Psalmen 105 ( 1 )

Loof de Heere, roep luid Zijn Naam Maak zijn daden bekend onder de volken. Zing en speel voor Hem. Spreek vol lof over Zijn wonderen! Beroem u op Zijn heilige Naam. Wees blij van hart, u die de Heer zoekt! ( Psalm 105 : 1 – 3 ) 

In de tijd van Mozes hadden de Levieten de taak van Mozes gekregen om voor het vervoer van de ark en het verbond van de Heere te zorgen. Toen de ark eenmaal in Jeruzalem stond was deze taak zinloos geworden. Daarom gaf David de Levieten andere taken. Psalm 105 is een schitterend betoog over de geschiedenis van Israël en legt het accent op de goedheid van de Heere, en Zijn trouw aan Zijn eeuwenoude genadeverbond en Zijn beloften. Het psalter begint met een enthousiast oproep van David om de Naam en de wonderen van God via woord en muziek bekend te maken aan iedereen die het maar horen wil! Hoogstwaarschijnlijk kreeg Asaf de opdracht om dit bevel in de dagelijkse dienst in de tempel uit te voeren. Asaf was een muzikant, zanger, dichter en ziener. Hij was één van de drie koorleiders aan het hof. Volgens de overlevering bespeelde hij de cimbalen. David gaf hem en zijn familieleden de taak om de dagelijks de diensten bij de ark van het Verbond te verzorgen. Het was de bedoeling van David om het volk dat aan zijn zorgen was toevertrouwd onderwijs te geven in de regels, en verplichtingen die op hen rustten en trouw vast te houden aan de heilige wetten van hun godsdienst en hun God! 

De nadruk moest daarbij liggen op de Heilige Naam van de Heere. “ Uw Naam moeten alle volken loven, zo groot en geducht, zo heilig is Hij ¨  schreef psalm 99 voor.  Deze opdracht moest  goed overdacht gedaan worden. Jahweh was altijd Israëls milde Weldoener geweest. De Israëlieten moesten Zijn Naam aanroepen omdat zij voor verdere gunsten van Hem afhankelijk bleven. En zo is dat ook met ons. Als wij om meer zegeningen bidden, dan erkennen wij dat we al ontzettend veel van Hem gekregen hebben. Het is de bedoeling dat andere mensen zich bij ons voegen om God eveneens te loven en te prijzen. We prijzen Hem als mensen die zich in Hem verblijden, van die blijdschap willen getuigen en dat aan de volgende generatie door willen geven. In de oudheid werden vroegere gedenkwaardige feiten meestal door liederen doorgegeven omdat er nog bijna geen geschreven overlevering was. 

De Israëlieten moesten zich niet op hun eigen roemrijke daden beroemen, maar op hun bekendheid met God en hun verhouding tot Hem. ( Jer. 9 : 23 , 24 ) David riep de mensen op om hun geluk in God te stellen en dat na te jagen. Ze moesten in de eerste plaats naar de genade en sterkte van God zoeken, Dat moesten ze met blijdschap doen want het hart van degene die de Heere zoekt heeft een goede keuze gemaakt. Het mag zich al verheugen terwijl het God zoekt, en zal zich nog meer verheugen wanneer het Hem gevonden heeft. ( SB, MH, SVkantt, NBV, HV ) 

 

Geef een reactie