Hebreeën 1 : 1 – 4 / 2 : 5 – 9

Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt, heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, die Hij heeft aangewezen als enig erfgenaam en door Wie Hij de wereld heeft geschapen. In Hem schittert Gods luister, Hij is Zijn evenbeeld. Hij schraagt de schepping met Zijn machtig woord, Hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit, ver verheven boven de engelen omdat Hij een eerbiedwaardiger naam heeft ontvangen dan zij. 

Welnu, de komende wereld heeft Hij niet onder het gezag van engelen gesteld. Veeleer geldt dit getuigenis, ooit door iemand afgelegd: ‘ Wat is de mens, dat U aan hem denkt, en het mensenkind dat U naar hem omziet? U hebt hem voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst. U hebt hem met eer en luister gekroond. Alles hebt U aan hem onderworpen. Doordat Hij alles aan Hem onderworpen heeft, rest er niets dat niet onder zijn gezag is gesteld. Dat alles aan Hem onderworpen is, zien wij echter nu nog niet. Wel zien we dat Jezus – die voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst was opdat Zijn dood door Gods genade iedereen ten goede zou komen – vanwege Zijn lijden en dood nu met eer en luister gekroond is. 

De inleiding van de Hebreeënbrief bevestigt meteen dat de openbaring van God door Zijn Zoon verheven is boven alle ( profetische ) voorgaande openbaringen. In een taal die je doet denken aan de woorden uit de Prediker ( Pred. 8 ) wordt de Heere Jezus beschreven. Hij is Het door Wie God de wereld heeft geschapen, de straling van het Goddelijke glorieuze licht. Het evenbeeld van Zijn wezen. Het werk van Jezus wordt samengevat als reiniging van de zonden en Zijn heerschappij wordt onderstreept door Zijn positie. Hij zit aan de rechterhand van God. Zijn heerschappij wordt ook onderstreept door Zijn relatie met de wereld. Hij schraagt die met Zijn Woord. 

De tijd was nabij, het lijden volledig vervuld. Jezus had de dood overwonnen, en zou verhoogd worden tot in de hoogste hemel bij God. Om de grootheid van de Zoon aan te duiden, begint de auteur van de Hebreeënbrief aan te tonen hoezeer de Heere Jezus superieur is aan de engelen. 

Zeven citaten uit het Oude Testament laten zien ( Hebr. 1 : 5 – 14 ) dat onze Heere Jezus Christus de hemelse glorie in alle opzichten te boven gaat, hoe groot die glorie ook is. Maar er is meer. Met deze citaten wil de auteur niet alleen de superioriteit van Christus tonen. Hij schrijft Hem expliciet de Goddelijke rang toe door woorden te gebruiken die voor de Eeuwige bestemd zijn. Het is misschien een beetje een theologische redenering, maar wel een kunstige, die uitloopt op een oproep tot waakzaamheid voor de lezer van de Hebreeënbrief. Want wie het Heil van de Heere verwerpt, valt onder de rechtvaardige veroordeling van de wet. ( Hebr. 2 : 1 – 4 ) Het Heil is door de apostelen bekrachtigd bij de uitstorting van de Heilige Geest op het Pinksterfeest, en door God bekrachtigd met tekenen en wonderen die daarop volgden. 

De schrijver is zijn brief begonnen door een vergelijking te trekken tussen Gods spreken door de profeten van weleer, en Gods openbaring in Christus Jezus. Het woord polumeros ( in vele delen, in fragmenten ) geeft aan dat de afzonderlijke openbaringen van God aan de profeten onvolledig moet zijn geweest, omdat er steeds maar gedeelten van Zijn plan werden bekendgemaakt. Met het woord polutropos ( op vele manieren ) wordt duidelijk gemaakt dat, omdat deze openbaringen op verschillende manieren aan de mensheid werd bekend gemaakt ( door dromen, visioenen, profetieën, urim en tummim, natuurfenomenen ) dit spreken van God niet altijd duidelijk werd begrepen. 

Tegenover dit spreken door allerlei manieren staat de openbaring van het leven en sterven van Jezus niet alleen éénmalig en voor één uitleg vatbaar, maar ook volledig, en definitief. Met de profeten worden in principe alle mensen uit het Oude Testament bedoeld die openbaringen van God ontvingen, zoals Abraham, Jakob, Mozes en vele anderen. 

Nu is het laatst van de dagen aangebroken, een uitdrukking die ook in het O.T. werd gebruikt. ( Jer. 30 : 24 / Ezech. 38 : 16 / Hos. 3 : 5 / Micha 4 : 1 ) en in het N.T. werd overgenomen door Petrus. ( 2 Petrus 3 : 3 ) 

De Heere Jezus kunnen we aan de ene kant bij de profeten rekenen ( Lucas 24 : 19 ), maar aan de andere kant overtreft Hij alle andere profeten omdat Hij de Zoon van God is. Hij is niet alleen de Zoon van God, maar ook de erfgenaam van alle dingen. ( Rom. 8 : 17 / Galaten 4 : 7 ) Het was al in het Oude Testament duidelijk dat dit koningschap veel verder zou reiken dan het koningschap over Israël. ( Psalm 2 : 8 )  

Het staat voor altijd onomstotelijk vast: alleen Christus kan door Zijn dood de mensheid de glorie schenken waarvoor zij geschapen is. ( Hebr.2 : 5 – 9 ) Want God de Vader heeft door Hem de wereld geschapen, en Hem Zelf tot koning over alle dingen gezet. Maar wat zo mooi is, God de Vader is de mensheid niet vergeten, integendeel. 

Jezus is gestorven en opgestaan uit de doden. Door Zijn verhoging heeft Hij de weg geopend voor Zijn broeders en zusters in het geloof. ( Hebr. 2 : 10 – 13 ) De situatie van de zondige mensheid wordt beschreven als slavernij aan de dood (Hebr. 2 : 14 -1 5) en als een gescheiden zijn van God door de zonde (Hebr. 2 : 16 – 17 ) 

De dood van Christus heeft geleid tot de onmacht van de satan, en de bevrijding van mensen uit de geestelijke dood, door de relatie met de Heere God te herstellen. Het is daarbij zo weergaloos mooi dat Jezus Zijn superioriteit aan beproefde mensen niet toont door een liefdeloze overheersing, maar door iedereen die dat nodig heeft en van Hem vraagt  Zijn bijstand te verlenen als iemand die Zelf ook beproefd is geweest. ( Hebr. 2 : 18 ) 

Het eerste citaat over de Zoon in Hebr. 2 : 8, 9 komt uit Psalm 45 : 7,8 en 18.  Psalm 45 is een bruiloftslied van de koning van Israël met duidelijk Messiaanse trekken. Het ziet dus op de Heere Jezus. Jezus Christus, de Zoon van God. Hij is de Messias die als Elohim bekendgemaakt wordt aan de volken. Hij heeft van de Vader een eeuwigdurende heerschappij, glans en glorie ontvangen. 

Door het aanhalen van deze citaten in de Hebreeënbrief en Psalm 45 wordt op een krachtige manier het verschil tussen de Zoon en de engelen uitgebeeld. Het ‘ dienaar ‘ zijn van de engelen wordt gezet tegenover de troon, de scepter, en het koningschap van de Zoon. Terwijl de dienst van de engelen veranderlijk en van voorbijgaande aard is, is het koningschap van de Zoon voor altijd, voor eeuwig. De Zoon regeert met een scepter van recht. Omdat Hij rechtvaardig is, gerechtigheid liefheeft, en onrecht haat, heeft God de Vader Hem gezalfd met vreugdeolie. Met andere woorden: God de Vader heeft een overweldigende vreugde over Zijn Zoon uitgestort. Dit is de eer en luister, dit is de grote overwinning over zonde, dood en graf die Jezus voor ons verdiend heeft! 

Met Hemelvaarstdag herdenken christenen dat Jezus terugging naar de hemel. Jezus, de Mens die uit de dood verrees, ging terug naar Zijn Vader en zal bij Hem wonen tot Hij terug zal komen om te oordelen. ( Hand. 17 : 31 )

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *