Psalmen 89

Ik wil altijd zingen over Uw trouw en liefde Heer,
Steeds opnieuw wil ik spreken over Uw trouw.
Want ik weet: Uw liefde bestaat voor altijd,
En aan Uw trouw komt geen eind.
U hebt David als dienaar uitgekozen,
En dit hebt u hem plechtig beloofd:
Altijd zal iemand uit jouw familie koning zijn
Nooit zal dat veranderen.
Alle engelen prijzen U Heer,
Iedereen in de hemel dankt U
Want U bent altijd trouw en goed,
Geen andere god is zo machtig als U.
Alle goden hebben eerbied voor U
Allemaal brengen ze U eer.
Heer, machtige God
Niemand is zo machtig als U
U bent altijd trouw, Heer,
U heerst over de diepe zeeën,
U zorgt dat de hoge golven gaan liggen.
Al Uw vijanden hebt U gedood,
De grootste monsters hebt U verslagen.
Van U is de hemel, van U is de aarde.
U maakte de wereld en alles wat er leeft.
U hebt het noorden en het zuiden gemaakt
En ook de hoge, hoge bergen.
de Tabor en de Hermon,
De hele aarde juicht voor U.
Sterk en machtig bent U
U bent een goede koning,
U regeert met liefde en trouw.
Gelukkig zijn mensen die U eren,
U bent bij hen, bij U zijn ze veilig
De hele dag zingen ze voor U
Uw trouw geeft hen weer nieuwe kracht.
U beschermt hen, zo krijgen ze kracht.
U bent bij hen, zo worden ze sterk
U gaf hun een koning die hen beschermt
Dat deed U, de Heilige van Israël.
( Psalmen 89 : 1 – 19 )

 

Deze psalm is gemaakt naar aanleiding van de moeilijk te begrijpen ervaring dat de Heere Zijn belofte aan de nakomelingen van koning David niet na leek te komen. De uitverkoren koning werd een verworpen koning. Dit dramatische plot was zichtbaar in de geschiedenis van het koningshuis van David zoals beschreven in de boeken Koningen, en vormt de inhoud van dit lied. De psalmist ging omzichtig, maar ook doordacht en fundamenteel te werk. Hij loofde Gods almacht en trouw zeer uitgebreid. ( vs 1 – 19 ). Hierna ging hij over op de belofte dat nakomelingen van David het volk altijd zouden blijven besturen. ( vs 20 – 28 / 29 – 38 ) Daarna liet hij de tegenstelling zien met de werkelijkheid die er heel anders uitzag. En bad hij om de vervulling van de belofte ( vs 39 – 52 ). 

Door de grote tegenstelling die je vind in de psalm is het goed denkbaar dat er twee psalmen samengevoegd zijn. Toch sluit het tweede deel heel goed aan bij de inhoudelijke elementen van het eerste deel. Het is niet helemaal duidelijk onder welke omstandigheden de psalm gemaakt is. Sommige uitleggers denken aan de tijd van Rehabeam, en dan met name aan de inval van een zekere farao Sisak, die veel Israëlitische steden veroverde en ook Jeruzalem plunderde. Andere verklaarders denken dat de psalm gedicht is in de tijd van koning Josia die sneuvelde in de strijd met farao Necho ( 2 Koningen 23 : 29 ) Het zou ook nog kunnen dat de psalm geschreven is na de wegvoering van de jonge koning Jojachin ( 2 Koningen 24 : 8 – 17 ), kort voor het einde van het Tweestammenrijk. Maar de woorden van psalm 89 zijn ook goed toepasbaar op de latere situatie van ballingschap. 

Psalm 89 is een klaag- en bedepsalm waarin de nood van het koningshuis en het volk bezongen wordt. De psalm wordt ook wel bij de koningspsalmen gerekend omdat het koningschap bezongen wordt. De dichter was zelf geen koning. De klacht van het lied is te vergelijken met de inhoud van psalm 44. 

Psalm 89 is een leerdicht van Etan, een Ezrachiet. De psalmen van de Ezrachieten Heman en Etan ( psalm 88 en 89 ) horen bij elkaar. Deze wijze mensen worden met Asaf in één adem genoemd in 1 Kron. 6 : 16 – 32 ) 

De dichter wil voor altijd de Heere bezingen. Zo moet het generaties doorgaan! Hij verklaart dat Gods goedheid en trouw voor eeuwig in de hemel gegrond zijn. De dichter looft in essentie wie God is, en hoe Hij handelt. Zijn handelen gaat uit van liefde, maar ook van eenmaal gegeven beloften. Hiermee wordt de kern van de problematiek van de psalm geraakt. De Heere had de verantwoordelijkheid op zich genomen om de dynastie van David voor altijd in stand te houden. ( vs 4, 5 )Met deze woorden is de kern van de problematiek van de psalm aangegeven. Daarna volgt het woordje sela. 

Van zijn eigen lofzang gaat de dichter verder naar de lofzang die er in de hemel plaatsvindt. Aarde en hemel zingen samen. Daarom volgt na de toespitsing op de situatie van David een veel breder hymne. Gods trouw en Zijn wonderen worden in de hemel betuigd en bezongen. 

Wie in de hemel kan er naast de Heere staan, zich met Hem meten? Wie onder de goden is er zoals Hij? God wordt eerbiedig gevreesd in de hemelse raad, en door allen die om Hem heen staan. 

Wie is er zo machtig als deze God, terwijl tegelijkertijd de trouw van Hem afstraalt? Hij heerst over de onstuimige zee, bedaard de hoogste golven en zeemonsters, en verslaat Zijn vijanden. ( vs 10, 11 ) Rahab waarover de psalmist het heeft is de vertaling van : een zeer trotse vijand. Veel verklaarders denken hierbij aan Egypte, het land van de slavernij. 

Het wordt alweer zo helder als kristal dat de Heere God alles gefundeerd en gegrondvest heeft. ( vs 12, Psalm 24 : 1, 2 ) Hij schiep noord en zuid, de bergen Tabor en Hermon. Hij is machtig en geducht, maar tegelijkertijd liefdevol en trouw. ( vs 14 – 15)Dit zijn eigenschappen die bijna niet met elkaar te vereenzelvigen zijn, ze moeten daarom wel bij God horen, van Hem vandaan komen. 

Aan het einde van deze strofe trekt de auteur de conclusie en prijst het volk gelukkig dat de roep kent waarmee JHWH geprezen wordt. Het volk dat in Zijn licht leeft. Vol vertrouwen uiten zij de overwinningsjubel en vertrouwen op de overwinning van God. Hij is hun kracht en zege, uitgedrukt in het beeld van de hoorn. Het volk dankt zijn bescherming aan zijn Hemelse Koning die als een schild is en hier de Heilige van Israël genoemd wordt. 

God kan alles, want Hij is de Heere God almachtig. Hij heeft nooit iets gedaan wat onrechtvaardig of onverstandig is, en Hij zal dat ook nooit doen. Hij doet altijd wat liefdevol is voor Zijn volk, en in overeenstemming met het Woord dat Hij gesproken heeft. Hij bezit waarheid in het volbrengen van Zijn Woord en is bovendien zo goedertieren dat Hij altijd nog meer doet dan Hij beloofd heeft. “ Goedertierenheid en waarheid gaan voor Uw aangezicht heen. “ zegt de oude vertaling. 

Alle ware gelovigen zijn bijzonder gelukkig te prijzen: “ Welgelukzalig zijt gij o Israël, wie is u gelijk? “ Heerlijke ontdekkingen worden door gelovigen gedaan, blijde tijdingen van het goede worden door hen opgedolven uit het dierbare woord van God! Het ontbreekt hen nooit aan stof tot blijdschap. Mensen die zich in Christus Jezus verheugen hebben altijd genoeg aspecten om tegen hun zorgen of verdriet op te laten wegen, daarom is hun blijdschap altijd vervuld. 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *