Op weg naar Pasen ( 18 )

Johannes 13 

Het was de laatste avond die Jezus met Zijn leerlingen doorbracht. Jezus zou de hele avond vullen met aanwijzingen, en wijze raadgevingen waaraan Zijn leerlingen later terug zouden kunnen denken. Jezus wist dat nu voor Hem het beslissende moment naderde waarop Hij vanuit de wereld terug zou gaan naar Zijn Vader in de hemel. Zijn hart werd totaal in beslag genomen door de mensen die in deze wereld bij Hem hoorden. Tot het allerlaatste moment bleef Hij met Zijn hele hart van hen houden.  

Jezus wist dat Hij van Zijn Vader alle macht gekregen had. Hij wist dat Hij bij God vandaan gekomen was, en ook weer naar Hem terug zou gaan. De tijd was aangebroken om Zijn leerlingen voor te bereiden op Zijn dood. Het was de donderdag voor Pasen, de 14e van de maand Nisan. Het feest van de ongezuurde broden was nog niet aangebroken. Toch was het op de 14e Nisan al wel Pascha. De tijd van Jezus` bediening liep ten einde. Jezus wist dat Hem nog slechts een korte tijd restte van Zijn terugkeer naar de hemel. Maar zover was het nu nog niet, het lijden moest nog in volle hevigheid losbarsten. Daarna zou Hij van Zijn leerlingen scheiden,  terwijl zij in de wereld moesten blijven. 

Het heengaan van Jezus door lijden en sterven wordt in de grondtaal meta bainein genoemd ( = naar een andere plaats gaan, verhuizen ) Het gebruik van dit werkwoord geeft aan dat Jezus niet ophoudt met wat Hij doet, maar Zijn werk bij de Vader voort zal zetten. ( vgl. Joh. 14 : 2 ) Jezus had Zijn leerlingen in de wereld lief. Hij wist exact wat er stond te gebeuren die nacht. Alle scenario`s stonden Hem als het ware op het netvlies geëtst. 

Maar terwijl de satan Zijn macht aanwendde om Hem ten onder te doen gaan, bleef Jezus rustig verder gaan met de uitwerking van het plan van Zijn Vader in de hemel. 

Al voor deze maaltijd had de satan Judas in het hart gegeven om Jezus te verraden. ( Matth. 26 : 14 – 16 / Lucas 22 : 1 – 6 ). De geldzucht was hem de baas geworden. Jezus kende het verraad van Judas al voordat deze het zelf wist. ( Joh. 6 : 70, 71 )Terwijl het werk van Judas duivelswerk was, zou het werk van Jezus Gods werk zijn. 

En zo gebeurde het dat Jezus opstond van de tafel, zijn overkleed aflegde, en een doek om Zijn middel bond, alsof Hij een slaaf was. Hij deed water in een bak, en begon de voeten van Zijn leerlingen te wassen. Vervolgens droogde Hij hun voeten af met de doek die Hij omgedaan had. Zelf het kwaad kon Zijn eindeloze liefde niet teniet doen. De daad die Jezus verrichtte, deed Hij in het besef van Zijn soevereine macht en heerlijkheid. ( Psalm 2 / Matth. 28 : 18 )

Hij wist dat God Hem alle macht in handen gegeven had. Jezus` lijden bestond dan ook niet in het willoos ondergaan van duivelse plannen. Johannes benadrukte enkele keren dat Hij dat lijden volledig vrijwillig onderging. Ondanks Zijn Goddelijke afkomst en bestemming was Jezus bereid om slavenwerk te doen. Jezus werd dienstknecht. 

De leerlingen hadden kort daarvoor nog ruzie gemaakt over het feit wie er de belangrijkste was. Er was in de bovenzaal geen slaaf aanwezig om de voeten te wassen. Maar niemand had het voorstel geopperd om de voeten van elkaar te wassen, liever waren ze met stoffige voeten aan tafel gegaan. Maar Jezus zag alles. Daarom stond Hij op van de tafel, en terwijl HIj wist dat de leerlingen zich te groot voelden om voeten te wassen, en Hij ook wist dat Zijn verrader aanwezig was, begon Hij alle voeten te wassen, die van Judas incluis. HIj legde Zijn bovenkleed af, wat een symbolische handeling leek te zijn voor het afleggen van Zijn leven, en sloeg een linnen doek om Zijn lendenen. Deze doek werd als handdoek gebruikt. Daar stond Jezus, als de geringste slaaf, omgord met nederigheid. ( 1 Petrus 5 : 5 ) Hierna deed Hij water in het wasbekken, en begon Zijn slavenwerk. 

Johannes heeft niet beschreven met welke voeten Jezus het eerst begon. Iedereen liet het  zwijgend toe. Behalve Petrus. Toen Jezus bij Simon Petrus kwam, riep die: “ Heer, U gaat toch niet mijn voeten wassen? “ Petrus wist nog niet wat Jezus deed. De voetwassing paste binnen het geheel van Zijn lijden en sterven, maar daarvan had Petrus nog geen notie. 

Jezus zei tegen hem: “ Nu begrijp je niet wat Ik doe, maar later zul je het begrijpen. “ Petrus weigerde beslist. Maar Jezus zei daarop dat Petrus niet bij Hem kon horen als hij Jezus niet zou laten begaan. Dit alles wees heen naar het plaatsvervangend lijden en sterven van Jezus voor Petrus, voor de leerlingen en voor de wereld. Na Jezus` dood en opstanding, en de uitstorting van de Heilige Geest, zou dit pas helder voor hen worden. Het zou geen verstandelijk weten betreffen, maar een kennis die voortkwam uit de omgang met God. 

Wie zich niet door Jezus laat wassen, heeft geen deel met Hem. Deze uitdrukking is afkomstig uit het Oude Testament, uit het spraakgebruik rondom de landverdeling, zoals je dat vinden kunt in Gen. 31 : 14 / Deut. 10 : 9 / Psalm 16 : 5 / Openbaringen 20 : 6. Door Zijn lijden en sterven verwierf Christus alle heerlijkheid. Die heerlijkheid wil Hij met Zijn kinderen delen. Gelovigen zijn mede-erfgenamen van Christus, en delen in alles met Hem. ( Rom. 8 : 17 ) Als je een deel van het werk van Christus niet aanvaard, dan sta je er helemaal buiten. Dat bedoelde Jezus tegen Petrus te zeggen. Voor Petrus was dit gewassen worden een bekend thema. De Joden waren veel rituele wassingen gewend, die waren verplicht. ( Joh. 2 : 6 ) Er bestaat maar één wassing die al die rituelen tot vervulling kan brengen, dat is de wassing met het bloed van Jezus Christus. Dat is de symboliek van de voetwassing. 

Toen Jezus de voeten van alle leerlingen gewassen had, deed Hij Zijn overkleed weer aan. Hij ging bij de leerlingen zitten, en zei: “ begrijpen jullie wat Ik gedaan heb? “ Jullie noemen Mij Meester en Heer. En dat is goed, want dat ben Ik. Ik ben jullie Heer en Meester, en toch heb Ik jullie voeten gewassen. Daarom moeten jullie ook elkaars voeten wassen. Ik heb jullie het goede voorbeeld gegeven. Wat Ik gedaan heb, dat moeten jullie ook voor elkaar doen. Luister goed naar Mijn woorden. Een slaaf is niet belangrijker dan zijn meester. En iemand die gestuurd wordt, is niet belangrijker dan degene die hem stuurt. Als je dat begrijpt, en je daaraan houdt, zul je het echte geluk leren kennen, dan zul je zalig genoemd worden. ‘ 

Zalig heeft betrekking op iemand die bij de Heere God in de gunst staat. De navolging van Christus in je leven laat zien of Hem begrepen hebt, en werkelijk navolgt. 

2 responses to “Op weg naar Pasen ( 18 )

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *