Spreuken 2

 

Nadat Spreuken 1 is ingezet met de uitnodiging tot studie, die gevolgd wordt door een waarschuwing voor mensen die dat niet doen, spoort de vader in dit hoofdstuk zijn zoon aan om zich in zijn lessen te verdiepen en vertelt hij welke beloften hem ten deel zullen vallen. De thema`s die in Spreuken 2 tegen het licht gehouden worden, zullen in de volgende hoofdstukken terug komen. Het hoofdstuk telt twee onderdelen van gelijke lengte. Het gaat om de ontwikkeling van de persoonlijkheid ( vs 1 – 11 ) en de verdediging tegen boosdoeners ( vs 12 – 22 ). Het aantal van 22 letters komt overeen met het aantal letters van het Hebreeuwse alfabet. Waarschijnlijk heeft de auteur voor deze vorm gekozen om de volledigheid van het Bijbelgedeelte aan te geven. 

Inhoudelijk ziet het hoofdstuk er als volgt uit: 

  • Er is een inleidend gedeelte. Wanneer je luistert naar mijn onderwijzing ( vs 1 – 4 ) dan zul je vroomheid vinden ( vs 5 ) omdat het God is die wijsheid geeft ( vs 6 ), en deze wijsheid zal je beschermen ( vs 7, 8 ). Dan zul je het goede gedrag kennen ( vs 9 ), omdat je wijsheid ontvangt ( vs 10 ), en deze zal je beschermen ( vs 11 ) 
  • De les: teneinde je te redden van slechte mensen ( vs 12 – 15 ), en teneinde je te redden van de slechte vrouw ( vs 16 – 19 ), zodat je op het rechte pad zult gaan. ( vs 20 ) 
  • Conclusie : Want dat is de redding van de rechtvaardige. ( vs 21, 22 ) 

Na de onderbreking van het inleidende gedeelte waarin de Wijsheid het woord nam ( Spreuken 1 : 20 – 33 ) richt de fictieve vader zich weer tot zijn zoon met allerlei levenslessen. De eerste vier verzen bevatten de voorwaarden voor een krachtige persoonlijkheidsontwikkeling. Het is nodig dat de zoon de woorden van de wijsheidsleraar aanneemt en de geboden die hij geeft, bewaard. Met de geboden worden de woorden en de spreuken van de Wijsheidsleraar bedoeld. Ze hebben gezag omdat ze rusten op het gezag voor de Heere God. ( vgl Spreuken 1 : 7 ) 

De Vader geeft aan dat het ontvangen onderwijs er voor zorgt dat de oren van zijn geestelijke zoon op wijsheid gericht zijn, en het hart van zijn hoorders op praktisch inzicht geneigd wordt. Hieruit blijkt het belang van een innerlijke verandering. Het is Salomo er niet om te doen dat zijn leerling allerlei regels in zijn hoofd prent, die hij vervolgens uit moet voeren, maar het gaat hem erom dat de gegeven informatie het hart en het karakter vormt. Dit veranderingsproces is inherent aan het aandachtig tot zich nemen van het onderwijs uit het Spreukenboek. In de praktijk betekent dit dat het leven van de leerling gekenmerkt wordt door respect voor God, en door een verlangen om zijn leven naar al het geleerde in te richten. Je kunt dit gegeven vergelijken met de oproep die Mozes deed aan het volk van Israël om de Heere met hart en ziel toe te behoren. ( Deut. 6 : 5 ) 

De volgende voorwaarde voor volwassenheid is dat de zoon zijn stem richt tot het inzicht. ( vs 3 ). Zoals in het vorige hoofdstuk de wijsheid als persoon werd voorgesteld, wordt dat hier gedaan voor de begrippen inzicht en begrip. Het moet er de leerling alles aan gelegen zijn om inzicht en begrip te verwerven. Na de meer ontvangende instelling van het eerste gedeelte, moet er nu een actievere rol beginnen voor de leerling. 

De derde voorwaarde voor geestelijke volwassenheid is om begrip en inzicht te blijven zoeken als zilver, en die waarden ernstig te zoeken alsof ze verborgen schatten zijn. Feitelijk gaat het dus van roepen naar zoeken. Dat is een intensivering van de leerhouding van de leerling. In het laatste versdeel staat het beeld van schatten die verborgen zijn op geheime plaatsen. ( vgl Jesaja 45 : 3 / Jeremia 41 : 8 / Matth. 13 : 44 ) Daarmee wordt het duidelijk dat het grote inspanning vraagt om begrip en inzicht te ontvangen. 

Maar als de zoon dit vol passie en overtuiging blijft doen, dan zal hij vorderingen maken. Hij zal ontzag voor de Heere krijgen en de kennis van God vinden. ( vs 5 ) Het wordt wel duidelijk dat een mens tot Godskennis en tot ontzag voor Hem komt, wanneer hij zich kenmerkt door een ijverige houding en bovendien zich een leerzame attitude aanmeet. In dit hoofdstuk gaat het niet zozeer om ontzag voor de Heere, maar om het eindresultaat van een leerproces. Onwillekeurig denk je dan aan de Messiaanse tekst uit Jesaja 11 : 2. 

In het Spreukenboek wordt er een type mens aangesproken die zich een zuivere relatie met de Heere God verwerft door toewijding aan de kennis van God. Dat is geweldig mooi, en wij kunnen dit prachtige doel ook bereiken wanneer we ons openstellen voor het dierbare Woord van God! 

Vervolgens gaat de vader verder door de zoon te wijzen wat de uitwerking zal zijn van dit gegeven in zijn leven. Begrip en inzicht zullen de toegewijde leerling beschermen tegen allerlei gevaren die zijn leven bedreigen. Boosdoeners, slechte mannen en verkeerde vrouwen. Vaak werd het woord ‘ verlaten ‘ aangeduid om de afgoderij van de Israëlieten aan te duiden. Mensen die zich van God en Zijn verbond afkeerden. 

Met de slechte vrouwen bedoelde de Spreukendichter vrouwen die zich van de Heere en van Zijn gemeenschap afkeerden. Godskennis en wijsheid zorgen ervoor dat een mens staande kan blijven in een wereld vol verleidingen. De slechte vrouw heeft de huwelijksverplichting aan haar man verlaten, terwijl de door haar aangegane verplichtingen en beloften voor het oog van de Heere gesloten waren. De vrouw laadt een zware schuld op zich, haar huis helt naar de dood. Dat betekent dat mannen zowel als vrouwen door zich niet aan Gods geboden te houden, een schuld op zich laden die ook hun nageslacht treffen zal. Wie denkt aan de verdrietige nasleep van een scheiding, kan zich hier veel bij voorstellen. Verleiders worden door de Spreukendichter zo afschrikwekkend voorgesteld om deze situaties te voorkomen. 

Conclusie: In enkele bewoordingen geeft de vader zijn eindconclusie. De zoon moet de weg van goede mensen bewandelen en de paden van de rechtvaardigen bewaren. Daaraan zit een belofte verbonden: rechtvaardigen zullen het land bewonen, en mensen die zo ernstig en oprecht leven, zullen daarin overblijven. In deze tekst klinkt de belofte door van het Beloofde Land. ( Deut. 4 : 1 / Deut 5 : 16 ) Tegenover deze dierbare belofte, plaats de vader de waarschuwing dat onrechtvaardigen en goddelozen uit het land weggerukt zullen worden. De verbanning uit het Beloofde Land is een van de ergste uitspraken van de vervloeking van de wet van God. ( Lev. 26 : 33 / Deut. 28 : 36 / 64 – 68 ). Je kunt uit deze uitspraak ook opmaken dat de dood een einde zal maken aan het leven van onrechtvaardigen. Dit gebeurde in de tijd van de Bijbel vaak doordat vijandige volken het land binnenvielen, en iedereen doodden. Wie wijsheid, inzicht en begrip wil verwerven, overdenkt dit Bijbelhoofdstuk ernstig, en neemt het ter harte. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *