Handelingen 20 : 17 – 21

Vanuit Milete stuurde Paulus een boodschap naar de leiders van de kerk in Efeze. Hij zei dat ze naar hem toe moesten komen. Toen ze in Milete waren, zei Paulus tegen hen: Jullie weten hoe ik geleefd heb vanaf mijn eerste dag in de provincie Asia. In de tijd dat ik bij jullie was, heb ik steeds alleen de Heer gediend. Ik heb niet aan mezelf gedacht. Ik heb veel verdriet gehad, en ik had het vaak heel moeilijk. Want de Joden maakten steeds plannen om mij te vermoorden. Ik heb jullie alles geleerd wat belangrijk voor jullie was. Dat deed ik bij mensen thuis en in het openbaar. Ik heb Joden en niet- Joden gewaarschuwd. Ik heb hun gezegd dat ze moesten gaan leven zoals God dat wil. En dat ze moesten gaan geloven in onze Heere Jezus Christus. 

De terugreis van de apostel Paulus naar Jeruzalem verliep niet via de stad Efeze, want Paulus had besloten dat hij niet te lang in Asia wilde blijven. HIj had haast om in Jeruzalem te komen, maar hij wist ook dat er in de gemeente van Efeze ongetwijfeld van alles aan de hand was. Hij kende zichzelf en zou daar dan zeker gebleven zijn tot alle problemen waren opgelost. 

Waarschijnlijk stuurde Paulus daarom Tychikus en Trofimus – twee leden van zijn evangelisatieteam afkomstig  uit Efeze – naar de stad om de oudsten van de gemeente te vragen naar Milete te komen. Dat was een reis van ongeveer 70 kilometer. Tychikus en Trofimus waren als gevorderde leerlingen van Paulus ook in staat om de gemeente aanwijzingen te geven, en hen te bemoedigen om verder te gaan met het werk waartoe hij hen op eerdere zendingsreizen de handen had opgelegd. 

Toen Paulus zelf arriveerde had hij nog tijd genoeg om een praktisch gesprek te voeren en afscheid te nemen van deze gemeente. Paulus deed een beroep op de Efezenaren met betrekking tot zijn leven en zijn leer gedurende heel de tijd die hij in Efeze had doorgebracht. ( vs 18 ) Hij begon een vurig betoog en zei:
Beste mensen, jullie weten hoe ik de hele tijd geweest ben. 

Ja dat wisten ze zeker. Paulus was onder hen werkzaam geweest als iemand die vervuld was van een vrome, hemelsgezinde en beminnelijke geest. Het was duidelijk gebleken dat hij geen man was die zichzelf zocht. Het was wel duidelijk geworden dat hij de Zaak van God diende, en zijn werk en bediening in Efeze nooit had kunnen vervullen als hij de kracht van de Heilige Geest en de Goddelijke genade niet met zich had gedragen. 

Paulus wilde niets liever dan dat de geestelijke leiding van Efeze van dezelfde Geest vervuld zou zijn en blijven als dat hij zelf was geweest. Er was niets aan te merken geweest op zijn geestkracht en zijn bediening. Hij had zich vanaf de eerste dag af dat hij in Asia aangekomen was voorbeeldig gedragen en volledig ingezet voor het welzijn van de gemeente. 

De afscheidswoorden van Paulus leken een pastoraal testament. Ze deden denken aan de afscheidswoorden van Jezus uit Lucas 22 : 21 – 38. Opnieuw was het Lucas de arts die alle woorden nauwkeurig optekende. De toonzetting van de rede van Paulus mocht dan lerend en vermanend zijn, het was helder dat ze doorspekt waren van broederlijke liefde, en genegenheid. 

De eerste dag waarover Paulus het had, heeft waarschijnlijk betrekking op zijn meerjarig verblijf in Efeze. ( Handelingen 19 ) Hij had zich als een dienstknecht van Jezus Christus gedragen. Van een dienstknecht van Jezus wordt een nederige ootmoedige houding verwacht, en de bereidheid om te buigen en de minste te zijn. Nederig is hij die zichzelf niet laat gelden ( vgl. 1 Tess. 2 : 6 ) of op zijn rechten gaat staan. In het leven van Jezus kwam deze houding en gezindheid in alles naar voren ( Matth. 11 : 29 / 20 : 25 – 28 / Filip. 3 : 7 ) De apostel Paulus riep de mensen in Efeze op om Jezus in dit opzicht en in alles na te volgen, zoals hij dat zelf ook voorgestaan en gedaan had. 

Moedige Paulus. Het was wel duidelijk dat hij een zwaar en moeilijk leven had geleid. Ontzettend veel zware beproevingen waren hem ook in Efeze ten deel gevallen. Daarbij waren heel wat tranen van teleurstelling en verdriet gevloeid. ( vlg. Rom. 9 : 2 / 2 Kor. 1 : 8 – 10 / 2 : 4 / Filip. 3 : 18 ) Een groot deel van deze beproevingen waren veroorzaakt door aanslagen van zijn volksgenoten, maar soms ook door de satan bewerkt om hem te ontmoedigen, en hem ertoe te brengen om zijn zendingsreizen op te geven. Gelukkig was dat niet gebeurd, integendeel. Alle beproevingen hadden Paulus alleen maar standvastig en volhardend gemaakt in het geloof. 

Geen enkele strijd, tegenstand of ellende had Paulus zover gekregen dat hij zijn missie opgegeven had. Hij had zijn hoorders ook niets achtergehouden van de boodschap die hij van God had moeten vertellen. En elke gelegenheid had hij te baat genomen om te prediken. De inhoud van zijn prediking waren de woorden geweest die zijn toehoorders hadden moeten weten met betrekking tot hun eeuwig heil, hun redding en toekomst. De boodschap en verkondiging van Paulus was geen geheime boodschap die achter gesloten deuren had plaatsgevonden, maar was in het openbaar uitgesproken. ( vlg. Hand. 18 : 28 ) Eerst in de synagoge en later in de gehoorzaal van Tyrannus, of in kleinere kring bij huisbezoeken en huissamenkomsten. 

Paulus had de prediking van het kruis van Christus gebracht, ongeacht het feit of zijn toehoorders daardoor gesticht werden of niet. Joden hadden zich eraan geërgerd, en voor Grieken was het een dwaasheid geweest, maar Paulus had zijn Goddelijke missie volbracht. 

 

One response to “Handelingen 20 : 17 – 21

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *