Luther – Johannes 3 : 14 – 15

De verhoogde slang (1)En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zó moet de Zoon des mensen ook verhoogd worden, opdat allen die in Hem geloven, niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben.JOHANNES 3:14-15 (weergave DB 1545)

 “Mozes beschrijft in Numeri 21 de geschiedenis waarin we lezen, dat het volk Israël in de woestijn jammerde en klaagde en dat het tegen God en Mozes in opstand kwam. De klacht ging wel bijzonder over de hoge en verheven weldaad dat God hen brood uit hemel te eten gaf – dat hemelbrood verachtten ze! Deze zonde heeft God zó gestraft, dat Hij giftige slangen onder hen liet komen die hen beten. Het gif van zo’n slangenbeet brandde in hun lichaam als het helse vuur! Daardoor zijn ze neergevallen en bij hopen gestorven.

Toen erkenden zij hun zonden en het onrecht dat ze hadden gedaan en ze gingen naar Mozes of hij de HEERE wilde bidden, dat ze van de slangen verlost zouden worden. De HEERE gaf aan Mozes opdracht om een koperen slang te maken en die in de woestijn op te richten. Wie nu deze koperen slang zou aanzien, die zou genezen en niet sterven.

Deze geschiedenis haalt de Heere Christus aan en past die toe op Zich Zelf, namelijk dat ook Hij verhoogd moest worden [aan het kruis] net als de koperen slang in de woestijn aan een staak of hout. Wie Hem zal aanzien (dat is zoals Christus het Zelf uitlegt): Wie in Hem zal geloven, die zal niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben.”

[Predigten des Jahres 1535 (Hauspostille 1545), WA 52, 352 ff]   

De geschiedenis van de koperen slang
“ De Israëlieten reisden verder, van de berg Hor in de richting van de Rietzee. Ze moesten om het land Edom heenreizen. Onderweg werd het volk ongeduldig. Ze zeiden tegen God en tegen Mozes: ‘ Waarom hebben jullie ons uit Egypte weggehaald? Moeten we hier sterven in de woestijn? We hebben geen brood en geen water. En we hebben zo`n hekel aan dat afschuwelijke manna.’ Toen stuurde de Heer giftige slangen op de Israëlieten af. Heel veel mensen werden gebeten en stierven. 

Toen kwamen er mensen bij Mozes die zeiden: “ We hebben een grote fout gemaakt. Want we hebben ons verzet tegen de Heer. Vraag alstublieft aan de Heer of Hij ons van die slangen wil bevrijden.” Toen bad Mozes voor het volk. De Heer zei tegen Mozes: ‘ Maak een slang van koper en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is, moet naar die slang kijken. Dan zal hij blijven leven. “ Mozes maakte een slang en zette die op een paal. Iedereen die gebeten was, en die omhoogkeek naar de koperen slang, bleef in leven. ( Numeri 21 : 4 – 9 ) 

De verschillende episoden van Israëls rondzwervingen in de woestijn – die overigens niet in strikt chronologische volgorde worden beschreven – laten de pieken en dalen zien waar het volk doorheen ging, voordat het het land vloeiend van melk en honing binnen kon gaan. Soms was het opstandig, dan weer gehoorzaam en vertrouwend op de Heere. Met die positieve attitude triomfeerde het volk over zijn vijanden. Maar zo was het helaas lang niet altijd! 

Vanaf de berg Hor – de plaats waar Aäron stierf – trok het volk van Israël verder naar het zuiden. Het ging de kant op van de Rode Zee, om het land van Edom heen. Maar ondanks de overwinning op Kanaänieten in de Negev was de grondhouding van het volk Israël niet veranderd. Er hoefde maar iets te gebeuren of ze werden ongeduldig, en klaagden alles bij elkaar. Hun klachten waren altijd tegen God en Mozes gericht. Deze keer spraken de mensen God rechtstreeks aan. Ze riepen harstochtelijk en hatelijk: “ Waarom hebt U ons eigenlijk weg laten trekken uit Egypte? Er is hier geen water en geen eten, en we walgen van het manna!” 

Vaak had de Elohim op hun klachten geantwoord met de verhoring op hun gemor. Hij gaf hen kwakkels, of zorgde voor manna. Maar deze keer deed God dat niet. Hij zond vurige slangen van de hemel, die de mensen beten en dusdanig verwondden dat ze in no – time dood neervielen. Het volk begreep dat het een straf voor hun opstandig gedrag was, en ze beleden hun schuld. Hoe hatelijk ze ook tegen Mozes hadden gedaan, nu smeekten ze hem om zijn voorbede bij God, zodat ze niet allemaal zouden sterven. 

Daar stond Mozes. Voor de zoveelste keer deed hij voorbede voor zijn ondankbare volk. En de Heere liet zich verbidden. Hij gaf antwoord vanuit de hoge hemel, en zei tegen Mozes dat hij een koperen slang moest maken. De slang moest hij op een stok zetten. De stok moest hij oprichten in de woestijn, midden tussen het stervende volk. Wie naar de slang keek zou genezen worden, zo verklaarde God. 

De slangen verdwenen niet, ze bleven rondkronkelen en beten waar ze maar konden. Inderhaast vervaardigde Mozes een koperen slang, en zette het dier op een paal neer. In Johannes 3 : 14 – 15 wordt deze slang gezien als een voorafschaduwing van de gekruisigde en opgestane Christus. Hij werd een Bron van heil voor ieder die gelooft. 

In het leger van de Israëlieten weerklonken kreten van pijn en angst. De brandende slangen veroorzaakten een pijn die je doet denken aan de pijn van een brandwond. Waarschijnlijk ging het om boomslangen die veel voorkomen in Arabië. Hun beet veroorzaakt een heftige ontsteking en grote dorst. Hier was de beet dodelijk. 

In dit Bijbelgedeelte was de slang geen personificatie van het kwaad, het was juist andersom. Wie door een levende slang werd gebeten, werd in leven gehouden door het zien naar een dode slang. Dat kwam niet door het dier, maar het ging om de gehoorzaamheid aan het bevel van de Heere. Gewillig en vol geloofsvertrouwen opzien naar de levenloze slang, zo moest het gebeuren, want zo wilde de Heere het. Zoals Christus aan het kruis eeuwen later een teken van redding zou zijn, zo was hier in de woestijn de slang het ultieme teken van hoop en redding. 

De heerlijkheid van Christus is te zien in Zijn absolute macht, en in het recht om satan en alle demonen te vernietigen of buiten gevecht te stellen. Jezus is een mens van vlees en bloed geworden om door Zijn dood aan het kruis hem die de macht over de dood had – de duivel – te verslaan. 

Het is heel erg dat Jezus zo moest lijden om ons voor eeuwig van de macht van de satan te bevrijden. Het is beschamend dat wij mopperen over de strijd in ons leven in plaats van ons tot het uiterste in te spannen om aan de wereld om ons heen de  grootheid te laten zien van Jezus. Dat komt omdat we Zijn heilige bedoelingen met ons leven maar al te vaak niet doorzien. 

Toch – wie de superioriteit van Christus gelooft, ziet, en ervaart, zal de satan te schande zetten door  Christus te vereren. Die zal door het geloof strijd voeren tegen de macht van de zonde, in het vertrouwen dat Christus onze vergeving heeft gekocht en de overwinning heeft zeker gesteld van allen die op Hem vertrouwen. 

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *