Mattheüs 4 : 18 – 22

 

Bij de roeping van de eerste discipelen door de Heere Jezus valt op dat het initiatief helemaal van de Rabbi uitging. Het was de gewoonte in Israël dat leerlingen hun leermeester zelf uitgekozen, maar bij de Heere Jezus lag dat precies andersom. Zoals eens de profeet Elia Elisa uitkoos, zo koos eeuwen later Jezus zijn leerlingen uit. ( Johannes 15 : 16 ) 

We bevinden ons bij het meer van Galilea, dat ook wel het meer van Kinneret of Gennesaret genoemd wordt. Het is ongeveer 12 km lang en 21 km breed en bevindt zich meer dan 212 km boven de zeespiegel. 

De leerlingen van Jezus werden voor het eerst uitgekozen. Ze waren nog lang geen apostel. Daar zouden vele jaren van onderwijs aan voorafgaan. De mannen kenden Jezus, er bestond een vriendschappelijke relatie en ze waren op de hoogte van de bediening van de Heere Jezus. ( Joh. 1 : 35 – 42 ) De roeping van de vier mannen aan het begin van Jezus` bediening geeft aan op welke manier het volk van de Messias geroepen en uitgezonden zou worden. Het is heel mooi om te zien hoe Jezus zich van de beroepscontext van zijn toekomstige leerlingen bediende om hen duidelijk te maken wat Hij van hen verlangde. “ Volg Mij,en Ik zal jullie vissers van mensen maken” , zei hij eenvoudigweg. 

Andreas was een discipel van Johannes de Doper geweest. ( Joh. 1 : 40 ) In die tijd waren Andreas en Simon ook al in contact gekomen met de Heere Jezus, maar niet eerder dan bij de roeping door Jezus Zelf zouden zij tot een radicale keuze in het volgen van Jezus komen. Het volgen van Jezus zou niet alleen geestelijk gezien radicaal zijn, maar ook letterlijk en fysiek. De mannen verlieten hun boten, en netten. Ze verlieten hun dagelijks beroep. Vanaf nu trokken zij samen met Jezus door het land om in dienst van het Koninkrijk te prediken en te genezen. ( vs 17, 22, 23 ) Wat hier gebeurde was feitelijk het allereerste begin van de christelijke zendingsbeweging. 

Zowel Jakobus als Johannes zouden ontzettend veel voor de eerste christengemeente gaan betekenen. Ze moeten nog jong geweest zijn, want ze waren samen met hun vader aan het werk. Ze waren druk bezig om hun netten in orde te maken voor de eerstvolgende visvangst. De mannen verlieten zowel hun vader als het schip, ze gaven dus zowel hun natuurlijke familie als hun beroep op om Jezus te volgen. 

Jezus was geen Oudtestamentische profeet, en ook geen rabbi. Hij was een rondtrekkende Leraar, die in dienst stond van Zijn Hemelse Vader. 

Het evangelie van het Koninkrijk was een goede , blijde tijding. De inhoud van deze boodschap was het aanbreken van het Koninkrijk der hemelen. Onderwijzen, verkondigen en genezen waren de hoofdbestanddelen van dit Koninkrijk. 

Vanuit de relatie tussen zonde en ziekte in zowel het Jodendom als de vroege kerk kon de genezingsbediening van Jezus gezien worden als een bevrijding van zonde. In het Messiaanse koninkrijk zal er overigens geen ziekte meer zijn! ( Jes. 29 : 18 / 35 : 5 – 7 ) 

Jezus bereikte de mensen omdat Hij door hen heen zag, en precies wist wat ze nodig hadden. Er bestond geen ziekte of kwaal die Hij niet genezen kon, bovendien toonde Zijn leven dat niet slechts het Joodse volk door Hem gered zou worden. Hij was gekomen omdat Hij de hele mensheid innig liefhad, en Zichzelf voor hen over wilde geven tot aan de bittere en smadelijke dood op Golgotha. 

4 responses to “Mattheüs 4 : 18 – 22

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *