog structure! How lengthy have you been running a blog
    for? you make running a blog look easy. The entire look of your site is excellent, as neatly as the content!
    You can see similar here <a href="[Link deleted]online

  2. Hi there! Do you know if they make any plugins to assist with SEO?
    I’m trying to get my blog to rank for some targeted keywords but I’m not seeing
    very good results. If you know of any please share.

    Appreciate it! You can read similar art here:
    <a href="[Link deleted]internetowy

  3. Hello there! Do you know if they make any plugins to assist with SEO?
    I’m trying to get my website to rank for some targeted keywords but I’m not seeing very good results.
    If you know of any please share. Thanks! I saw similar
    text here: <a href="[Link deleted]of Backlinks

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *