Freiheit eines Christenmenschen ( 2 )

Freiheit eines Christenmenschen ( 2 ) 

  • een christen is een zeer vrij heer over alle dingen, en is aan niemand onderwerpen
  • Een christen is een zeer dienstvaardige knecht van allen, onderworpen aan allen. 

Je zou zeggen dat de twee inleidende uitspraken elkaar tegenspreken. Maar wanneer je eenmaal ontdekt hebt dat deze quotes helemaal met elkaar in overeenstemming zijn, dan zijn het perfecte uitspraken om het geloof van een christen te beschrijven. 

Het zijn uitspraken van de apostel Paulus die je terug kunt leiden op 1 Korinthe 9 : 19 waar hij zegt: “ Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen ben ik de slaaf geworden van iedereen om zoveel mogelijk mensen te winnen. “ En Romeinen 13 : 8 waar geschreven staat: “ Wees elkaar niets schuldig dan liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld. “ 

De liefde is bereid om de ander te dienen en ze wijdt zich toe aan datgene en diegene waar ze van houdt. De Heere Jezus Christus is het lichtende voorbeeld. Hoewel Hij Heer is van alles en iedereen, wilde Hij geboren worden uit een vrouw en heeft Zich onderworpen aan de wet. Hij was Dienstknecht en vrij Man tegelijkertijd. In die hoedanigheid nam Hij de gestalte van God en de gestalte van een dienstknecht aan. 

De mens bestaat uit een tweevoudige natuur. Een geestelijke en een lichamelijke. Naar de geestelijke natuur die je ook wel ziel noemt, wordt Hij een geestelijk, inwendig en nieuw mens genoemd. Naar de lichamelijke natuur die je ook wel vlees noemt, heet Hij de vleselijke, uitwendige en oude mens. Over deze mens zegt de apostel Paulus in 2 Kor. 4 : 16 : “ Ook al gaat ons uiterlijk bestaan verloren, ons innerlijk bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd. “ Dat betekent: in dit huidige bestaan kan de verlossing alleen ons innerlijk bestaan volledig bereiken. 

Deze verschillen zijn er de oorzaak van dat er in de Bijbel tegenstrijdige dingen over één en dezelfde mens worden gezegd. Het is inderdaad een feit dat er in dezelfde mens twee mensen met elkaar in gevecht zijn. De natuurlijke mens strijdt tegen de geestelijke mens, en de geestelijke mens strijdt tegen de natuurlijke mens. ( Galaten 5 : 17 ) Laten we het eerst hebben over de inwendige, geestelijke mens en bezien op welke manier deze mens een vroom, vrij en waarachtig christen wordt. Een geestelijk, nieuw, en inwendig mens. Het is een voldongen feit dat absoluut geen enkel natuurlijk iets, met welke naam je dat ook zou willen duiden, er iets toe zou kunnen bijdragen dat we de gerechtigheid en de christelijke vrijheid zouden ontvangen. 

Maar ook de ongerechtigheid of gebondenheid van ons hart kan er iets toe bijdragen dat wij verloren zouden gaan. Wat kan het onze ziel baten als ons lichaam fit en gezond is, nergens door gehinderd wordt, gezegend is met eetlust en wanneer we zouden kunnen doen wat ons hart begeert? We zien om ons heen de meest goddeloze mensen een bloeiend leven leiden.  

Aan de andere kant: wat schaadt een slechte gezondheid of gevangenschap, honger of dorst, of welke andere narigheid of ongemak de ziel? Want ook de meest vrome en vrije mensen die met een goed geweten door dit leven gaan worden door dergelijke zorgen en moeiten gekweld. Van al deze dingen kan niets onze ziel verloren doen gaan. Niets kan haar vrijmaken maar ook niets kan haar gebonden doen zijn. 

Zo zal het de ziel evenmin in geen enkel opzicht ten voordeel strekken of het lichaam met heilige kleding is versierd zoals dat bij de geestelijken het geval is, of het zich in gewijde plaatsen ophoudt, of zich met de heilige uitoefening van geestelijke plichten bezighoudt. Of we bidden, vasten, bepaald voedsel afwijzen, of welke werken dan ook doen, het maakt allemaal niets uit als het gaat om de verlossing van onze ziel. Er zal iets heel anders nodig zijn voor onze ziel om verzekerd te worden van haar gerechtigheid en vrijheid. Want de dingen die Luther zoëven benoemde, kunnen ongelovigen ook doen. In de beoefening van deze dingen kunnen er niets dan hypocrieten geboren worden. 

Daar staat tegenover dat het de ziel geen kwaad zal doen of het lichaam bekleed is met ongewijde klederen, zich ophoudt in ongewijde plaatsen, gewoon voedsel tot zich neemt, niet vast, niet luid pratend bidt, en al die dingen nalaat die als snel tot hypocrisie leiden. En om alles af te wijzen wat de ziel rechtvaardig kan maken: ook speculaties en meditaties en alles wat door de ijverige bezigheden van de ziel uitgeoefend kunnen worden baten ons niets. 

Eén ding, en dat alleen is nodig om tot het christelijk leven, tot de gerechtigheid en tot de christelijke vrijheid te komen. En dat is het Heilige Woord van God, het Evangelie van Christus, zoals Johannes zegt: “ Ik ben de Opstanding, en het Leven, wie in Mij  gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. “ ( Joh. 11 : 25 )
En evenzo in Joh. 8 : 36 : “ Wanneer de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn. “
Of in Matth. 4 : 4 “ Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord dat uit de mond van God uitgaat. “ 

Wij houden het dus voor zeker, en beschouwen het als een absolute waarheid dat de ziel alle dingen kan missen, behalve het Woord van God. Zonder dat Woord is er niets waardoor er voor haar gezorgd kan worden. Maar wanneer de ziel het Woord heeft, dan is ze rijk, en heeft ze geen behoefte aan iets anders. Want met en in dit Woord heeft ze het leven, de waarheid, het licht, de vreugde, de vrijheid, de wijsheid, de kracht, de genade, de heerlijkheid en alle goede dingen in een niet te schatten, rijke overvloed! 

Dit is de reden dat de profeet in psalm 119 en op veel andere plaatsen met zoveel zuchten en weeklachten zucht en hijgt naar Gods Woord. Er is geen groter genade denkbaar dan dat de Heere Zijn Woord vrij laat verkondigen. Christus is tot geen andere taak naar de aarde gezonden dan om de prediking van het Woord. De hele bediening van apostelen en bisschoppen en de hele geestelijke stand is tot niets anders uitgeroepen en ingesteld dan tot de dienst van het Woord. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *