Johannes 6 : 55 – 58

“ Want Mijn vlees is waarlijk spijs, en Mijn bloed is waarlijk drank. Die Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem. Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leef door de Vader, alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij. Dit is het Brood dat uit de hemel is neergedaald, niet gelijk uw vaders het manna gegeten hebben en zijn gestorven, Wie dit Brood eet, zal eeuwig leven  “ ( Johannes 6 : 55 – 58 ) 

Wie mag het eeuwige leven beërven?
De mensen die zich geestelijk blijven voeden met het Woord van God zijn degenen die Zijn vlees eten en Zijn bloed drinken. Zulke mensen zullen de volle realiteit van het leven met de Heere Jezus beleven. Het voedsel waarop Jezus doelde is in staat om de geestelijke honger en dorst van de mensen voorgoed te stillen. 

Wat Jezus in deze verzen gezegd heeft niet zozeer betrekking op het tot geloof komen, en het aannemen van Zijn Zelfopoffering maar meer op het leven vanuit dat geloof. Het gaat om het zich blijvend geestelijk voeden met alles wat Hijzelf is. Daarop gaat Jezus verder in in het volgende vers. De mens die bewust, actief en blijvend de woorden van Jezus tot zich neemt, blijft etende en drinkende ( er worden hier in de grondtaal twee duratieve deelwoorden gebruikt ). 

Centraal in die eenheid met Jezus ( vs 56 ) staat het leven dat Hij geeft. Dat leven is Goddelijk. Het gaat uit van degene die het leven geschapen heeft, onderhoudt en zo bestuurd dat er zonder Zijn wil geen haar van ons hoofd kan vallen: het gaat om de Vader. De Vader heeft de Zoon naar de wereld gezonden met de wil dat Jezus zou doen wat de Vader Hem als opdracht gaf. ( vgl. vs 38 – 40, 44 ). De Vader was het die Zijn Zoon weer tot leven gewekt had, Jezus leefde Zijn hele leven door de Vader. God de Vader die het leven had in Zichzelf, heeft ook de Zoon die gave gegeven. Dus ook Jezus had het leven in Zichzelf. ( Joh. 5 : 26 ) 

Deze twee waarheden over Zichzelf trok Jezus door naar de mensen die Zijn vlees aten en Zijn bloed dronken. In Joh. 6 : 58 zei Jezus dat nog veel directer. Hij zei: ‘ die Mij eet ‘ . Daaruit blijkt dat het niet alleen om de dood van Jezus ging die herdacht moest worden, en niemand ooit mocht vergeten, maar ook om een altijd blijvende en voortdurende levensgemeenschap met de Heere Jezus Christus.
Wat een blijde boodschap! Zoals Jezus door de Vader leeft, zal ook de mens die Jezus ‘ eet ‘,  – die in Hem blijft –  leven door Hem. Maar er is meer, het grondwoord kathos ( zoals ) heeft een dubbele functie. Het leven door Hem is het eerste, maar degene die in Jezus blijft, wordt net als Jezus, ook door de Vader uitgezonden om Zijn wil te doen. 

De menigte verschillende toehoorders moet ademloos geluisterd hebben naar deze uitspraken van Jezus.
Jezus zweeg. Hij had alles uitgelegd. Hij had gezegd hoe Hij het levende voedsel was en leven gaf. Zoals gewoonlijk had Hij door beelden en gelijkenissen gesproken. Hij had het gehad over brood, vlees, voedsel en drinken. Het moest nu voor iedereen duidelijk zijn wat Hij bedoelde. De laatste woorden ( vs 58 ) van Zijn rede gaven een samenvatting. Jezus keerde als het ware terug naar het begin van Zijn betoog. 

Hij was begonnen om de mensen te zeggen dat ze moesten werken voor het voedsel dat nooit meer zou vergaan. Dat zou blijven tot in het eeuwige leven. Jezus Zelf zou dat voedsel geven. ( vs 27) Aan het eind van Zijn rede ( vs 58 ) gaf Hij nog een keer aan dat ‘ dit ‘ het uit de hemel neergedaalde brood was. 

De mensen waren begonnen met het vergelijken van het manna dat hun voorouders in de woestijn te eten hadden gekregen. Dit manna had geen eeuwig leven gegeven. Jezus bevestigde dat. Hij trok de lijn verder, en zei de mensen dat Hij het levende Brood was, dat wèl eeuwig leven gaf. 

Met deze woorden drong Jezus de mensen als een Goede Herder nog verder aan tot het maken van een keuze. Ze moesten Zijn woorden geloven, en Hem Zelf aannemen en in Hem geloven, zodat ze konden leven. Wie dat niet deed koos voor het verwerpen van  Zijn woorden, en van Hemzelf. Deze keuze was automatisch een keuze voor de dood, voor het sterven. 

Wat een nobele integere Man stond daar voor die mensen. Het was niet hun honger, maar hun verlangen naar de waarheid die Hem vervulde met mededogen voor de menigte. Hij zag ‘ een grote menigte en werd met ontferming over hen bewogen, want ze waren voor Hem als schapen die geen Herder hadden. Daarom begon Hij hen vele dingen te leren. ‘ ( Marcus 6 : 34 ). 

Jezus` hele dienst was ingericht naar het principe dat barmhartigheid de uiteindelijke betekenis is van Gods wet. En omdat de Zoon van God niet gekomen was om de wet op te heffen, maar om die te vervullen ( Matth. 5 : 17 ), was Hij de belichaming en openbaring van de rijkdom van Gods medelijden en barmhartigheid. 

In onze tijd is Jezus nog precies Dezelfde. ‘ Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde, en tot in eeuwigheid. ‘( Hebr. 13 : 6 );  

Daarom nodigt God, die ook wel de ‘ Vader der ontfermingen ‘ wordt genoemd, ons uit om vrijmoedig voor Zijn troon te komen, door Jezus Christus die medelijden heeft met onze zwakheden. ( Hebr 4 : 15 ). 

Wij hebben Zijn barmhartigheden hard nodig. We zondigen elke dag, en komen er niet aan toe om Zijn opdracht – Hem liefhebben met heel ons hart, heel onze ziel, heel ons verstand, en al onze kracht – volmaakt in praktijk te brengen. Onze motieven zijn nooit volmaakt zuiver. We mopperen te snel, maken ons te snel zorgen, worden te snel boos, en zijn te snel geïrriteerd over het gedrag van anderen dat we maar al te vaak zelf ook laten zien. Als God ons geen genade bewijst, dan zijn we verloren. 

Daarom is de barmhartigheid en genade van de Heere Jezus zo betekenisvol. Wie iets van Zijn liefde begrijpt, wil alles over Hem weten. Wil Zijn vlees eten, en Zijn bloed drinken. Om zoals Jezus te zijn, en door de Vader uitgezonden te worden. Tot de dag dat Hij terugkomt, om ons voor altijd tot Zich te trekken. Wat een dag zal dat zijn! 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *