De ziel ( 2 )

Geest: de menselijke geest of ziel. Het denkende, voelende en willende deel van de mens. Onderscheiden van het lichaam. 
A. De aard van de ziel. 

Dit paper bevat de 2e en 3e gedachte:2. De mens en zijn ziel is een geheel / 3. De mens en zijn ziel zijn door God geschapen. 

In het christendom bestaat de mens uit geest, ziel en lichaam. Dat deel van de mens wat in de seculiere psychologie het onbewuste of het onderbewustzijn is, is in het christendom de geest. De geest kent functies als intuïtie, geweten, en Godsbewustzijn. De ziel kent functies als voelen, willen en denken. Deze functies kunnen afgeleid worden uit oudtestamentische teksten waarin ziel en geest aan bepaalde functies worden gekoppeld. In het christendom wordt de geest ook van de ziel gescheiden, zoals in Hebreeën 4:12. In de lofzang van Maria maakt zij duidelijk onderscheid tussen haar ziel en geest (Lucas 1:46-47). Ook 1 Tessalonicenzen 5:23 geeft het verschil duidelijk aan. Na de dood keert de geest terug tot God die haar gegeven heeft (Prediker 12:7), terwijl de ziel neerdaalt in het dodenrijk. Dit laatste wordt heel vaak aangegeven in het Oude Testament, als er gesproken wordt over neerdalen in het dodenrijk. Dit slaat op de ziel, niet op het lichaam, want dat kent immers geen bewustzijn na de dood.

Het lichaam is het tijdelijke omhulsel om te kunnen functioneren in de natuurlijke wereld. Het lichaam kan niet zonder de ziel functioneren, omdat de ziel de echte, authentieke persoon is die in het lichaam woont.

De ziel is de persoonlijkheid van de mens. De ziel maakt een persoon tot wat hij is, zijn karakter. De scheppingsformule houdt in dat God zijn levensademen (meervoud) in de mens blies, dit is de geest die God aan de mens gaf. Door het contact tussen lichaam en geest werd de ziel gevormd of geproduceerd. Dit is het wat de mens uniek maakt in de schepping. Dieren en planten hebben geen geest, en kunnen dus geen contact met God hebben, die Geest is. De ziel heeft het lichaam nodig om te zien, horen, ruiken, proeven en spreken; om tot kennis van de buitenwereld te komen. Omdat geest, ziel en lichaam bij elkaar horen (voor de erfzonde bestond de dood niet) is doodgaan niet natuurlijk. De dood kwam door de scheiding tussen God en de mens. Deze dood begon in de geest, strekte zich uit tot de ziel, en bereikte uiteindelijk het lichaam. In de opstanding worden geest, ziel en lichaam weer één.

In het eerste Bijbelboek, Genesis werden de dieren met hun schepping tot levende zielen. Op meerdere plekken in de Bijbel is te vinden dat een dier ook over een ziel beschik

De mens is een geheel 

Genesis 2 : 7 

“ Toen maakte God de Heer de mens. Hij vormde hem uit stof, uit de aarde en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. 

God maakte de mens uit de aarde. Het woord ‘ adam ‘ kan zowel ‘mens ‘ als ‘ man ‘ betekenen. Het woord ‘ formeren ‘ ‘ yasar ‘ wordt wel gebruikt voor het werk van de pottenbakker ( Jeremia 18 : 2 ), terwijl Jesaja het gebruikte voor een beeldhouwer. ( Jes. 44 : 9 – 12 ) Formeren geeft dus het vormen van een kunstwerk aan. De gangbare voorstelling is, dat de mens uit stof gemaakt is, maar dat staat hier niet. Gods maakte de mens als kunstwerk uit reeds aanwezig materiaal. Vervolgens blies Hij een levensadem in het gevormde lichaam. ( vs 7 ), waarmee de hoge positie van de mens – hij is meer dan materie – wordt aangegeven. De mens ontstaat door een afzonderlijke scheppingsdaad van God en ontvangt het leven, de levensadem, de levensgeest, rechtstreeks van Hem. 

  1. De ziel is door God geschapen. 

Numeri 16 : 22 “ God die al wat leeft de levensadem schenkt “ Mozes en Aäron pleitten voor het volk. Ze riepen God daarbij aan als de God van de levensadem van alle levende wezens. 

Jesaja 42 : 5 “ Dit zegt God de Heer die de hemel heeft geschapen en uitgespannen, die de aarde heeft uitgehamerd met alles wat zij voortbrengt, die de mensen op aarde levensadem geeft, en levensgeest aan allen die daar verkeren. “ 

Het gaat in de bovenstaande tekst van Jesaja om de roeping van de ‘ Knecht des Heeren. ‘ Die dienaar is de Immanuel van hoofdstuk 7 – 12, de Messias. De Heere Zelf rustte hem toe voor zijn taak door Zijn Geest op hem te geven. De profetie richt zich hier tot de Knecht Zelf. De opdracht die Hij ontvangt wordt ingeleid met de profetische formule: ‘ zo spreekt God de Heer. ‘ uitgebreid met een omschrijving waarin de macht en majesteit van de Heere beschreven wordt. Immanuel ontvangt zijn opdracht van niemand anders dan van de Heere, de Schepper van hemel en aarde die de mensen hun levensadem geeft. 

De menselijke ziel vormt dus één geheel met het menselijk lichaam en is door God geschapen. Het is opvallend dat dit gegeven uitgesproken en erkend wordt op uiterst belangrijke momenten uit het leven van de mens. Dat is: 

  •  bij de schepping
  •  op een moment waarop de Heere de mens wilde vernietigen
  •  op het moment waarop Immanuel geroepen wordt tot een hele belangrijke taak.

 

One response to “De ziel ( 2 )

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *