Psalmen 104 ( 3 )

U hebt de maan gemaakt voor de tijden
De zon weet wanneer zij onder moet gaan.
Als U het duister spreidt, valt de nacht,
En alles wat leeft in het woud gaat zich roeren.
De jonge leeuwen gaan uit op roof,
Brullend vragen zij God om voedsel.
Bij zonsopgang trekken zij zich terug
En leggen zich neer in hun legers.
De mensen gaan aan het werk
En arbeiden door tot de avond.
Hoe talrijk zijn Uw werken Heer!
Alles hebt U met wijsheid gemaakt.
Vol van Uw schepselen is de aarde.
Zie hoe wijd de zee zich uitstrekt.
Daar wemelt het zonder tal
Van dieren, klein en groot.
Daar bewegen de schepen zich voort,
Daar gaat Leviathan, door U gemaakt om ermee te spelen. ( Psalmen 104 : 19 – 28 ) 

Nu worden de betekenis van zon en maan voor de schepselen op aarde beschreven. Het gaat niet om de betekenis van zon en maan als zodanig, het gaat om hun functie voor de ordening van de tijd voor de dieren en mensen op aarde. Er bestaat een ritme van dag en nacht, bepaald door de zon, en een ritme van de maanden, dat bepaald wordt door de maan. Het ritme van de maanden stond in verband met het ritme van de seizoenen, en de religieuze feesten in Israël, en was erg belangrijk voor het volk Israël. Met het aanbreken van de nacht ontwaakt de dierenwereld. Het brullen van leeuwen klinkt op en vormt een echo door de nacht, vraagt God om voedsel. Ook de dierenwereld is in zijn levensonderhoud van Gods voorzienigheid afhankelijk. Het element van eten en gegeten worden staat in schril contrast tot de pure schepping, waarin de dieren elkaar nog niet hoefden te doden om van voedsel voorzien te worden. ( Genesis 1 ) Het staat ook in een donker contrast tot de nieuwe wereld, waarin er geen dieren meer zullen zijn die elkaar verscheuren om in leven te blijven. 

“ Dan zal een wolf zich neervlijen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer. Kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen. Een leeuw en een rund eten beiden stro. Bij het hol van een adder speelt een zuigeling. Een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel Gods heilige berg. Want kennis van de Heere vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt. “ ( Jesaja 11 : 6 – 9 ) 

De dichter van psalm 104 weet dat die toestand van vrede nog niet is bereikt, en benadrukt dat God Zijn schepping nog steeds onderhoudt. Als de nacht naar de morgen gloort, leggen de dieren zich ter ruste, en staan de mensen op. Ze maken zich gereed om naar hun werk te gaan. Dier en mens wisselen elkaar als het ware af, beide leven om zich voedsel te verwerven. 

Het is niet te zeggen hoe groot de variëteit is die God in de schepping heeft gelegd. De dichter zegt dat alles, maar dan ook werkelijk alles van de Heere afhankelijk is voor voedsel, en voor hun totale levensonderhoud. Aan ieder individueel scheppingswerk ligt de wijsheid van God ten grondslag. Overal zit God achter! Hij is de ultieme Eigenaar van de schepping, en alles moet als Zijn goed beschouwd worden. Aarde en zee zijn boordevol wonderen van Gods hand. De zee bevat ontelbare schepselen, van groot naar klein. De auteur beschrijft een kalme zee, er varen schepen over en de Leviathan kan er spelen. Deze beelden beschrijven de zee als een veilige plek. De Leviathan wordt in psalm 104 geschetst als een geschapen bewoner van de zee, en niet als het mythologische zeemonster dat Jesaja beschreef. ( Jesaja 27 : 1 ) Alles, inclusief de zee en de giganten die zij herbergt, horen tot Gods schepping. Alles valt onder Gods zorg en autoriteit. 

En God is hun persoonlijke verzorger, aldus de auteur. Het gaat hier om het gelovig verstaan van de schepping als een levend kunstwerk dat door de Heere Zelf wordt onderhouden. Als God niet meer voor voedsel zorgt, of de adem van de dieren wegneemt, sterven zij en vergaan tot stof. De Heere wordt beleden als de totale beheerder van het leven. Maar daar blijft het niet bij. Gods adem schept ook nieuw leven door Zijn Geest. Hij vernieuwt het aangezicht van de aarde, dat laten de wisselingen van de seizoenen zien. De geboorte van jonge dieren, van mensen, de hele cyclus van geboren worden, leven en sterven is door de Heere bepaald. God brengt nieuw leven en wil daarvan de verzorger zijn! Deze beelden zorgen voor rust en overgave in je hart. God zit overal achter! Hoe ongelooflijk heerlijk is dit weten. Wie in Hem gelooft en op Hem vertrouwt is onbeschrijflijk rijk en gelukkig.

De schepping is gebroken door de zonde. De aarde takelt af, en de klimaatcrisis is een feit. Maar wie op God vertrouwt, weet dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde aankomen. Daarop zal alles weer volmaakt zijn. Dit besef doet ons relativeren, en richt ons door al het aardse heen op de toekomst van God. Onderweg naar Zijn toekomst doen we ons uiterste best om er hier op aarde iets goeds van te maken. 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *