Genesis 24 – slot

De knecht haalde een prachtige gouden ring uit zijn bagage. Hij pakte ook twee zware gouden armbanden en gaf ze aan Rebekka. Sprakeloos nam Rebekka de dure sieraden in ontvangst. Ze nodigde Eliëzer uit om naar haar ouderlijk huis te komen voor logies. ‘ U kunt wel bij ons slapen, we hebben genoeg ruimte. En voor de dieren is er genoeg te eten, en stro om op te liggen. ‘ zei ze. ‘ Ik dank U Heer God van mijn meester Abraham ‘ zei Eliëzer. U hebt aan Abraham gedacht en bent goed voor hem geweest. Want U hebt mij naar zijn familie gebracht. ‘ 

Vanzelfsprekend zorgde het verhaal van Rebekka voor consternatie. Laban de broer van Rebekka bekeek de sieraden met hebzucht en haastte zich naar de bron om de eigenaar van deze luxe een gastvrij onthaal te bieden. ‘ Kom in gezegende des Heeren ‘ zei hij ‘ De Heer heeft onderweg voor u gezorgd, kom nu met mij mee. Blijf niet buiten, want ik heb mijn huis al voor u gereed gemaakt, er is ook plaats voor de kamelen. ‘ 

Het zou opnieuw blijken dat Eliëzer een verstandig en wijs man was. Toen hij bij de familie van Rebekka arriveerde wachtte hij niet tot de maaltijd en de wijn de gemoederen zou beïnvloeden. Daarvoor was de opdracht die hij met zich meedroeg te belangrijk, en hing er te veel van af. Het ging Abraham en Eliëzer in de eerste plaats om de vervulling van de beloften van God. Daarom liet de auteur de woorden van Abrahams opdracht nog eens horen. De zegen die in het begin van Genesis 24 uitgesproken werd, wordt nu verduidelijkt. Wellicht met het oog op Laban die een duidelijke materiële interesse aan de dag legde. Eerlijk, duidelijk en precies vertelde Eliëzer wat de bedoeling van de opdracht van zijn meester was. 

‘ Welnu, als u mijn meester blijk wilt geven van genegenheid en trouw, zeg het mij dan. Zo niet, zeg het mij dan ook, zodat ik ergens anders op zoek kan gaan. ‘ besloot Eliëzer zijn relaas. Dit laatste was een diepgaande vraag. ( vs 49 ) De vraag was eigenlijk of de familie de zijde van Gods koos, of tegen Hem inging. 

Laban en Betuel gaven hierop een reactie. ‘ De Heer heeft dit zo beschikt ‘ zeiden ze. ‘ Hoe zouden wij hiertegen in kunnen gaan? Hier is Rebekka, neem haar met u mee en laat haar de vrouw worden van de zoon van uw meester, zoals de Heere het wil. ‘ Voor de derde keer ging Eliëzer in gebed, en dankte God voor de toestemming van de familie. 

Hierna haalde Eliëzer zilveren en gouden sieraden en kledingstukken te voorschijn. Hij gaf ze aan Rebekka. De moeder van Rebekka, en Laban haar broer werden eveneens met geschenken overladen. Nu was het tijd om te eten en te drinken. Iedereen was doodmoe en ze sliepen die nacht heerlijk. ( vs 54 ) 

De volgende morgen stond Eliëzer vroeg op en zei dat hij terug wilde reizen naar zijn heer. Dat vond de familie van Rebekka wel wat snel, ze stelden voor om nog tien dagen lang te wachten zodat Rebekka de tijd kreeg om afscheid te nemen van alles wat haar lief en dierbaar was. Maar Eliëzer wilde geen minuut langer wachten dan nodig was. Hij stelde dringend voor om gelijk te vertrekken. 

Ietwat besluiteloos keek de familie van Rebekka elkaar aan. Wat te doen? Tenslotte werd Rebekka zelf om raad gevraagd. Opnieuw gaf ze blijk van vastberadenheid en moed door te zeggen dat ze gelijk mee zou gaan naar de man en het land waarover Eliëzer gesproken had. 

Rebekka zou later blijk geven van het feit dat ze een levend geloof had, en wandelde met God. ( Gen. 25 : 21 ) En zo gebeurde het dat de karavaan van Eliëzer het gebied van Aram – Naharaïm verliet en zich op weg begaf naar Kanaän. 

Toen nam de familie afscheid van Rebekka en van Abrahams knecht en zijn mannen. De voedster van Rebekka ging ook mee. De familie wenste Rebekka geluk. Ze zeiden: ‘ Zusje, we hopen dat je kinderen krijgt en ontelbaar veel nakomelingen. En dat je nakomelingen sterker zullen zijn dan hun vijanden. ‘ Deze woorden vormen het enige voorbeeld in de Bijbel van een zegen die een bruid bij het verlaten van haar ouderlijk huis meekreeg. De woorden van het talrijke nageslacht sluiten naadloos aan bij de zegen die Abraham van Jahweh gekregen had. Door Rebekka zou deze zegen gerealiseerd worden, hoewel ze in het natuurlijke maar twee zonen zou baren. 

Rebekka en haar slavinnen gingen op hun kamelen zitten. Ze reden achter de knecht van Abraham aan. Het duurde niet lang of de familie van Rebekka zag nog slechts een stofwolk aan de horizon. Het was waarschijnlijk dat ze hun dochter en zus nooit meer terug zouden zien. 

Hierna verplaatst de geschiedenis zich van Rebekka naar Isaak. Isaak doolde als een eenzame wandelaar rond in de Negev-woestijn. Hij had de put Lachai- Roi bezocht om water te putten. Vlakbij de put had hij zijn verblijf gekozen. 

Op een dag liep hij buiten in het veld, hij voelde zich treurig terwijl hij aan het sterven van zijn moeder dacht. Ze had een grote lege plaats in zijn leven achtergelaten. In de grondtaal staat dat hij wandelde, neerlag, bad of klaagde. Het is wel duidelijk dat hij zich niet opgewekt voelde. 

In vers 63 en 64 laat de auteur zowel Isaak als Rebekka de ogen opslaan. Rebekka begreep wie de eenzame wandelaar was, en sprong snel van de kameel terwijl ze vroeg wie de man was die eraan kwam. De knecht zei; ‘ Dat is mijn heer, Isaak. ‘
Toen deed Rebekka de sluier voor haar gezicht.
De karavaan stopte.
Elimelech vertelde zijn heer wat er allemaal gebeurd was.
Isaak leidde zijn bruid de tent van zijn ouders in. Hij nam Rebekka tot vrouw en kreeg haar lief. Het is het enige huwelijk in de Bijbel waarvan geschreven staat dat er liefde in het spel was. Isaak werd gelukkig en voelde zich getroost nadat hij drie jaar lang zijn moeder had betreurd. 

Abraham vertrouwde zijn knecht een bijzonder belangrijke zaak toe. Hij had zich niet in Eliëzer vergist, de knecht had zijn taak vlekkeloos ten uitvoer gebracht. Genesis 24 past in de vervulling van de beloften van God aan Abraham dat zijn nageslacht talrijk zou worden en een speciale positie in zou nemen onder de volken. ( Gen. 12 : 1 – 3 ) 

In dit hoofdstuk komt het geloof van Abraham naar voren, maar ook dat van Eliëzer. Geen van beide mannen werd beschaamd in hun vertrouwen op de beloften van God. Ook Isaak en Rebekka niet. 

Wie op de Heere vertrouwt, is als de bergen rondom Sion, die niet wankelen, maar blijven tot in eeuwigheid. 

(101) Opwekking 735 Als de berg Sion – YouTube

 

(101) Prayer for the king (Psalm 72) – YouTube

 

 

One response to “Genesis 24 – slot

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *