Lucas 19:1-10

Jezus trok op een dag door de stad Jericho. Een bijzondere stad met een geschiedenis. Toen het volk Israël het land Kanaän binnentrok om dat in te nemen, stuitten ze bijna gelijk op deze stad. De stad was toen al volkomen afgegrendeld uit angst voor de Israëlieten. De Heer had Jozua beloofd dat Hij Jericho met zijn koning en al zijn dappere helden aan hem uit zou leveren. Hij gaf de mannen van Israël een bijzondere opdracht. Ze moesten zeven dagen lang rond de stad trekken, en op de zevende dag zou onder luid geschal van de ramshoorns de muren van de stad instorten. Zo had de Heere het gezegd, en zo was het ook gegaan.Maar er was van de buit gestolen, door Achan. Hij had zich vergrepen aan goederen die onvoorwaardelijk aan de Heer toegewijd moesten worden. Hierdoor ontstak Hij in woede, en trok Hij niet meer zegevierend voor de Israëlitische legers uit, tot op het moment dat de dader bekend werd. Achan en zijn familie waren gestenigd, en de Heer had een bevel gegeven dat de stad nooit meer opgebouwd zou mogen worden. ( Jozua 6: 26 ) 

In de tijd van David leek Jericho een stad te zijn waar mensen afgezonderd konden leven. ( 2 Sam. 10: 5 )  En toen de stad toch herbouwd werd, ging het woord van Jozua in vervulling. ‘In zijn dagen (de dagen van Achab, de zoon van Omri, die deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, meer dan allen die er voor hem geweest waren, 1 Kon.16:30) bouwde Hiël uit Bethel Jericho weer op. Op zijn eerstgeboren zoon Abiram legde hij de fundamenten, en op zijn jongste zoon Segub richtte hij de poorten op, naar het woord van de HEERE, dat Hij gesproken had door de dienst van Jozua, de zoon van Nun.’ (1 Kon.16:34)Jericho leek een vervloekte stad te zijn, waar nooit meer iets goeds in zou gebeuren. 

Toch kende de geschiedenis van Jericho een wending. Tijdens het leven van Elisa was er zelfs een profetenschool gevestigd. ( 2 Kon. 2: 4, 5 ) Zij speelde een belangrijke rol bij de beschrijving van de hemelvaart van Elia. Na de hemelvaart van Elia kwam Elisa daar, om er zegen te brengen. Elisa veranderde het bittere water van Jericho in goed, helder drinkwater. Het was met Jericho niet voorbij! De doorgaande lijn van Gods goedheid en ontferming zou zich doorzetten in het Nieuwe Testament. Jezus Zelf zou aan deze stad denken, in genade en ontferming. 

‘Tijdens Zijn rondwandeling op aarde trok de Meester op een dag door Jericho. Er woonde daar een man die Zacheüs heette, een rijke hoofdtollenaar. Hij wilde Jezus zien, om te weten te komen wat voor iemand het was. Maar dat lukte hem niet omdat er zoveel mensen op de been waren. Zacheüs was niet zo groot, te klein om over de mensenmenigte heen te kunnen zien. Daarom liep hij snel voor de mensenschare uit en klom in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien. Toen Jezus langskwam, stond Hij stil, Hij keek naar boven en zei: ‘ Zacheüs kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in jouw huis verblijven. ‘ Zacheüs kwam meteen naar beneden en ontving Jezus vol vreugde in zijn huis. Allen die dit zagen zeiden morrend tegen elkaar ‘ Hij is het huis van een zondig mens binnengegaan om onderdak te vinden voor de nacht. Maar Zacheüs was gaan staan en zei tegen de Heer; “ Kijk Heer, de helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen, en als ik iemand door bedrog iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig. ‘ Jezus zei tegen hem: ‘ Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham. De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was. ‘ ( Lucas 19: 1-10 ) 

Omdat de stad op een doorgangsroute lag, kon er veel tol gevraagd worden. Zacheüs was een leidinggevende belastinginner in Jericho. Hij behoorde tot de upper-class van zijn stad. Toch werd hij geminacht, want hij was een jood die zich in dienst stelde van de Romeinen, de bezettende macht van Israël. Dat was voor de joden al genoeg om hem buiten te sluiten. Wat minstens zo zwaar telde was het feit dat tollenaren zich verrijkten ten koste van hun landgenoten. Ze hieven meer tol dan de Romeinen opgelegd hadden, en het overvragende deel staken ze in hun eigen zak. 

Zacheüs hoorde dagelijks allerlei nieuwtjes van de langstrekkende reizigers. Zo had hij ook veel over Jezus gehoord, en over de wonderen die hij deed. Hierdoor was zijn nieuwsgierigheid gewekt. Toen er op een dag een grote stoet mensen de stad naderde, kon Zacheüs zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen, Hij rende uit zijn tolhuis, en vergat zijn positie helemaal. Hij wist dat hij geen schijn van kans had om Jezus te zien, iedereen verdrong zich om de Meester. Daarom bedacht hij zich geen moment, maar klom in een vijgeboom die langs de kant van de weg stond. Vanuit deze veilige positie moest het hem lukken om een glimp van Jezus op te vangen. Daar zat Zacheüs tussen de bladeren van boom verscholen. Hij dacht dat niemand erg in hem had. Maar Jezus kende zijn hart. 

Terwijl Zacheüs uitkeek naar Jezus, had de Meester hem al in Zijn hart gesloten. Hij stond stil toen Hij langs de vijgenboom liep, en keek omhoog, recht in de ogen van Zacheüs. Jezus – die ook tegen Nathanaël gezegd had dat Hij hem gezien had – wist dat de tijd aangebroken was om opnieuw een leerling te roepen. ‘ Kom gauw uit die boom, Ik moet vandaag bij jou zijn. ‘ zei Hij simpelweg. 

Onmiddellijk gehoorzaamde de tollenaar. Hij gooide de deuren van zijn huis en van zijn hart open, en ontving de Meester met grote blijdschap. Zijn verlangen was ver boven zijn verwachting beantwoord. 

Maar niet iedereen was blij met deze ontwikkeling van de gebeurtenissen. Jezus ging niet naar de plaatselijke synagoge, maar zat bij een enorme slechterik aan tafel. Iedereen sprak er schande van. Verbijsterd zeiden de mensen dat Jezus het huis van een zondig mens was binnengegaan om te overnachten.. 

Zacheüs hoorde het gemor. Hij ging staan en legde een gelofte af die duidelijk liet zien dat Hij Zijn zondige leven de rug toekeerde. Bij de joden gold een wet die luidde dat waarachtige bekering moest leiden tot genoegdoening aan de mensen die benadeeld waren. Volgens Lev. 5: 24 moest men het eigendom van de benadeelde teruggeven met een vijfde van de gestolen waarde daaraan toegevoegd. Zacheüs ging veel verder met zijn viervoudige teruggave, hij legde zichzelf vrijwillig de zwaarste straf op die een dief kon krijgen in de joodse wet. ( Ex. 21: 37)

Het was natuurlijk onmogelijk voor een tollenaar om alle mensen van wie  hij tol gevraagd had te achterhalen. Misschien was het om die reden zo dat Zacheüs zijn eigen opgelegde straf nog eens verzwaarde door aan zijn woorden toe te voegen dat hij de helft van zijn bezittingen aan de armen zou geven. Iedereen stond paf en met zijn mond vol tanden, niemand wist nog iets te zeggen. Behalve Jezus, de Redder van een mensenziel. 

Hij riep vol blijdschap uit dat er redding was gekomen voor het hele huis van Zacheüs. Door hem een zoon van Abraham te noemen, schonk hij Zacheüs een grote eer, want nu werd Hij door Zijn Redder bij het volk van de beloften gevoegd. 

Wat de mensen ervan vonden deerde de Meester niets. Hij breidde Zijn heerlijk koninkrijk uit. Zacheüs mocht misschien door de samenleving buitengesloten zijn, en door de hele stad geminacht worden, maar Jezus zag in hem een ware zoon van Abraham, dat wil zeggen: iemand die gereed was voor het Koninkrijk van God. 

 

4 responses to “Lucas 19:1-10

  1. I see You’re actually a just right webmaster. The web site loading pace is amazing.
    It kind of feels that you are doing any unique trick.

    In addition, the contents are masterpiece. you’ve done a
    excellent activity in this matter! Similar here: <a href="[Link deleted]sklep and also here:
    <a href="[Link deleted]sklep

Geef een reactie