Kinderen en eeuwig leven

Kinderen zijn een gave en een zegen van God. Ze hebben een duidelijke plek binnen het verbond van God met de mensen in de besnijdenis, en via de Doop in Jezus die de kinderen erbij betrekt. Ze worden beschouwd als een erfenis van God. Hij kende onze kinderen al voor hun geboorte. ‘ Voordat Ik je vormde in de moederschoot had Ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet had Ik je al aan Mij gewijd, en je een profeet voor alle volken gemaakt. ‘ zei Hij tegen Jesaja. 

Paulus zei ongeveer dezelfde woorden in Galaten 1 : 15 ‘ Maar toen besloot God, die mij al voor mijn geboorte had uitgekozen en die mij door Zijn genade heeft geroepen, Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem aan de heidenen zou verkondigen. ‘ 

God de Schepper neemt kinderen op in Zijn verbond uit hoofde van Zijn belofte aan Abraham. ‘ Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle volgende generaties, een eeuwigdurend verbond. ‘ ( Gen. 17 : 7 ) zei Hij. 

De apostel Petrus zei tegen zijn heidense toehoorders dat ze zich van hun huidige leven af moesten wenden en zich moesten laten dopen onder aanroeping van de naam van Jezus Christus. Dan zou de Heilige Geest hen geschonken worden, omdat voor hen zowel als voor hun kinderen de belofte gold dat ze gered zouden worden. ( Hand. 2 : 37 – 40 ) 

De God die kinderen weeft in de buik van hun moeder ( Psalm 139 : 13 – 16 ) heeft tijdens Zijn omwandeling op aarde kinderen tot leven geroepen om te laten zien dat Hij Heer en Meester is over de dood. ( Lucas 7 : 11 – 15 / Matth. 9 : 22 – 25 / Marcus 5 : 35 – 43 / Lucas 18 : 15 – 19 ) 

Ook profeten van Jahweh hebben deze wonderen in Gods Naam en kracht verricht. ( 1 Koningen 17 : 17 – 24 / 2 Kon. 4 : 8 – 37 ) 

De Nederlandse Geloofsbelijdenis – die in 1618 als Belijdenisgeschrift is aangenomen op de Nationale Synode te Dordrecht – stelt dat kinderen al voor hun geboorte besmet zijn met de erfzonde door de val en ongehoorzaamheid van Adam en Eva in het Paradijs. ( Ned. Geloofsbelijdenis artikel 15 ). De Dordtse leerregels echter gaan verder en stellen in hoofdstuk 1 artikel 17 dat de kinderen van gelovigen heilig zijn, niet van nature, maar door de kracht van het genadeverbond waarin ze samen met hun ouders zijn opgenomen. Daarom moeten gelovige ouders er niet aan twijfelen dat hun jong gestorven kinderen verkoren en zalig zijn. ( Gen. 17 : 7 / Hand. 2 : 39 / 1 Kor. 7 : 14 ) 

Toen Jezus hier op aarde rondwandelde, heeft hij een jongen en een meisje opgewekt uit de dood. 

‘ Nog voor Jezus uitgesproken was – Hij leerde een menigte mensen – kwam er iemand uit het huis van Jaïrus tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘ uw dochter is gestorven, val de Meester niet langer lastig. Maar Jezus hoorde het en zei: ‘ Wees niet bang, maar geloof, dan zal ze worden gered. ‘ Toen Hij bij het huis kwam, stond Hij niemand toe om met Hem naar binnen te gaan, behalve Petrus, Johannes, en Jakobus en de vader en moeder van het meisje. Alle aanwezigen waren aan het weeklagen en sloegen zich van verdriet op de borst. Hij zei ; ‘ hou op met klagen want ze is niet gestorven, maar ze slaapt. ‘ Ze lachten Hem uit omdat ze wisten dat het kind gestorven was. Hij nam haar hand vast en zei met luide stem: ‘

Meisje, sta op! ‘ Haar levensadem keerde terug en ze stond meteen op. ‘ ( Lucas 8 : 49 – 55 ) 

Het bericht van de onheilsbode moet voor Jaïrus – de vader van het meisjes – een verpletterende slag zijn geweest. Hij had zich naar Jezus gehaast om het leven van zijn kind te redden. Nu was alle hoop de bodem in geslagen. Jezus echter is Heer en Meester, ook over de dood. Hij richtte zich tot Jaïrus en gebood hem om niet bang te zijn voor het definitieve van de dood, en voor het verlies van zijn kind. Hij moest blijven geloven dat zijn dochtertje behouden was, en dat het opnieuw zou leven. De woorden van Jezus in dit tekstgedeelte geven aan waarom het gaat: om geloof. Bij de uitvoering van dit grote wonder nam Jezus slechts zijn meest intieme leerlingen met zich mee. Bij dit gebeuren paste geen openbare manifestatie van veel op wonderen beluste toeschouwers, maar slechts een intieme huiselijke kring. 

Zonder aarzelen doorbrak Jezus vervolgens de traditionele manier van rouwbeklag. Hij riep de huilende en misbaar makende mensen op om hun rouwbeklag te staken omdat het meisje niet dood was, maar dat het sliep. Dit was een uitdrukking die in de Bijbel wel vaker gebruikt werd om de dood mee aan te duiden. ( Joh. 11 : 11 – 14 / 1 Kor. 15 : 6, 18 / 1 Tess. 4 : 13 – 16 ) De betekenis van deze woorden was dat de dood niet definitief was, maar dat er eens een opstanding zou volgen. Deze opstanding heeft Jezus bewezen door tijdens zijn leven op aarde wonderen te verrichten zoals bij het dochtertje van Jaïrus. 

Het is opvallend dat de mensen hun rouwbeklag staakten om Jezus uit te lachen. Waarom lieten ze Hem niet toe om te bewijzen dat Hij gelijk had? Zijn Naam moet hen al bekend zijn geweest. Jezus wilde dan ook niet dat zij aanwezig waren bij de opwekking van het kind, en gebood ze allemaal om te vertrekken. 

Samen met de drie leerlingen en de ouders ging Jezus naar het meisje toe, vatte haar hand en gebood haar krachtig om op te staan. Op te staan uit de dood, en op te staan van het bed waarop ze lag. 

Jezus maakte zich met het aanraken van een overledene niet onrein, zoals dat beschreven stond in de Joodse wetten, maar verdreef door de Goddelijke kracht die in Hem werkzaam was de dood, die de feitelijke onreinheid was. De levensgeest van het meisje keerde terug in haar lichaam, en ze kwam weer tot leven. Onmiddellijk ging ze staan. Dat moet voor de ouders een onbeschrijfelijke blijdschap zijn geweest. 

Jezus heeft veel wonderen gedaan, maar Hij is naar de hemel teruggegaan. Hij wekt vandaag de dag geen doden meer op, omdat Hij Zelf dood geweest is, en weer leeft. Hij heeft Zijn Goddelijke kracht bewezen door de dood door te gaan, en deze te overwinnen aan het kruis van Golgotha. 

Wij die  deze woorden geloven, weten dat er een dag zal komen dat onze geliefde doden ook weer tot leven zullen komen. Ook wij die eens zullen sterven, zullen tot leven komen. Wat een vreugde zal dat wezen, alle dood vernietigd tot in eeuwigheid. 

Gelovigen spreken bij het begraven van hun geliefden vaak de Geloofsbelijdenis uit. In deze belijdenis erkennen ze bovenstaande woorden. 

 

One response to “Kinderen en eeuwig leven

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *