Exodus 33 : 1-2

Exodus 33 De Heer zei tegen Mozes:’ Vertrek van hier, met het volk dat je uit Egypte hebt weggeleid. En ga naar het land waarvan Ik Abraham, Isaak, en Jakob onder ede heb beloofd dat Ik het aan hun nakomelingen zal geven, een land dat overvloeit van melk en honing. Ik zal een engel voor je uitsturen en Ik zal de Kanaänieten, de Amorieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten verdrijven.’ 

Jahweh had Mozes naar zich toegeroepen om hem de essentie van de Tien Geboden uit te leggen, en ze aan hem mee te geven. Mozes was de berg Horeb opgeklommen. Naarmate de tijd verstreek, en Mozes niet op kwam dagen werden de Israëlieten ongeduldig. Ze maakten een afgodsbeeld van goud, en dienden dat alsof het God was. De Egyptische afgodendienst kende veel diergoden. In navolging daarvan maakten de vertrokken slaven een stier van goud. 

Er was geen greintje begrip voor de rol die Mozes vervullen moest. De mensen waren naar Aäron gegaan, en zeiden dat Mozes hen wel uit Egypte gehaald had, maar dat ze er geen notie van hadden waar hij gebleven was, en wat er met hem gebeurd was op de berg Horeb. Vervolgens eisten ze een andere god die in staat was om hen door de woestijn naar Kanaän te leiden. Aäron was daar zondermeer mee akkoord gegaan. Iedereen had zijn sieraden afgedaan, en daarvan maakte de broer van Mozes toen een beeld van een stier. 

De Heere had het gezien, het was bijzonder kwaad in Zijn ogen. Hij had Mozes geboden om terug te gaan om met eigen ogen te zien hoe hardnekkig het volk was in zijn afgodendienst. De Heere was woedend op hen en wilde het hele volk vernietigen. Daarna zou Hij Mozes tot een groot volk maken. Maar Mozes had Jahweh weerhouden om dit te doen. Hij herinnerde zijn Goddelijke vriend aan de uittocht. Het mocht niet zo wezen dat de Egyptenaren zouden zeggen dat Hij Zijn volk had bevrijd om hen te vernietigen in de woestijn, en hen van de aardbodem te laten verdwijnen. Toen kreeg de Heere spijt dat Hij dit plan ten uitvoer had willen brengen. ( Exodus 32 ) 

Nadat Mozes met zijn broer en de dienaar van God, Jozua, gesproken had, begreep Mozes hoe de vork in de steel zat. Gelukkig had de Heere Mozes bijzonder daadkrachtig gemaakt. Mozes had het afgodsbeeld vernietigd en het volk gestraft. Daarna was hij bij de ingang van het kamp gaan staan en had hij het volk laten kiezen. Wie er voor de Heer was, moest bij Mozes komen staan. Alle mannen van de stam Levi kwamen vervolgens bij Mozes staan. De Levieten kregen de opdracht om iedereen die ze tegenkwamen te doden, vriend en vijand. Iedereen die zich niet duidelijk voor Jahweh had uitgesproken was immers tegen Hem? En zo gebeurde het. Er werden die dag ongeveer drieduizend mensen gedood. 

‘ Vandaag hebben jullie laten zien dat je bij de Heere hoort. want jullie hebben zelfs je eigen familieleden gedood.’ zei Mozes. ‘ De Heer zal jullie hiervoor belonen. ‘ 

Diep ontmoedigd en bedroefd was Mozes naar Zijn God teruggekeerd. 

  Ach Heer ‘ zei hij. ‘ De Israëlieten hebben verschrikkelijke dingen gedaan. Maar ik vraag U om hen alles te vergeven. Zo niet, neemt U dan mij als offer voor hun zonden aan alstublieft? ‘ 

Jahweh voelde zich ontroerd en weigerde het offer, Hij wilde alleen de mensen straffen die werkelijk kwaad hadden gedaan. 

‘ Reis maar verder met je volk Mozes ‘ zei God. ‘ Ga naar de plaats die Ik genoemd heb. Mijn engel zal voorop gaan en jullie de weg wijzen. ‘ Ooit zal ik de Israëlieten straffen voor wat ze Mij aandeden.’ 

Maar God dacht terug aan vroeger tijden. Hij dacht aan Abraham, Isaak en Jakob, en aan de beloften die Hij hen gedaan had. Daarom begon Hij opnieuw tot Mozes te spreken, en gaf hem de opdracht om op weg te gaan, naar het beloofde land. Hij zou Zelf in actie komen, en alle vreemde volken uit het land die Hem niet dienden,  verdrijven. Maar uit de woordkeuze die Hij maakte kunnen we oplezen dat Hij Zijn verbondsrelatie met Zijn volk nog niet vernieuwd had. 

Mede door de voorspraak die Mozes gedaan had, had Jahweh van Zijn plannen afgezien. Maar Hij had de verzoening met Zijn volk nog niet voltooid. Dat bleek uit het feit dat God niet persoonlijk met het volk mee wilde gaan, maar slechts Zijn bode voor het volk uit wilde zenden. ( Exodus 32: 34 ) 

 

 

One response to “Exodus 33 : 1-2

Geef een reactie