Psalmen 104 – inleiding

 Een lentelied

Ik dank de Heer vanuit het diepst van mijn hart,
Heer, mijn God, U bent machtig!
Alles rondom U is stralend en mooi!
Overal om U heen is licht.
U hebt de hemel gemaakt,
Strak gespannen als een tent.
Hoog boven de hemel is Uw paleis.
U rijdt op een wagen van wolken.
De wind blaast U vooruit.
De wind is gehoorzaam aan U.
De bliksem doet wat U wilt.
U hebt de aarde stevig vastgezet,
Zo blijft ze staan, voor altijd.
Toen U de aarde maakte
Was er overal water,
Zelfs boven de de bergen.
Maar toen Uw stem klonk,
Vluchtte het water.
Het vluchtte weg voor de donder.
Bergen kwamen te voorschijn,
En rivieren stroomden in de dalen.
Precies zoals U het bedacht had.
U hebt grenzen gesteld voor het water,
Nooit meer zal het de aarde bedekken.
U laat rivieren stromen,
Ze stromen tussen de bergen door,
Alle dieren komen er drinken.
( Psalmen 104 : 1 – 10 ) 

Deze psalm is één van de scheppingshymnes waarin de Heere als Grondlegger en Onderhouder van de schepping geprezen wordt. Psalm 104 beschrijft vooral de kosmos en de natuur, de hemel, zee en aarde. Daarbij ligt het accent op de Heere als Onderhouder en Bestuurder van Zijn heerlijke schepping. Omdat er geen duidelijke historische context bestaat, krijgt de psalm een tijdloos karakter. Sommige oude handschriften en vertalingen geven koning David het auteursrecht, maar helemaal zeker is dat niet. Maar omdat de opening en het slot identiek zijn aan psalm 103, lijkt dat er wel op. Je zou wel kunnen stellen dat psalm 104 een diepere invulling aan Genesis 1 geeft, waar alleen de scheppingsdaden van de Elohim genoemd worden. De Heere wordt als een verheven en kundig architect van de schepping bejubeld. Het uitspansel met licht en lucht, de ecologische systemen van mens en dier op de aarde, de hemellichamen voor de ordening van de tijden voor mens en dier, en het talrijke veelzijdige leven in de zee worden op een aanstekelijke manier beschreven en bezongen. Je wordt erg blij van deze psalm! 

Zoals het vaak het geval is, begint de psalm met een zelf aansporing om JHWH te loven en te prijzen. Er bestonden ook lofliederen bij andere goden om de Heere te loven en te prijzen, maar in deze psalm wordt door het veelvuldige gebruik van de heerlijke naam van God benadrukt dat het om de Heere van hemel en aarde gaat. 

Met het scheppen van hemel en aarde heeft de Heere zich naar de mening van de dichter groot en verheven gemaakt. Hij heeft zich met luister en majesteit bekleed. Hij heeft Zijn grootheid tot uitdrukking gebracht in het scheppen van de hemel, die Zijn luister en majesteit uitstralen. In verheven beeldspraak beschrijft de dichter hoe de Heere de kosmos tot Zijn residentie heeft gemaakt. Het licht heeft Hij als een mantel omgedaan, en de hemelen als een tentdoek uitgespannen boven de aarde. In het hemelwater maakte Hij Zijn bovenste vertrekken. In de lucht fungeren de wolken als Zijn wagen, en grote stormen zijn het middel van de Elohim om zich voort te bewegen. Stormen en bliksems doen dienst als Gods boodschappers. Als het onweert dan vertegenwoordigen deze natuurelementen Zijn macht en majesteit. De Heere gaf de aarde een vaste plaats in de kosmos. Het beeld dat de dichter schetst, is dat van de aarde als een droge plaats in het midden van de wateren, gefundeerd op een vaste ondergrond. De zekerheid van deze plaats wordt benadrukt door te stellen dat de aarde in eeuwigheid niet zal wankelen.
Als beginsituatie wordt er een watervloed geschetst die de hele aarde bedekte en tot boven de wolken reikte. Het zou goed mogelijk zijn dat in deze beschrijving de zondvloed ook meegenomen wordt. De plaats die de aarde toegewezen kreeg is tot stand gekomen door het gebiedend spreken van de Heere via de stem van de donder. Bergen en dalen kwamen te voorschijn, terwijl de wateren net als de aarde een vaste plek toegewezen kregen. En zo maakte de Heere de aarde tot een veilige plek voor mens en dier! 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *