Op weg naar Pasen ( 28 )

Er was ook een man die Josef heette en afkomstig was uit de Joodse stad Arimathea. Hij was een raadsheer, een goed en rechtvaardig mens, die de komst van het koninkrijk van God verwachtte, en niet had ingestemd met het besluit en de handelswijze van de raad. Hij ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Nadat hij het lichaam van het kruis had gehaald wikkelde hij het in linnen doeken en legde het in een rotsgraf dat nog nooit was gebruikt. ( Lucas 23 : 50 – 53 ) 

Ondanks het diep-treurige van Jezus` kruisiging bleven er onafgebroken wonderen plaatsvinden. De natuurverschijnselen, maar ook de interactie tussen de mensen en Jezus, daar aan dat kruis. De moordenaar werd gratie verleend, en toegang beloofd tot het Paradijs. Maria, de moeder van Jezus werd aan de zorg en bescherming van Johannes toegewezen. De centurio had zijn geloof in Jezus uitgesproken. En ook nu, na Jezus` sterven gingen de wonderen door. Zodra Hij de laatste adem uitblies was in de tempel het voorhangsel gescheurd als teken van de vervulling van de tempeldienst in de dood van het Lam van God dat de zonde der wereld wegneemt. 

Nog een nieuw verrassend gebeuren: er was een man die niet had ingestemd met de handelswijze van de Joodse raad. Zijn naam was Josef van Arimathea. Hij was lid van de Joodse raad. Schriftgeleerde, overpriester of oudste van het volk, een belangrijk man. ( Marcus 15 : 43 ) Maar hij was meer dan dat, hij was rechtvaardig en eerlijk, in stilte een volgeling van Jezus. Misschien was Josef niet aanwezig geweest toen Jezus veroordeeld werd, of alle gebeuren had hem zodanig overvallen, en de volkswoede hem zo beangstigd, dat hij het niet gewaagd had zich hardop uit te spreken. En er was nog iemand, Nicodemus, die niet had ingestemd met de Joodse raadsbesluiten. ( Joh. 19 : 39 ) Hij zou Josef helpen bij de begrafenis van Jezus. 

Josef kwam uit een Judese stad, Arimathea. Hij keek intens uit naar de komst van de Messias. In Matth. 27 : 57 wordt van hem gezegd dat hij een discipel van Jezus was. Nu Jezus was gestorven wilde Josef ervoor zorgen dat het lichaam begraven werd. Stil maar vastbesloten ging Josef naar Pilatus en vroeg hem toestemming om het lichaam van het kruis te halen, en te begraven. Pilatus gaf hem direct toestemming. Uit dit tekstgedeelte bleek dat Josef bang was. Geen wonder, het was niet zonder risico wat hij deed. Johannes schreef dat hij in het verborgene naar Pilatus ging, uit vrees voor de Joden. Marcus schreef: ‘ en Hij waagde het naar Pilatus te gaan. ‘ 

Soms bleven gekruisigden hangen aan het hout, tot ze vanzelf afvielen. Een vreselijk schouwspel, een waarschuwing voor iedereen om zich aan de wet te houden, en nooit tot een dergelijke gruwelijke dood gedwongen te worden. Volgens de Joodse wet moest een veroordeelde voor de nacht van het kruis genomen worden, zodat het land niet verontreinigd zou worden. Dat was zeker het geval aan de vooravond van de sabbat. 

Josef en Nicodemus snelden door de avond naar Golgotha. Daar aangekomen namen ze zo voorzichtig als ze maar konden, het lichaam van hun dierbare Meester van het kruis. Hoe zullen ze zich wel niet gevoeld hebben, die beide mannen. 

Naar Joods ritueel wikkelden ze het lichaam van Jezus in linnen doeken. Behoedzaam droegen ze de Heere vervolgens naar een dichtbij gelegen tuin, die het eigendom van Josef van Arimathea was. Josef was een vermogend man, en was in staat om al tijdens zijn leven een graf te kopen. Dat graf gaf hij met liefde aan de Man die zijn ziel eeuwig leven geschonken had. De vrouwen uit Galilea die met Jezus meegekomen waren, volgden Josef. En ze zagen het graf waar Jezus neergelegd was. Toen gingen ze terug naar Jeruzalem om geurige olie met kruiden klaar te maken. Maar op sabbat deden ze niets, want zo staat het in de Joodse wet beschreven. 

Alleen de vrouwen, zij waren er.
Vrouwen waren de laatsten die Hem mochten zien, en de eersten die Hem mochten begroeten.

Waar waren de discipelen?

 

One response to “Op weg naar Pasen ( 28 )

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *