Exodus 3 : 11 – 15

Maar Mozes zei tegen God: ‘Moet ik naar de farao gaan en de Israëlieten uit Egypte weghalen? Dat kan ik niet. God zei: Ik zal altijd bij je zijn. Jij zult het volk uit Egypte weghalen en hier op deze berg zullen jullie Mij vereren. Dan zul je zeker weten dat Ik je gestuurd heb. Mozes zei: ik moet dus tegen de Israëlieten zeggen dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft. Maar wat moet ik zeggen als ze vragen hoe die God heet?’
Toen zei God: “ Ik ben degene die er altijd is.”  Je moet tegen alle Israëlieten zeggen dat “ Ik ben er altijd “ je gestuurd heeft. Dat zal Mijn Naam zijn. Zo moeten ze Mij voortaan noemen. Ik ben de Heer, de God van hun voorouders, de God van Abraham, Isaak en Jakob. “ ( Exodus 3 : 11 – 16 ) 

Wanneer je je realiseert hoe enthousiast en spontaan Mozes steeds voor verdrukte mensen opkwam, zou je denken dat hij na zijn ontmoeting met de Heere wel direct af zou reizen naar Egypte om daar zijn volk te redden van de ondergang. Maar niets was minder waar. De jaren in de woestijn hadden Mozes veranderd. Hij leek totaal niet meer op de vurige jonge man die eens een Egyptenaar doodsloeg. Mozes deinsde terug voor de roeping die de Heere op Zijn schouders wilde leggen. Hij had er helemaal geen zin meer in, en geen oren meer naar. Met sombere stem opperde hij het ene na het andere bezwaar. Maar geen van zijn bezwaren werd door de Heere gehonoreerd. 

Daar stond Mozes. De braambos brandde, vuurtongen lekten gretig door de takken van de braamstruik. Mozes leek het wonder niet op te merken en wierp tegen dat hij zich onbekwaam voelde voor de dienst waartoe hij geroepen werd. Hij vond zichzelf onwaardig voor die eer. Hij dacht dat het hem aan moed ontbrak om zo’n groot volk aan te voeren. 

Het volk Israël was ongewapend en ongedisciplineerd, de jaren van slavernij hadden hen totaal ontmoedigd. Hun mindset was gebroken, dat kon niet anders. Ze moesten allemaal zwaar getraumatiseerd zijn. Met een dergelijk volk op pad gaan, zou een wisse ondergang van zijn leiderschap betekenen.. 

Zonder twijfel was Mozes de meest geschikte persoon om deze taak ten uitvoer te brengen. Hij muntte uit in geleerdheid, wijsheid, ervaring, moed, geloof en heiligheid. Maar Mozes dacht daar zelf totaal anders over. Hij zei: “ Wie ben ik Heer? “ Het vuur in de braamstruik vlamde, en de Heere zei: “ Ik zal voorzeker met je zijn Mozes. “ God Zelf verzekerde Mozes van voorspoed en van het feit dat de Israëlieten God zouden dienen op de berg Sinaï. 

Mozes aarzelde, en vroeg de Heere daarna wat de opdracht precies was die de Heere voor hem in gedachten had. De Israëlieten zouden willen weten met welke naam God zich bekend zou willen maken. “ Op welke Naam zal ik Mij beroepen als bewijs voor mijn gezag? “ vroeg hij. 

Door Gods Naam te kunnen noemen zou Mozes het bewijs kunnen leveren dat hij inderdaad door God gezonden was. Want hoe zouden de Israëlieten vertrouwen kunnen hebben in een God die zij niet kenden, van Wie ze niet wisten Wie Hij was? God antwoordde Mozes door hem Zijn Naam bekend te maken. Hij was de Ik zal zijn die Ik zijn zal. Deze woorden verklaren Zijn Naam Jahweh, ze betekenen dat Hij in Zichzelf bestaat en van niets of niemand anders afhankelijk is. Omdat God uit Zichzelf bestaat is Hij een onuitputtelijke fontein van leven en zaligheid. Hij is eeuwig en onveranderlijk. Mensen kunnen Hem niet uit onderzoek ontdekken. God openbaart Zichzelf. Het komt van Hem vandaan. Mozes moest zeggen: “ De God van de vaderen heeft mij tot jullie gezonden. “ 

Zo had God zich aan Mozes bekend gemaakt, en zo moest Mozes op zijn beurt zich bekendmaken aan het volk. De Israëlieten zouden door deze woorden weer herinnerd worden aan hun vaderen en aan alles wat er vroeger gebeurd was. Die verwachting zou de mensen hoop geven en ze zouden geloven dat Jahweh Zijn beloften zou vervullen. Met de Naam waarmee God Zich bekend zou maken, zou Hij aangeroepen willen worden door alle komende generaties! Mozes zou dit Godsbesef weer wakker moeten roepen in de harten van een volk dat door jarenlange slavenarbeid afgestompt was, en waarin alle hoop op een beter bestaan jaar na jaar minder geworden was, tot hun hoop tenslotte als een kolenvuur was uitgedoofd. 

Maar, terwijl de mensen in Egypte stro verzamelden, en tichelstenen bakten, dacht God aan hen. Terwijl de jongetjes in de Nijl geworpen werden, en hun ouders hete tranen van verdriet huilden, was hun verlossing nabij. 

 

3 responses to “Exodus 3 : 11 – 15

  1. I see You’re truly a excellent webmaster.
    This web site loading speed is amazing. It seems that you’re doing any
    distinctive trick. In addition, the contents are masterwork.
    you have performed a magnificent activity on this topic!
    Similar here: <a href="[Link deleted]online and also here: <a href="[Link deleted]

  2. Hi there! Do you know if they make any plugins to assist with Search Engine Optimization? I’m trying to
    get my blog to rank for some targeted keywords but I’m
    not seeing very good success. If you know of any please share.
    Kudos! You can read similar article here: <a href="[Link deleted]internetowy

Geef een reactie