Op weg naar Pasen ( 1 )

Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem. Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om Zijn komst voor te bereiden, wilden de dorpelingen Hem niet ontvangen omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. Toen de leerlingen Jakobus en Johannes merkten dat Jezus niet welkom was, vroegen ze: ‘ Heer, wilt U dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’ Maar Hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht. ( Lucas 9 : 51 – 55 ) 

Deze tekstwoorden luiden een nieuwe periode in het leven van Jezus in. Zijn werkzaamheden in Galilea liepen ten einde. Lucas vertelt over de reis van Jezus naar Jeruzalem die uit zou lopen in Zijn Hemelvaart. Het hieraan verwante ‘ opgenomen worden ‘ wordt ook in het Nieuwe Testament gebruikt in verband met de hemelvaart van Jezus. ( Hand. 1 : 2, 11, 22 / Marcus 16 : 19 / 1 Tim. 3 : 16 ) Het woord ‘ opneming ‘ heeft hier een ruimere betekenis. Het is een allesomvattende term voor Jezus` terugkeer naar de Vader, door Zijn bittere lijden en sterven, opstanding en hemelvaart heen. Johannes had het ‘ de verheerlijking ‘ genoemd. ( Joh. 7 : 39 ) Die gebeurtenis kwam snel dichterbij, dat maakte Lucas duidelijk. Jezus` dagen werden vervuld. Jezus – die wist wat Hem te wachten stond, was vastbesloten om de wil van Zijn Vader te vervullen. Daarom staat er dat Hij Zijn aangezicht hield als reizende naar Jeruzalem. ( vgl Ezech. 6 : 2 / 13 : 17 / 14 : 8 / 15 : 7 / Jer. 3 : 12 / 21 : 10 ) Alle uitdrukkingen bij elkaar geven aan dat Jezus alles opzij zette om naar Jeruzalem te gaan. Zijn doel was om daar te lijden, en te sterven, en dan de heerlijkheid van Zijn Vader binnen te gaan. ( Lucas 24 : 26 ) 

De kortste weg naar Jeruzalem liep via het Samaritaanse land. Vanwege het slepende conflict tussen Joden en Samaritanen meden beide bevolkingsgroepen elkaar. Joden en Samaritanen waren al sinds de Babylonische wegvoering in een godsdienststrijd en rassenconflict verwikkeld. ( 2 Kon. 17 : 24 – 41 ) De haat zat de Joden zo diep dat ze zelfs weigerden om het woord ‘ Samaritanen ‘ in de mond te nemen. ( vgl. Lucas 10 : 37 ) Gewoonlijk meden ze daarom het hele gebied, om conflicten te vermijden, en om er zeker van te zijn dat ze niet verontreinigd zouden raken. Het gebeurde zelden dat een reis door het vijandelijke gebied zonder een conflict verliep. 

Zo niet Jezus, Hij stuurde boden voor zich uit om Zijn komst voor te bereiden. Het ging om meer dan alleen een plaats zoeken waar Hij zou kunnen overnachten. Ze moesten poolshoogte gaan nemen of de situatie dermate veilig was dat de Heer erheen zou kunnen gaan. Zodra de boden het dorpje binnenkwamen werd hen pijnlijk duidelijk gemaakt dat ze er niet welkom waren. Het nieuws dat het groepje reizigers op weg was naar de stad met de gehate tempel, viel niet in goede aarde, integendeel, hen werd ronduit de toegang geweigerd. De boden moesten onverrichterzake terug naar Jezus, waar ze verslag deden van de gebeurtenissen. Met name Jacobus en Johannes reageerden heftig op het negatieve nieuws. Ze werden woedend en zonnen op wraak . Ze wilden – net als Elia indertijd – een verterend vuur van de hemel laten neerkomen om de Samaritanen te vernietigen. In de geschiedenis van Elia was het vuur een bewijs geweest van het feit dat hij echt een profeet van God was. Jakobus en Johannes – die niet voor niets zonen van de  donder genoemd werden – vonden het dan ook ronduit passend dat dit oordeel de opstandige inwoners van het Samaritaanse dorpje zou treffen. Een opmerkelijk feit is overigens dat Johannes later samen met Petrus betrokken is geweest bij de verzoening tussen Joden en Samaritanen. ( Hand. 8 : 14 ) Maar zover was het nu nog helemaal niet! De beide leerlingen waren woedend en wraakzuchtig. 

Maar Jezus dacht er totaal anders over. Hij keerde zich naar Zijn leerlingen toe en sprak bestraffende woorden. Hij moet iets in de trant van de woorden gezegd hebben die Hij eens tegen Petrus had gezegd. ‘ Ga weg achter mij satanas, want je bedenkt niet de dingen die van God zijn, maar die van mensen zijn. ‘ ( Marcus 8 : 33 ) 

‘ Jullie weten niet van welke geest jullie zijn ‘ zei Hij ook nog. Dat betekende hetzelfde. Hun meedogenloze vergeldingsdrang was in strijd met het karakter van het Evangelie, en het verzoenend werk van Jezus. Jezus voerde de vergeldingsdrang van Zijn leerlingen terug naar hun innerlijke motivatie. 

In alle betekenissen die het woord ‘ geest ‘ kan hebben, gaat het om deze innerlijke motivatie. Datgene waardoor de mens aangezet wordt tot daden, en waardoor de mens bestuurd wordt. De woorden van Jakobus en Johannes waren niet in overeenstemming met de Heilige Geest. Wraakgevoel komt voort uit de invloed van de tegenstander. Vergeldingsdrang is in flagrante tegenspraak met het karakter van het Evangelie en de aard van Jezus` bediening. Leerlingen van Jezus krijgen wel een volmacht om te genezen, maar niet om te vernietigen of kapot te maken. 

Want de Zoon des mensen is niet gekomen om te vernietigen, maar om te behouden. Door af te zien van persoonlijke vergelding bracht Jezus Zijn eigen woorden in  praktijk. Zo moeten wij Hem na willen volgen. 

En daarom ontweek het groepje leerlingen met de Vredevorst in hun midden de confrontatie. Ze reisden verder, en zochten een andere plek om te overnachten. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *