Op weg naar Pasen ( 9 )

Lucas 22 : 24 – 30 

Toen ontstond er onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Jezus zei tegen hen: ‘ vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij jullie niet zo zijn. De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. Want wie is belangrijker, die aanligt, of die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar Ik ben in jullie midden als Iemand die dient.’

De maaltijd vorderde, net zoals de gesprekken. De discussie was op het persoonlijke vlak terecht gekomen. De sfeer onder de leerlingen was gedrukt door de heftige vraag wie het kon zijn die de Meester zou verraden. Een mogelijke aanleiding tot deze ‘ onenigheid ‘ waren de woorden van Jezus over het koninkrijk van God. ( vs 16 – 18 ) De leerlingen dachten dat er ereplaatsen beschikbaar zouden zijn in dat Koninkrijk, want een koning kon ereplaatsen en hoogstaande posities uitdelen. Waarschijnlijk waren de leerlingen niet zo blij met de plekken die zij aan de Pesachtafel toebedeeld hadden gekregen. De aandachtige lezer merkt dat er veel verzoekingen op de leerlingen afkwamen. Ontrouw, onenigheid, afgunst en streven naar eer, aanzien en achting. Dat lag allemaal op de loer, en nam de vreugde van de heilsfeiten en van het samenzijn met de Heere weg. 

De woorden die het begrip ‘ de meeste ‘  in de grondtaal weergeven zijn : de grootste, de hoogste in rang of waardigheid, de meest geldende. Eigenlijk absurd dat de leerlingen niets van Jezus` toekomstige lijden en sterven meegekregen hadden. De hele situatie was daar wel naar geweest. Jezus had gezegd dat er geen steen van de tempel op de andere zou blijven staan. ( Lucas 21 : 5, 6 ) Hij had voorzegd dat ze zelf ook zouden moeten lijden ( Lucas 21 : 12 ). De hele wereld zou in brand komen te staan. ( Lucas 21 : 10, 11 ) De leerlingen zouden hun leven alleen maar kunnen redden als ze standvastig zouden zijn. ( Lucas 21 : 19 )  Hoe kregen ze het in hun hoofd om  nu over futiliteiten te redetwisten? Dat moet Jezus  intens bedroefd en geërgerd hebben. 

Toch ging de Meester serieus op hun twistvragen in. Hij zei: ‘ Het is voor koningen gewoon om macht uit te oefenen en te heersen over hun volk. Zo was het in Israël ( zie 1 Sam. 8 : 11 – 18 ), maar nog meer in de volken om ons heen. Daar regeerden koningen niet bij de gratie van God, maar bij de goddelijke macht die zij zichzelf toedichtten. 

‘ De machthebbers van de volken worden weldoeners genoemd. ‘ zei Jezus. Zo was het ook, machthebber was een titel die door verschillende hellenistische koningen in de tijd na Alexander de Grote gebruikt werd. Dit soort heersers wilde alleen maar geëerd en gediend worden, potentaten zagen hun taak vaak niet als een dienst aan hun volk. 

Jezus verwees naar de houding van heidense koningen als een duidelijk voorbeeld van wat heersen naar wereldse maatstaven betekent. De houding van Zijn leerlingen mocht daar niet op lijken. ‘ Laat dat bij jullie niet zo zijn ‘ zei Jezus ernstig. ‘ Zo hebben jullie Christus niet leren kennen ‘  betekent dat. Onder volgelingen van Christus moest de meeste in dienstbaarheid worden als de jongste. Met de jongste kan bedoeld worden dat het om de jongste in leeftijd gaat, maar het kon ook de nieuwkomer in een groep zijn. ( meizon ) Het was normaal gesproken zo dat de jongste in een groep de geringste, nederigste taken uitvoerde en alle anderen ten dienste stond. Zo hoorde een leider in de gemeente te zijn naar de uitspraken van Jezus. ( Hebr. 13 : 7, 17,24 ) Hij mocht niet heersen maar moest dienen. ( 1 Petrus 5 : 3 ) 

De Heere Jezus heeft ongetwijfeld het dienen in ruimere zin van het woord bedoeld, maar Zijn woorden lieten er geen twijfel over bestaan dat Hij wilde dat Zijn leerlingen het verschil uitmaakten in de wereld om hen heen. Dit feit wordt geïllustreerd door het voorbeeld van de leerlingen die erop uitgestuurd werden om de Pesachmaaltijd in gereedheid te brengen. Petrus en Johannes waren belangrijke leerlingen. Johannes was de apostel die Jezus liefhad, terwijl Petrus de woordvoerder van de groep was. Juist zij kregen deze dienende taak opgedragen. 

Jezus stelde een retorische vraag. Het was heel gewoon dat de meerdere door een mindere gediend werd. Het meest indrukwekkende voorbeeld werd door de Heere Jezus gegeven. Hij wilde de voeten van Zijn leerlingen wassen, en gaf met deze daad blijk van een ongeëvenaarde nobelheid van geest, en nederigheid van hart. ‘ Ik echter ben onder ulieden als Degene die dient ‘ zei Hij. Deze woorden moet je niet alleen betrekken op de situatie tijdens de Pesachmaaltijd, maar op de hele periode van de omwandeling van de Heere Jezus hier op aarde. Over deze houding heeft Jezus nog veel meer gezegd in Matth. 20 : 28 en Marcus 10 : 45.

‘ Zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losprijs voor velen. ‘ 

Jezus gaf het goede voorbeeld, als de Meester die Zelf Dienaar wilde zijn. Hoeveel temeer moeten wij dan hier op aarde ook elkaars dienaar en helper willen zijn. De woorden van Jezus betekenen niet dat je gemachtigd bent om je naaste te sommeren je dienaar te zijn. Zijn woorden zetten je aan tot zelfonderzoek over je eigen attitude.  

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *