Mattheüs 4 : 18 – 22

Mattheüs 4 : 18 – 22 

Voor Jezus was de gevangenneming van Johannes de Doper een teken. De wegbereider maakte plaats voor de boodschapper die hij verwachtte. Vanaf dat moment begon Jezus dan ook de verkondiging van het evangelie van het koninkrijk van de hemel. ( 4 : 17, 23 ) Net als bij Johannes reageerde het volk eerst enthousiast. Maar de omstandigheden waren veranderd. Het ging nu niet meer om een arme profeet die in de woestijn rondzwierf om te prediken. Het ging om een Rabbi die in de synagogen onderwijs gaf en de steden en dorpen rondreisde. Het hele gebeuren speelde zich niet langer af in Judea, in de buurt van Jeruzalem, maar in Galilea aan de grenzen van de heidense gebieden. De verkondiging van Jezus ging niet vergezeld van het symbool van de doop, maar van de genezing van zieken en bezetenen. De tijd van de vervulling leek te zijn aangebroken. ( 4 : 14 ) De stem van Johannes de Doper had de mensen voorbereid op een andere Stem: Die van de Meester, die mensen op eigen gezag opriep om Hem te volgen. Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes zouden Hem begrijpen, en volgen. 

Toen Christus Zijn rondwandeling op aarde begon, begon Hij dus discipelen bijeen te roepen die eerst hoorders, en daarna daders van het Woord zouden zijn. In Mattheüs 18 lees je een verslag van de eerste discipelen die Jezus riep om Zijn leerlingen te zijn. Hun roeping was een voorbeeld van een krachtige roeping tot navolging van Christus Jezus. Over het algemeen riep Jezus iedereen op om Hem te volgen, maar nu riep Hij de leerlingen persoonlijk, die Zijn Vader Hem gegeven had. Zij werden één voor één geroepen om zich aan de Heere Jezus en Zijn bediening toe te wijden. 

De leerlingen werden geroepen bij het meer van Galilea, waar de Heere Jezus rondwandelde. Galilea was een afgelegen deel van het land, de inwoners waren over het algemeen niet zo ontwikkeld als in Jeruzalem, ze spraken dialect. Toch ging Jezus daarheen om Zijn leerlingen te roepen. Mattheüs zegt expliciet dat hij twee broers riep, Petrus en Andreas. 

De roeping die bij deze ontmoeting plaatsvond was nog niet hun roeping tot apostel. Dat zou pas later gebeuren, vlak voor hun uitzending. ( Marcus 3 : 14 / Lucas 6 : 13 / Matth. 10 : 1 – 4 ) Hier ging het puur om een oproep van Jezus om Zijn leerling te worden. De onvoorwaardelijke oproep van Jezus: ‘ Kom achter Mij ‘ , en de onmiddellijke gehoorzaamheid van de mannen kon plaatsvinden omdat het niet de eerste keer was dat de leerlingen Jezus ontmoetten. Er was al sprake van een bepaalde vriendschap en de mannen waren op de hoogte van Jezus` bediening. ( Joh. 1 : 35 – 42 ) 

‘ Kom, volg Mij en Ik zal jullie vissers van mensen maken’ zei Jezus eenvoudigweg. De mannen voelden wel aan dat Jezus daar iets bijzonders mee bedoelde, al hadden ze nog geen idee van de werkelijke grootte van hun opdracht. Het ging om een toekomstige bediening in de grote toekomst van God, maar dat begrepen ze toen nog niet. Wat ze wel begrepen was dat ze alleen maar vissers van mensen konden worden als ze Jezus als hun Leermeester zouden aanvaarden. 

De roeping van deze vier mannen aan het begin van de bediening van Jezus is eigenlijk een voorafschaduwing van de roeping van het latere volk van de Messias. Het is erg mooi om te zien hoe Jezus de taal van het volk gebruikte om hen duidelijk te maken wat hun toekomstige beroep zou zijn! 

Wij leren van Jezus om de taal te ( leren ) spreken van de mensen die wij met het Evangelie willen bereiken. 

https://www.youtube.com/watch?v=0QVWFGMuZwM

(4) Hemelse gave | Sela – YouTube

 

One response to “Mattheüs 4 : 18 – 22

  1. I see You’re in point of fact a just right webmaster.
    This site loading speed is amazing. It kind of feels
    that you’re doing any unique trick. Moreover, the
    contents are masterwork. you’ve done a excellent task in this subject!
    Similar here: <a href="[Link deleted]internetowy and also here:
    <a href="[Link deleted]online

Geef een reactie