Freiheit eines Christenmenschen

Ter gelegenheid van Hervormingsdag heb ik het oude traktaat van Luther: die Freiheit eines Christenmenschen – opgezocht. Ik ben van plan om het boekje dat veel oude en lange zinnen bevat, in hedendaags Nederlands te vertalen. Daar hoort ook het voorwoord bij:

Maarten Luther was een goedmoedige Duitser. Je ziet het aan zijn gezicht en leest het op uit de liederen die hij gecomponeerd heeft. Maar hij kon ook woedend zijn. Abraham Kuyper zou zeggen: “ de liefdevlam heeft een verterende spits. “ Luther was regelmatig een soort vuurspuwende berg. Het ongeluk wilde dat hij door allerlei vuurpuwende bergen omringd was. Hij kon het nog niet van de Indianen in Amerika hebben overgenomen, maar hun methode was ook die van Luther: vuur met vuur bestrijden. Nadat hij nog maar één gesprek met Luther gevoerd had riep Kardinaal Cajetanus: “ Met jou praat ik niet langer! Jij hebt eenvoudig te bukken onder het jou verpletterende gezag van de Heilige Kerk monnikje. Te bukken, te buigen en te zwijgen. Je mag alleen je mond maar opendoen om te herroepen! “ Luther antwoordde : “ Man, dat noem ik niets anders dan goddelozen tyrannie. “ Toen kwam de paus met zijn banbul.
Luther gaf daarop als antwoord: “ Beste Leo, als mens wil ik je eren. Maar als Paus ben je voor mij niet anders dan de Antichrist. “ 

Ja, het ging in die tijd hard tegen hard! Vuur tegen vuur. Rome koos als wapen het vuur van de daad. Luther koos voor het vuur van het Woord. Het vuur dat Rome aangestoken had: de brandstapel en de ketters verteerde en verdween. Maar Luthers wapen – dat van het Woord – bleef. “ Das Wort soll man stehen lassen! “ zei hij resoluut.
Wij als zonen en dochters van de Kerkhervorming gebruiken hetzelfde wapen nog steeds.
Uit en door God zijn alle dingen: Soli Deo Gloria!

Het traktaat over de vrijheid van een Christenmens is het meest beroemde geschrift dat uit Luthers pen vloeide. Het dateert uit 1520 en wordt ingeleid door een brief aan paus Leo X, aan wie Luther de Latijnse uitgave van dit geschrift opdroeg. In dit boekje deed de toen nog jonge Luther verantwoording van zijn nieuwe inzichten in de verhouding tussen Christus en de gelovige in de combinatie van geloof en leven. De vrijheid van een christenmens is een korte maar rijke samenvatting van zijn theologie en ethiek op dit hoogtepunt van zijn leven .

Zelf schreef hij over dit werk: “ Het is een klein boekje wanneer je het uiterlijk aanziet en op de omvang let, maar toch ligt de hele hoofdsom van het christelijk geloof hierin begrepen. Ik ben arm en heb niets anders waarmee ik u van dienst zou kunnen zijn. Ik heb ook niets anders nodig dan om met geestelijke goederen te worden verrijkt. “ 

Bij de inleiding schreef Luther:
“ Aan de verstandige en wijze heer Hieronymus Muhlpfort, Schout van de stad Zwickau, mijn bijzonder goedgunstige vriend en beschermer bied ik, dr Martinus Luther, Augustijner, mijn toegewijde diensten en wens ik hem alles wat goed is toe.”

Verstandige heer en goede vriend!
Magister Joha Egran, predikant in uw roemrijke stad heeft hoog opgegeven van uw liefde en grote belangstelling voor de Heilige Schrift. Ik heb gehoord dat u onophoudelijk ijverig volgens haar richtlijnen leeft, en de inhoud van het Woord opophoudelijk bij de mensen aanprijst.
Terwijl zo velen – met name zij die zich opwerpen als verdedigers van dat Woord – klaarstaan om dat woord met alle geweld en list tegen te staan.
Hoewel ik weet dat Christus gezet is tot een val en opstanding van veel mensen, en Hij een teken is dat wedersproken zal worden, weet ik ook dat veel andere gelovigen juist door Christus zullen opstaan.
Daarom heb ik bij de aanvang van onze vriendschap besloten om dit traktaat in het Duits te schrijven en het aan u op te dragen. Ik heb hetzelfde traktaat in het Latijn opgedragen aan de Paus. Ik heb daarin voor iedereen duidelijk gemaakt welke goede reden ik heb om te schrijven zoals ik heb gedaan en nog doe.
Met deze woorden beveel ik mij, u, en allen aan Gods genade aan. Amen”
Wittenberug 1520. 

De vrijheid van een Christen. 

Veel mensen zijn de overtuiging toegedaan dat het Christelijk geloof een eenvoudige zaak is en geven het geloof een eerbare plaats onder de deugden. 

Dit kunnen mensen alleen maar doen omdat ze het geloof nooit ijverig hebben onderzocht, en geprobeerd hebben om het door ondervinding te leren kennen. Ze hebben de voortreffelijkheid van dit geloof nooit gesmaakt en ook niet genoten. Het is onmogelijk dat iemand daar op de goede manier over zou schrijven of wat er over het geloof geschreven is zou begrijpen, zonder er ooit bedroefd over te zijn geworden of over in het nauw zou zijn gebracht. Daar staat tegenover dat iedereen die er ook maar het minste druppeltje of korreltje van geproefd heeft, er nooit genoeg over kan schrijven, spreken, nadenken, of horen. Want het geloof is een Levende Fontein die opspringt tot in het eeuwige leven, zoals Christus zegt in Johannes 4. Hoewel ik niet durf te roemen in een ontvangen overvloed en weet hoe gebrekkig ik slechts toegerust ben, toch hoop ik dat ik iets van dit geloof heb ontvangen. Daar moet ik aan toevoegen dat ik door veel verschillende beproevingen overvallen ben. Toch kan ik beter en degelijker over dit geloof spreken dan de tegenwoordige letterminnende en scherpzinnige betogers hebben gedaan. 

Maar om de ongeleerde mensen ( alleen zulke zielen wil ik onderwijzen ) een weg te wijzen die eenvoudig te bewandelen is, laat ik deze twee stellingen voorafgaan aan mijn verdere betoog. 

  • Een christen is een zeer vrij heer over alle dingen, en is aan niemand onderwerpen
  • Een christen is een zeer dienstvaardige knecht van allen, onderworpen aan allen. 

Hoewel deze twee uitspraken met elkaar in scherp contrast schijnen te zijn en elkaar tegen lijken te spreken, kunnen ze ons toch dienen voor ons doel:  om de vrijheid van een christen te beschrijven. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *