Johannes 10 : 16

“Maar Ik heb ook nog andere schapen die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar Mijn stem luisteren, dan zal er één kudde zijn, met één Herder. “ 

Eigenlijk moet je Johannes 10 tegen de achtergrond van het negende hoofdstuk lezen Terwijl de Evangelist Johannes eerst de Joodse leiders afschilderde als valse leiders, tekende hij daarna in hoofdstuk 10 de Heere Jezus uit als de Goede Leider. Dat deed hij in beelden die hij aan het herdersleven ontleende. Oog in oog met de eigenwijsheid, de blindheid en kwaadheid van de farizeeën die probeerden om de man die van zijn blindheid genezen was, zijn Heer te laten verloochenen ( hfdst 9 ), legde de Heere Jezus de manier bloot waarop de religieuze leiders Gods volk bestuurden. Eigenlijk waren ze niets anders dan een bende rovers, dieven ( Joh. 10 : 1, 8, 10 ), vreemdelingen ( vs 5 ), en dagloners ( vs 12, 13 ). Deze mensen werkten alleen maar voor een beloning, en gaven niet zoveel om de schapen van hun kudde. 

Jezus daarentegen was voor Zijn schapen de deur tot het eeuwige leven. ( vs 7 – 10 ) Hij was tot in alle facetten van Zijn bestaan de goede Herder van de kudde die Zijn leven gaf voor Zijn schapen. ( vs 17 – 18 ) 

Niet het hele Israël hoorde bij deze schapen, of bij deze Herder. Zijn schapen waren degenen die de stem van de Herder herkenden ( vs 3 – 5 ), Hem volgden ( vs 4 – 5 ) naar Hem luisterden ( vs 8 – 16 ) en naar Jezus toekwamen ( vs 9 ). En niet alle schapen zouden uit Israël stammen ( vs 16). Er zouden anderen komen, uit alle volken ( 12 : 32 ) om één volk te vormen. ( 11 : 52 ), en God Zelf zou hun Herder zijn. ( Ezech. 34 : 11 ) 

Plotseling – tussen het 15e en 17e vers ingeklemd –  vind je een andere gedachte van de Heere Jezus. Ze was opnieuw ontleend aan de gelijkenis van de schaapskooi. Jezus had het over ander schapen, en ze waren niet van deze stal. Dit vers – dat ingeklemd ligt tussen een dubbele verzekering: “ Ik geef Mijn leven “-  , heeft de Heere Jezus op laten tekenen om duidelijk te maken dat Zijn bediening, en genade niet alleen voor het huis van Israël bedoeld waren. 

De profeten van het Oude Testament hadden al voorzegd dat God in de heilstijd één Herder over zijn volk aan zou stellen. ( Ezech. 34 : 23 / 37 : 24 / Micha 2 : 12 ) De Heere Jezus stelde de profeten in het gelijk door de luisterende menigte te attenderen op andere schapen die nog niet tot de kudde hoorden. ( vgl. Joh. 11 : 52 / 17 : 20 ) 

Aan mensen die nog niet begrepen wat Zijn werkelijke missie was, legde Hij uit dat Hij ook gekomen was voor alle andere volken. Johannes 4 : 23 wees erop dat Zijn missie van universele betekenis was. De woorden van Jezus liepen vooruit op gebeurtenissen die nog ver in het verschiet lagen. Jezus wist allang dat door de Geest, de prediking van de apostelen zou leiden tot een toestroom van vreemde volkeren. De Vader in de hemel had Jezus belast met het leiden van die schapen. Ook zij zouden naar Zijn stem gaan luisteren, die  verstaan en begrijpen. Joden en heidenen zouden worden samengevoegd tot één kudde, die gevormd en geleid zou worden door die ene Herder, Jezus Christus. ( Ezech. 34 : 23 ) Het Herderschap van Jezus zou niet langer worden beperkt tot het huis van Israël, maar tot de hele wereld! 

Christus heeft recht op menige ziel die Hij nog niet tot Zijn bezit kan rekenen. Dat was toen zo, maar is ook vandaag nog het geval. Wat was de verborgen reden dat Jezus over deze mensenzielen sprak alsof Hij er recht op had? Die reden lag feitelijk in hun onbekeerde toestand. Hoewel ze verloren waren, zouden ze nooit uit zichzelf tot geloof kunnen komen. Jezus moest ook de heidenen Zijn Heil verkondigen, omdat Hij Zich aan deze opdracht verbonden had. Omdat het geloof is door het gehoor, moesten ze allemaal de stem van de Goede Herder horen. Hij Die de Enige Herder was, zou er ook voor zorgen dat er één kudde zou komen. 

One response to “Johannes 10 : 16

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *