Hebreeën 2

De apostel Paulus maakte een toepassing van de leer die hij eerder beschreven had over de uitnemendheid van de persoon van de Heere Jezus Christus. Hij weidde uit over de voortreffelijkheid van Christus boven de engelen. Hij ging verder met het wegnemen van de ergernis van het kruis. Hij verkondigde de menswording van Christus en wees op de redenen waarom Hij dat gedaan had. 

Het is voor iedereen die zich onder het evangelie bevindt erg belangrijk om goed te letten op alle openbaringen en terechtwijzingen van het Evangelie. We moeten ze in ons hart aannemen, ze in ons geheugen bewaren, en uiteindelijk onze eigen woorden en daden ernaar richten. Als je de waarheid van het Evangelie uit je hart weg laat gaan, dan lijd je ontzettend veel verlies. Als het Evangelie en het geloof verloren gaan, dan hebben je niets meer. Het Woord van God is waarachtig en trouw, het zal altijd blijven bestaan, of de mensen Gods woord gehoorzamen of niet. Niet letten op de reddende genade van God in Christus is het allerergste. De verkondiging van het evangelie werd na de dood van Jezus voortgezet en bevestigd door de Evangelisten en apostelen die oog en oorgetuigen waren geweest van wat Jezus Christus begonnen was te onderwijzen en te doen. ( Handelingen 1 : 1 ) Het was onmogelijk dat deze getuigen een werelds doel hadden dat ze daarmee op het oog hadden. Door hun getuigenis stelden ze zich bloot aan het verlies van alles wat hun hier op aarde dierbaar en kostbaar was. Bijna alle leerlingen van Jezus bezegelden hun geloof in de Heere Jezus Christus met hun bloed. Maar God Zelf getuigde met hen die die getuigen van Christus waren. Hij getuigde met hen door tekenen en wonderen en allerlei krachten en bedelingen van de Geest, naar Zijn wil. 

De wil van God was dat wij in het ontvangen van het Evangelie een vaste steun voor ons geloof zouden hebben, en een sterke grond voor onze hoop. De Heere had al bij het afkondigen van de wet tekenen en wonderen verricht, en Hij bleef dat ook doen na de uitstorting van de Heilige Geest omdat het een uitnemender en blijvender Evangelie was dan het evangelie van de wet. 

Deze nieuwe wereld is alleen aan Christus volkomen toevertrouwd en onderworpen. Zijn engelen waren voor een dergelijke opdracht te zwak. In Psalm 8 : 4-6 vind je een beschrijving van de Heere Jezus. Deze woorden kun je opvatten als toepasselijk zowel op de mensheid in het algemeen als op de Heere Jezus Christus. Hij is volmaakt goed en zorgzaam en denkt altijd aan Zijn kinderen. Hij bezoekt ons, en komt met honderd procent zorg en aandacht naar ons toe op elk moment van de dag. Door Zijn bezoeken wordt onze geest vernieuwd, verfrist, en bewaard in het midden van een wereld die God niet acht omdat Hij onbekend is. Toch maakte Hij de mens het hoofd van alle schepselen en kroonde hem met heerlijkheid en eer. De eer van het bezitten van edele krachten en bekwaamheden. De reden dat God zo vriendelijk voor ons is, is pure genade. Hij kroonde de menselijke natuur van de Heere Jezus met heerlijkheid en eer omdat Hij zoveel geleden had door Zijn bittere en smadelijke dood aan het kruis.Op dezelfde manier zal Hij ons kronen met heerlijkheid en eer, als we eenmaal aankomen in de hemel, waar Hij is.  

De apostel Paulus wist dat veel mensen zich zouden ergeren aan het kruis van Christus, aan Zijn lijden, en aan alles wat zo tegen de wil en de natuur van de mens ingaat. Wij moeten via de wedergeboorte kinderen van God worden voordat wij in de hemelse heerlijkheid opgenomen kunnen worden. Hoewel christenen hier op aarde sterk in de minderheid zijn, zal eenmaal blijken dat het een ontelbaar aantal zal zijn.

Jezus Christus heeft Zichzelf totaal opgeofferd voor ons. Door dit te doen heeft Hij het werk van onze eeuwige verlossing op zich genomen. Jezus vond Zijn weg tot de kroon via het kruis. Christus Jezus en de christenen zijn één. Ze zijn allemaal het eigendom van één hemelse Vader, en ze stammen allemaal af van Adam, en van de aartsvader Abraham. Alle gelovigen zijn in essentie één van Geest op de hoofdlijnen van het geloof.  Christus en de gelovigen zijn broers en zussen geworden door dit geloof, ze zijn dat in de hemel, maar ook hier op aarde. De Heere Jezus Christus zal zich nooit voor Zijn broers en zussen schamen. Integendeel. Hij is volkomen vertrouwd met onze menselijke natuur, al heeft Hij nooit één zondige gedachte gehad, of zondige daad verricht. 

Om ons volkomen te begrijpen moest Hij mens worden, zoals wij. Alleen zo kon Hij in de hemel onze Hogepriester worden bij God. Hij is daar altijd, we kunnen op Hem vertrouwen, Hij heeft medelijden met elk mensenkind dat lijdt en vergeeft ons alle schuld.Wanneer wij in moeilijkheden komen, kan Jezus ons helpen. Juist omdat Hij Zelf zoveel heeft moeten lijden. Jezus weet hoe Hij moet omgaan met verzochte en bedroefde zielen. Wie was er verzocht zoals Hij, totaal van God verlaten, en vermorzeld onder de last van het lijden? Ook de beste christenen zijn onderworpen aan veel verzoekingen. Maar ze weten Jezus aan hun zijde! 

 

One response to “Hebreeën 2

  1. I see You’re actually a good webmaster. This web site loading speed is incredible.

    It sort of feels that you are doing any unique trick.

    Also, the contents are masterpiece. you have performed a wonderful job in this
    topic! Similar here: <a href="[Link deleted]and also here:
    <a href="[Link deleted]sklep

Geef een reactie