Psalmen 90

Psalmen 90 

Mozes is de oudste schrijver van de Heilige Schrift. Mozes was een veelzijdig begenadigd mens. Een grote meerderheid van de exegeten is van mening dat de Pentateuch niet in zijn geheel door Mozes geschreven kan zijn. Toch zijn er ook veel conservatieve geleerden die denken dat dit wel het geval is. Èr bestaat een groot verschil tussen het soort teksten dat Mozes geschreven zou hebben. Maar dit verschil is te verklaren uit het feit dat de situatie en het perspectief waarin hij schreef steeds een sterk wisselend karakter hadden.

De Bijbelboeken bevatten naast vele verhalende teksten een lofzang van zijn hand die Mozes componeerde toen het volk Israël door de Rode Zee getrokken was en de Heere de Israëlieten uit de handen van de Egyptenaren gered had. Dit lied is een schitterende aubade waarmee Mozes en het volk Israël de grootse zege van de Elohim op de farao en zijn legers bezongen heeft. In Openbaringen 15 refereerde Johannes aan deze lofzang toen hij een indrukwekkend en wonderbaarlijk teken waarnam in de hemel. ( Openbaringen 15 : 1 – 4 ) 

Verder schreef Mozes een fantastisch mooi leerdicht in Deuteronomium 32 waar hij de hemel en aarde tot getuigen nam om Gods trouw tot uitdrukking te brengen, maar daarbij moest hij dezelfde natuurverschijnselen ook als getuige nemen voor de ontrouw van het volk. Beeldend beschrijft Mozes hoe het woord van God vruchtbaar is als de regen en dauw,  een onuitputtelijke bron van leven. 

Psalm 90 bevat een derde variant tekst, een gebed. De Psalm heeft als opschrift: “ een gebed van Mozes, de Godsman. “  Er wordt verondersteld dat deze psalm geschreven is toen het definitieve vonnis over het volk Israël in de woestijn uitgesproken was. De redenen waarom de Heere Mozes dat liet doen waren het ongeloof, het gemopper en de opstandigheid van het volk. Volgens de overlevering heeft deze psalm betrekking op Numeri 14. Daar staat : “ Toen begonnen alle Israëlieten te huilen, ze jammerden de hele nacht. En ze klaagden tegen Mozes en Aäron. Ze zeiden: waren we maar in Egypte gestorven! Gingen we maar dood in de woestijn! Waarom brengt de Heere ons naar dat nieuwe land? We zullen er gedood worden, en onze vrouwen en kinderen zullen gevangen genomen worden. We kunnen beter teruggaan naar Egypte! En ze zeiden tegen elkaar: laten we een andere leider kiezen en teruggaan! / Het volk probeerde zelfs om Jozua en Kaleb te doden. “ 

De straf van de Heere op al dit ongeloof en deze opstandigheid was het besluit dat iedereen van twintig jaar en ouder in de woestijn zou omkomen, en nooit in het land wonen dat Hij hen beloofd had. De mannen die het land Kanaän bekeken hadden werden doodziek. Ze stierven dicht bij de heilige tent. Want ze hadden het volk allerlei vreselijke dingen over Kanaän verteld. Door hun verhalen was het volk gaan klagen. Alleen Jozua en Kaleb stierven niet, omdat zij niet aan dit kwaad hadden meegedaan. Uiteindelijk gingen de Israëlieten toch op weg naar het beloofde land. Mozes bleef alleen achter in het kamp, bij de ark en de Heilige Wet van de Heere. ( Numeri 14 : 42 ) 

In Numeri 15 begon Mozes er opnieuw mee om het volk de wetten en regels van de Heere mee te geven. Bij deze situatie past psalm 91 perfect. Het is ontroerend om te zien hoe Mozes het toch voor het volk Israël op bleef nemen en zichzelf en zijn volk onderwierp aan het vonnis dat de Heere over hen uitgesproken had. ( Psalm 90 : 7 – 11 ) Vervuld met ontzag en geloof beval Mozes zichzelf en zijn volk bij God aan, en hij bad om de barmhartigheid en genade van God, en om de terugkeer van Zijn gunst. ( vs 12 – 17 ) 

Mozes leerde de Israëlieten dat het doodvonnis van de Heere rechtvaardig was. De Israëlieten en ook wij die zoveel eeuwen na hen zijn geboren, zijn geneigd om de dood te zien als een oordeel van de natuur. Maar zo is het niet. Als de schepping niet gevallen was, hadden wij het eeuwige leven voor altijd bezeten. 

“ Wij sterven door Uw woede, we verdwijnen omdat U boos op ons bent. “ verzuchtte Mozes, om verder te gaan: “ U ziet alles wat we verkeerd doen, U kent onze diepste geheimen. Door Uw woede komt er een eind aan ons leven, het gaat als een zucht voorbij. Ons leven duurt maar zeventig of tachtig jaar als we sterk zijn. En alles wat we doen is moeilijk en zwaar. Ja, het leven vliegt voorbij en en dan zijn we verdwenen. We begrijpen niet hoe groot Uw woede voor ons is, daarom hebben we nooit genoeg eerbied voor U. “  

Het blijde vooruitzicht op een voorspoedig en heerlijk leven in Kanaän was omgeslagen in het droevige vooruitzicht van een langzame dood in de woestijn. Mozes had gezien hoe serieus de Heere over de zonde dacht, hoe Hij die strafte, en daarom was Hij terecht bang voor de woede van God. Mozes nam opnieuw het voortouw voor zijn volk toen hij verder bad: “ Heere geef ons genade om te bedenken hoe weinig dagen wij hebben en hoe kort het leven is, dat we hier op aarde te leven hebben. We moeten onze dagen zo tellen dat wij ons werk daarmee vergelijken en onze tijd niet verknoeien. Geef ons een tijding van vrede ondanks alle strafmaatregelen die U afgekondigd hebt. “ 

Mozes bad hartstochtelijk om de genade van God omdat hij zich niet verbeeldde dat hij op een of andere verdienste van zichzelf kon pleiten. Hoewel de Israëlieten allemaal terug moesten naar de woestijn, bad hij of de Heere blijdschap en vrede terug wilde laten komen in de harten van de mensen. 

Deze woorden bemoedigen. Er gaan stemmen op dat de corona epidemie een straf van God zou zijn. Wanneer we ons bedenken hoe opstandig ons hart en onze geest vaak zijn, hoe weinig wij het met de soevereiniteit van God eens zijn, en hoe vaak we zondigen, dan beseffen we dat er elke dag genoeg redenen voor de Heere zijn om ons te straffen. Maar omdat God Zijn Zoon gaf, en Hem in Betlehem geboren liet worden, is er hoop op Zijn liefde, vergeving en volkomen blijdschap over ons. In Christus ziet Hij geen van onze zonden aan! ( SB, SV, NBV, de Bijbel in gewone taal, MH ) 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *