Het tiende gebod ( 1 )

Het tiende gebod vraagt van ons om  er totaal geen zin in hebben tegen Gods geboden in te gaan. Het gebod vraagt van ons dat wij een vijand van de zonde zijn, en niets liever willen dan gerechtigheid uitoefenen in ons leven. 

Zijn gelovigen in staat zijn om de geboden van God te houden?

Helaas hebben ook de allerheiligste mensen maar een klein beginsel van dit soort gehoorzaamheid. Toch is het een feit dat heiligen elke dag ernstig van plan zijn om niet alleen naar sommige, maar naar alle geboden van God te leven. 

Je kunt je afvragen waarom God de tien geboden zo scherp en ernstig laat preken als het een voldongen feit is dat er toch niemand is die deze geboden kan houden. 

De Heere heeft Zichzelf met de prediking van Zijn geboden als doel gesteld om ons ons leven lang hoe langer hoe meer van onze zondige aard te overtuigen. Hierdoor zullen we bekering van onze zonden nodig hebben. We zullen naar de gerechtigheid van Jezus Christus zoeken en die najagen. Wij zullen God bidden om de genade van de Heilige Geest om steeds meer vernieuwd te worden naar het evenbeeld van God. Dit vernieuwen zal tot volkomenheid komen als we bij de Heere Jezus Christus aangekomen zijn in de eeuwige heerlijkheid. 

De Bijbel heeft daar veel over te zeggen. Over het gebod op begeerte lees je in Romeinen 7 :7 – 11. Efeze 5 ; 3 / Kol. 3 : 5 / Exodus 20 : 17 / Deut. 5 : 21 / 7 : 25. 

Begeerte leidt vaak tot andere zonden. Tot bedriegen, leugen, moord, tot onechte aanbidding, tot ongehoorzaamheid aan God, tot overspel of tot schande. Het eerste voorbeeld van ongehoorzaamheid aan dit gebod is Jakob die de eerstgeboortezegen aan zijn broer Esau ontfutselde. 

Isaäk was oud geworden, zijn ogen waren totaal verzwakt, hij was blind geworden. UIt de chronologische gegevens uit Genesis kun je opmaken dat hij nu ongeveer 136 jaar oud was, terwijl hij pas zou sterven op de leeftijd van 180 jaar. Ezau was de oudste van de tweeling waarvan Rebekka de moeder was, en daarom had hij recht op de eerstgeboortezegen. Zijn vader voelde dat het tijd werd om die zegen uit te spreken. Isaak vroeg Ezau om zijn wapens op te nemen en  op jacht te gaan. De aartsvader wilde graag een wildbraad voordat hij Ezau zou gaan zegenen. Opvallend detail is dat hij helemaal geen rekening hield met het Godswoord dat Rebekka gekregen had. ( Genesis 25 : 23 ) Waarschijnlijk wist hij ook alles van de verkoop van het eerstgeboorterecht dat Ezau duidelijk had veracht ( Genesis 25 : 32 ). Bovendien was Ezau met allerlei Kanaänitische vrouwen getrouwd. ( Genesis 26 : 34, 35) Toch wilde Isaak de eerstgeboortezegen aan Ezau geven in afwezigheid van Rebekka en Jakob. Isaäk vroeg God niet om raad, en Rebekka al helemaal niet. Hij handelde naar eigen voorkeur en inzicht. En dat allemaal omdat hij zo graag wildbraad at. ( Genesis 25 : 28 ) Voordat er een zegen uitgedeeld zou worden, moest Isaak een wildschotel eten. Ironisch genoeg zou deze zwakheid de zegen aan Jakob overlaten. 

Rebekka hoorde de woorden van Isaäk. Haar lieveling Jakob kwam in gevaar! Ze aarzelde geen moment, en trad snel op. Ze was duidelijk nog even voortvarend als in haar jeugd. Ze deed geen poging om Isaäk tot andere gedachten te brengen, maar koos ervoor om hem te bedriegen. Waren ze uit elkaar gegroeid? 

“ Jakob, luister. Ik hoorde je vader tegen je broer zeggen: maak een lekker maal van wildbraad voor me klaar en breng me dat te eten, want ik wil je voor mijn dood zegenen met de Heer als getuige. Doe jij nu precies wat ik je zeg mijn zoon. Ga naar de kudde en zoek twee malse bokjes voor me uit. Die maak ik voor je vader klaar, zoals hij het lekker vindt. Daarna breng jij ze je vader te eten, en dan zal hij je voor zijn dood zegenen. “ 

De zegen was afhankelijk van God, maar Rebekka deed alsof alles van de samenwerking tussen haar en Jakob afhing. Uit niets bleek nog haar geloof in het eerder gehoorde woord over de toekomst van haar zoons. Het was de taak van de aartsvaderlijke familie om in geloof en vertrouwen onberispelijk voor Gods aangezicht te leven. ( Gen. 17 : 1 ). Maar nu werd Jakob voorgesteld om de opdracht van zijn moeder aan te zien als de leiding van God. 

Rebekka kreeg een lumineus idee. Ze wilde een paar geitenbokjes klaarmaken, en net doen alsof het wildbraad was. Terwijl Ezau het wildbraad zelf moest jagen, en klaarmaken, nam Rebekka Jakob al het werk uit handen. Jakob opperde het bezwaar dat er al vanaf de geboorte een groot verschil bestond tussen beide broers. Daar wist Rebekka wel raad op. Ze zocht de kostbaarste kleren van Ezau die ze kon vinden en liet ze Jakob aantrekken. Over zijn handen en gladde hals trok ze het vel van de bokjes. Vervolgens overhandigde ze Jakob het smakelijke gerecht dat ze klaargemaakt had.

“ Misschien raakt vader me aan, en dan zal hij mij een bedrieger vinden. Dan haal ik me een vloek op de hals in plaats van een zegen! “ zei Isaäk ongerust. “ Die vloek moet mij dan maar treffen mijn zoon” zei Rebekka laconiek. Uit haar woorden sprak meer luchthartigheid dan plaatsvervangende moederliefde. 

Maar Gods verkiezende liefde betekent niet dat geloof en levenswandel onbelangrijk zijn. Dat heeft het latere Israël ook ervaren toen de tempel verwoest werd en ze in ballingschap gevoerd werden, terwijl velen zich beriepen op hun speciale positie als volk van God. Zo werd Isaäk bedrogen door de misplaatste begeerte van Jakob en Rebekka om zelf voor God te spelen. 

Ezau kwam voorgoed te laat. Hij was op jacht gegaan, terwijl de zegen van het eerstgeboorterecht hem totaal niet had geïnteresseerd. Hij had hem zelfs met een eed verkocht voor een schotel linzenmoes. 

Ezau wilde Gods zegen ontvangen zonder te voldoen aan de eis die de Heere als voorwaarde had gesteld: wandel voor Mijn aangezicht en wees onberispelijk. ( Genesis 17 : 1 ) 

 

One response to “Het tiende gebod ( 1 )

  1. Wow, superb blog layout! How long have you been blogging for?
    you make running a blog look easy. The overall glance of your web site
    is magnificent, as well as the content! You can see similar
    here <a href="[Link deleted]

Geef een reactie