Hosea – inleiding

De profeet Hosea was waarschijnlijk afkomstig uit het noordelijk rijk. Hij noemde de koning van Israël: onze koning. ( 7 : 5 ) Hij is kort na Amos opgetreden als profeet, en kende de Godsspraken die Amos uitgesproken heeft. ( vgl. bijv. Hosea 4 : 15 met Amos 4 : 4 en Hosea 8 : 14 met Amos 1 : 4, 10, 12, 2 : 5 ) Hosea is ongeveer 30 jaar lang profeet geweest. Dat was in de slot periode van het rijk van Israël vanaf het einde van de regering van Jerobeam II.  De profeten Jesaja en Micha waren zijn tijdgenoten. 

De regering van Jerobeam II was voor het Noordelijk rijk een gouden eeuw, er heerste overal grote welvaart. Maar na zijn dood werd het rijk in politiek opzicht juist uiterst onrustig en instabiel. ( zie 2 Koningen 15 : 8 – 17, 41 )

In de twintig jaar tussen 753 en 732 kende Israël vijf koningen waarvan er vier zijn vermoord. Politieke moorden, intriges en verraad waren aan de koninklijke hoven aan de orde van de dag. Het ging altijd om de macht. Naar het schijnt heeft Pekach zelfs oostelijk van de Jordaan 12 jaar lang een tegenregering geleid voordat hij koning werd over het hele rijk. Zijn opvolger, koning Hosea, regeerde de laatste tien jaar. ( 723 – 722 ) 

Op het internationale vlak maakte Tiglatpileser III ( 745 – 727 ) Assyrië tot de toonaangevende regionale supermacht. Egypte – zelf verzwakt – wakkerde opstanden aan in de landen die geleidelijk door het Assyrische leger ingenomen waren. Het beleid in Israël schommelde tussen gehoorzaamheid aan Assyrië en steun zoeken bij Egypte. 

De samenzweringen tegen de koningen waren gedeeltelijk het gevolg van meningsverschillen tussen de verschillende partijen op het gebied van de internationale politiek. Die wisselingen moeten ook de verklaring zijn van het feit dat Assyrië het noordelijk rijk Israël van een deel van zijn bezittingen heeft kunnen beroven. ( 2 Kon 15 : 29 ) 

Het ging daarbij waarschijnlijk om een vergeldingsactie nadat Israël de voogdij van Assyrië had verworpen en hulp zocht bij Egypte. Hulp die trouwens een illusie zou blijken te zijn. 

Zo ongeveer rond 735 verbond het Noordelijk rijk van Israël zich met Aram om weerstand te kunnen bieden tegen het wrede Assyrië. Samen ondernamen ze een veldtocht tegen Juda, om Juda tot onderwerping te dwingen. Maar Achaz, die Assyrië welgezind was, deed een beroep op de grootmacht. Dat gegeven bood Tiglath Pilezer een nieuwe kans om Israël aan  te pakken. ( 2 Kon. 16 ). Het lijkt er op dat Hosea 5 een zinspeling op deze botsing is. 

Ten slotte hebben de Assyriërs, na een opstand van koning Hosea in 722 de hoofdstad Samaria verwoest, en het grootste gedeelte van de bevolking gedeporteerd. ( 2 Kon. 17 ) 

Zoals Amos dat voor hem gedaan had, stelde Hosea de zedelijke, maatschappelijke en politieke verdorvenheid aan de kaak. ( 4 : 1 ev. 6 : 7 – 10 / 7 : 1 / 12 : 8 ) In het bijzonder de samenzweringen tegen koningen en het aanstellen van onwettige koningen ( 7 : 3 – 7 / 8 : 4 ). Vooral ook de verbonden met vreemde mogendheden ( 5 : 13 / 7 : 8 – 12 / 8 : 9 / 10 : 4 / 12 : 2 ) Maar het grootste accent van zijn prediking valt op de godsdienstige ontrouw van zijn volk. 

Die werd bedreven in onwettige heiligdommen, zoals in Bethel, en Gilgal. Er waren ook allerhande heidense praktijken in zwang, zoals het kerven in het lichaam, en de tempelprostitutie. Hosea wees de leidslieden van het volk terecht omdat de straf van de Heere God zeker niet uit zou blijven. 

De heilsbeloften die gedaan worden, geven duidelijk aan dat herstel van het land en van de tempel alleen te danken waren aan de goedheid en trouw van God. Gods liefde dreef Hem ertoe om Zijn volk te vergeven en het te genezen van zonde en ziekte. 

De profeet kreeg allerlei vreemde praktische opdrachten van de Heere die het volk aanschouwelijk voor ogen moesten stellen wat ze verkeerd deden. Het beeld van het huwelijk waarbij het volk Israël de vrouw van de Heere is ( in dit geval een trouweloze overspelige vrouw ) lag voor de hand door de praktijk van de tempelprostitutie. Het beeld was blijkbaar zeer sprekend, want het komt bij allerlei profeten terug. 

Dit beeld komt ook terug in het Nieuwe Testament, maar dan in positieve zin, Het gaat in het Nieuwe Testament steeds over de verhouding tussen de Heere Jezus en Zijn kerk. 

Met zijn nadruk op de liefde van God die wederliefde oproept, greep Hosea al vooruit op de boodschap van de apostel Johannes. ( 1 Johannes 4 : 7 – 12 ) :

Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren, en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet want God is liefde En hierin is Gods liefde geopenbaard: God heeft Zijn Eniggeboren Zoon in de wereld gezonden opdat we door Hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad, en Zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden. Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten wij ook elkaar liefhebben. Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *